1. Een gewone werkdag?

Een gewone werkdag?

Er zijn soms van die dagen dat je achteraf niet meer zeker bent of je er wel zelf bij was. Vrijdag was zo'n dag. Misschien handig om te weten voordat je verder leest, ik werk tijdelijk bij een autoruitschadeherstelbedrijf in Emmen (!) en sta daarvoor elke week met zo'n tentje op verschillende parkeerplaatsen in Drenthe, Groningen, Friesland, Gelderland, Overijssel en Utrecht. Ik rij gemiddeld zo'n 1000 kilometer in de week.

Maar deze vrijdag begon dus als gewoonlijk, twee collega's kwamen me om kwart over 8 ophalen en gezamenlijk vervolgde wij onze weg naar de zaak in Emmen. Vlakbij een dorpje genaamd Klijndijk hoorden we ineens een luide knal. Achter ons was een rookwolk ten grote van een mistbank verschenen en de motor begon te ratelen. Mijn collega zette gelijk het gammele Peugeotje aan de kant. We sprongen met z'n drieën de auto uit en namen een kijkje onder de motorkap. Olieslang los, koppakking kapot en daarmee ook alle koelvloeistof op. En een partij rook wat er afkwam! Maar daar stonden we dan... De auto wilde niet meer starten. Wij naar de zaak bellen of ze ons die laatste zeven kilometer even naar Emmen konden slepen, maar dat ging niet. We stonden bij een bushalte maar de bus was ons al voorbij gereden en de volgende kwam pas weer een uur later, dus dat schoot ook niet op.

Uit frustratie sloeg mijn collega en tevens de chauffeur op de voorruit, resultaat: een fikse ster met uitlopers van 15 centimeter (de ironie...). Wij de breuken verwarmen met een aansteker en ze trokken gelijk weer weg, de experts flikten het weer! Dit ging echter niet zo snel en dus besloot mijn collega dat het sneller kon. Hij pakte een busje deo en gebruikte deze als vlammenwerper om de ruit te verwarmen. Ik lachte mij dan ook helemaal ziek toen deze actie niet de gewenste uitwerking had. De ruit scheurde namelijk helemaal door. Ondertussen was het een uur later en hadden we al veel mensen gebeld die ons eventueel even konden slepen naar Emmen. Ik was dan ook weer aan het bellen toen de motor ineens startte! De “french tin can” deed het nog! Ik sprong in de auto en we reden zo snel als we konden (40 km/h) op de nog twee werkende cylinders naar Emmen.

We waren precies om tien uur op de zaak, een uur later dan de uiterlijke vertrektijd. Er was dan ook nog maar één caddy beschikbaar. Mijn collega van de Peugeot had het wel gezien en ging weer op huis aan. Ik besloot dus om samen met mijn andere collega op pad te gaan. Locatie: de C1000 aan de Julianalaan in Hengelo. Wij kenden wel de weg naar Hengelo, maar niet de weg in Hengelo zelf, dus vroegen wij om een TomTom. Deze waren natuurlijk ook op en dus kregen we een uitdraai van Routenet in onze handen, zonder overzichtskaartje.

Wij besloten om niet eigenwijs te zijn en gewoon de uitdraai op te volgen. Dit verliep perfect, binnen anderhalf uur waren we op de Julianalaan in Hengelo. Maar nergens was er een C1000 te bekennen. Ik belde naar mijn baas, vertelde het hele verhaal en hij snapte er niks van, er was daar altijd al een C1000 geweest! Na research met mijn mobieltje en een beetje rondrijden kwam ik er achter dat er TWEE Hengelo's zijn in Nederland en dat wij natuurlijk in de verkeerde stonden, in Gelderland...

Het was intussen al weer twaalf uur en we hadden nog werkelijk niets gedaan, behalve in de auto zitten dan. De Super de Boer in Zutphen was echter dichtbij en we besloten hier maar naartoe te gaan. Om half een kwamen we hier aan en het liep gelijk lekker, binnen een paar uurtjes hadden we al redelijk wat auto's gerepareerd toen de manager van de Super de Boer op kwam dagen. We moesten een heel verhaal aan horen over de winkelbrancheorganisatie, hoe duur het wel niet was om een winkel te onderhouden en nog meer van dat soort onzin. We moesten weg, dat we een vergunning hadden maakte niets uit.

Ondertussen was het alweer half vier, de tijd vliegt als je lol hebt. De C1000 in Almelo is altijd een goede locatie en via Deventer en de A1 kwamen we hier weer om vier uur aan. We moesten echter tussen vijf en half zes terug zijn op de zaak in Emmen en na twee auto's gerepareerd te hebben konden we weer vertrekken. Blij als we waren dat we eindelijk mochten stoppen met onze trektocht door Nederland konden we niet voorzien dat het nog even flink zou gaan stormen op de terugweg. Nu is dit niet heel erg, als je het stuur goed vasthoud tenminste, maar de caravan die voor ons reed begon vervaarlijk te slingeren. Ik keek mijn collega aan en we dachten; “Dit kan er ook nog wel bij”. Met een ongeluk op de terugweg zou de dag weer compleet zijn. Gelukkig kon ik deze caravan op een gegeven moment inhalen voordat er iets fout ging.

En zo eindigde mijn werkdag. Mij collega met het Peugeotje had zijn huis niet gehaald bleek achteraf, de motor was nu definitief KIA. Enig lichtpuntje was dat het raam nu goed schoon was door de regenbui. Wat een dag, wat een dag......

Dit artikel delen

Over de auteur