1. Straat Journaal

Straat Journaal

Zaterdag was weer eens zo'n heerlijk vage dag. De zon schijnt namelijk altijd mysterieus in de ochtend en het lijkt wel of de hele wereld weer op gang moet komen. Mijn kamer was - zoals altijd in de zomer - omgetoverd tot sauna en die nieuwe 'absorberende' gordijntjes veranderden daar kennelijk niets aan. Het was heet, heel heet. Ik kon me niet herinneren dat het vorig jaar rond deze tijd ook al zo benauwd was, maar aangezien we alweer in mei 2009 leven, is dat eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Dus wat zeuren die milieu-activisten nou?

Hoe dan ook, ik zette mijn raam open. Het hopen op een fris briesje was echter tevergeefs, enkel meer stomende lucht zweefde mijn kamer binnen. Dus gooide ik het raam dicht, draaide het roestige grendeltje weer terug en brandde mijn duim aan het verhitte glas. 'Geen punt.', dacht ik zo: 'Een klein wondje aan mijn duim kan geen kwaad.' Ik besloot de airconditioning - die normaal pas rond de maand juli draait - aan te zetten en verdween de badkamer in. De spiegel toonde een vermoeid gezicht en donkere wallen. Niet van die streepjes die ik normaal heb, maar echte wallen onder mijn ogen. Vervolgens haalde ik mijn verbrande duim mysterieus open aan één of ander haakje(?) dat uit de gootsteen stak. Dus toverde ik dit keer wel een verbandje - pleister - tevoorschijn en plakte ik deze lekker scheef op de behoorlijke bloedende wond. Brojanica om, ketting om, kruizen in: klaar.

De lucht buiten de badkamer was nu fris en koel, al zou dat niet lang meer duren. Mijn chagerijnige vader vond het namelijk onnodig, verspillend, ongezond - kort samengevat: f*ckin onzin - om dat stukje technologie van 2000 euro aan te zetten. Mijn hoofd werd gevuld met talloze argumenten die me zouden helpen om de discussie te winnen, maar toen bedacht ik me: een discussie tegen mijn vader is toch helemaal niet te winnen? Het is me in ieder geval nog nooit gelukt.

De air-conditioning ging uit, ik ging naar beneden. Hitte stijgt immers naar boven en ik voelde de warmte in mijn hoofd ook kloppen. In de woonkamer was het niet koel, niet heet. De erker was gevuld met een waas van zwevend stof, zichtbaar gemaakt door schaars zonlicht. De gordijnen waren dicht. Je kon erdoor heen kijken, maar ze gaven slechts een deel van alles wat zich buiten afspeelde weer. Ik besloot ze dicht te laten.

Zonder veel meer tijd in een haast leeg huis te verspillen, liep ik naar de stoffige schuur om mijn oma-fiets te pakken. Morgen zou het immers moederdag zijn en ik had de laatste drie jaar geen kado meer gekocht. Dus deed ik de voordeur op slot en begon ik aan een makkelijke fietstocht van zo'n vijftien minuutjes. Er stond weinig wind en het was behoorlijk rustig. Het schelle geluid van vliegtuigen die de geluidsbarrière doorbreken - zo'n tien kilometer boven mij - en de lege, blauwe lucht maakten er een dromerig ritje van.

Wel aangekomen besloot ik haastig te werk te gaan. Zonder al te veel twijfels kocht ik een paar glimmende oorbellen en een vage douchegel van Dove. 'Cadeautje?', vraagt een mager, oud vrouwtje achter de kassa. Ik beantwoord natuurlijk met 'ja', waarom zou je het zelf inpakken?

Zo gezegd, zo gedaan en ik verlaat het muffe winkeltje weer.

Enkele tientallen meters voor het fietsenrek staat een donkere man met kranten in zijn hand iedereen die hem voorbij gaat vriendelijk te begroetten, ook al praat hij met een haast onverstaanbaar accent. Hij staat hier wel vaker. Het stereo-type armoedzaaier? Nee, iedereen kan arm zijn. Maar niet iedereen kan rijk zijn en dat is duidelijk te zien. Ik besluit naar hem toe te lopen - aangezien iedereen 'm negeert - en koop één van die grijze, stoffige krantjes. € 1,50 : dat had ik niet verwacht voor zo'n klein, armetierig hoopje papier. Ach, de helft van de opbrengst gaat naar de beste man zelf. Ik weet mijn God niet wat 'ie ermee gaat doen, maar ik gok op de kans dat hij het geld goed besteedt - ook al is het behoorlijk weinig in mijn ogen. Hij bedankt vriendelijk en ik bedank hem dan ook maar. 'Straat Journaal' staat er boven aan de voorpagina. Ik blader een beetje in het krantje en kom tot een conclusie: wat een hoopje onzin. Maar geldverspilling is het niet...

Dit artikel delen

Over de auteur

Mad