1. Silene

Silene

In de trant van: ik schrijf een boek. Heb ik hier voor jullie een hoofdstukje eruit.

Ben al redelijk ver gevorderd. Alleen ik heb het nog nooit aan vreemden laten lezen.

Silene

Ik bestelde nog een wit biertje bij de serveerster van het café. Silene was nog bezig aan haar wijntje, dus ik bestelde niks meer voor haar. Ze keek me doordacht aan met één half dicht geknepen oog. “Oooh zuiplap!” zei ze nonchalant. Haar feeërieke appelwangetjes waren rood als een tomaat en ook haar neus gloeide als een inductieplaat. Dit was het derde terras waar we vandaag met z’n tweeën op zaten. De zon had al flink lopen branden op onze koppen,mijn nek en haar armen.We waren nu maar in de schaduw gaan zitten.”Anders ontploffen we zo nog.” De serveerster zette het witbiertje op tafel. De tafel wiebelde, waarschijnlijk van eenzaamheid. De serveerster probeerde de tafel waterpas te zetten met een bierviltje, ze faalde. Kon mij het een zak schelen dat de vierpoot uit balans stond, ik was met Silene en mijn biertje bleef echt wel staan. Silene en ik hadden dezelfde kijk op het leven en namen meestal alles voor lief, zo ook het gebrekkige licht roestende tafeltje. De serveerster liep weg en Silene lachte nog steeds mijn kant op.

In de periode dat Erik aan de Dwarsstraat 50 woonde was ik verliefd op Silene. Silene is het type meisje waar ik echt verliefd op kon worden en dat ook was. Silene is een echt Nederlands meisje. Ze is klein gebouwd en heeft een slank en elegant figuur. Ze heeft een goedlachs humeur en een lief, klein schattig gezicht. Blonde lange haren waar ze op de vroege morgen altijd snel een borstel door haalde en voor de rest van de dag er genoegen mee nam met het dansen ervan. Op haar dopneus zit overdwars altijd een rode streep. Toen ik ooit vroeg aan haar, waarom die streep altijd op haar neus aanwezig was antwoordde ze met haar hand op en neer op haar neus wrijvend. “Doordat ik zo altijd mijn neus kriebel”. Silene was een intellectueel meisje. Ze was bijna 20 en moest nog één jaar op de Pabo en dan was ze afgestudeerd. Ze had haar HAVO afgerond met alleen maar cijfers boven de acht. Ze was nog nooit in haar leven blijven zitten. Ze was eerlijk tegenover mij en recht door zee. Als ik met Silene was dan praatten we aan één stuk door. Soms zaten we hele dagen met elkaar op een terras en deden we niks anders dan praten en ons gedragen als een verliefd stel.

Maar Silene had een vriend. Ik was niet die vriend. Ik was haar “scharrel”. Ze was al 4 jaar met haar vriend. Haar vriend heette Adam en ik had Adam nog nooit gezien in mijn leven. Alleen op foto’s op Silene haar Hyves. Adam wist niks van ons af en Silene wou ook niet dat Adam ooit van ons af kwam te weten. Silene en ik spraken hierom altijd af in voor ons onbekende steden in Nederland, zodat we niemand per ongeluk tegen kwamen die we kenden. Als we dan in een grote stad vrij rond liepen met z’n tweeën dan was ze altijd nog een beetje schichtig, bang om gezien te worden en zo Adam te kwetsen. “Adam verdient het niet dat ik hem pijn doe, hij is altijd goed voor me geweest” zei Silene altijd met kreukels op der voorhoofd. We zochten altijd een terras dat afgelegen lag zodat er vaak weinig mensen zaten en ook weinig langskwamen. Als we dan weggestopt op een terras zaten, weg van de wereld, weg van Adam, dan bestond Adam ook niet meer voor Silene. Ze was op deze dagen ook verliefd op mij.

Vandaag zaten Silene en ik in Amsterdam. Weg van Adam op een terras op de Damrak. Afgelegen aan een zijstraatje is een café genaamd: De Hartjes. Silene dronk een zoete witte wijn en ik was bezig met mijn tweede witbiertje. Silene stuurde onschuldig mijn glas naar haar mond en nipte gulzig een slokje van mijn witbier naar binnen.“Gadver wat is bier toch smerig, ben blij dat ik het altijd bij wijn heb gehouden”. Ze lachte met haar vinger in der mond en haar ogen gericht op mijn roodverbrande kreeftenkop. We waren net bij het Anne Frank huis geweest omdat Silene hier nog nooit geweest was. De sfeer die in het achterhuis hing was altijd nog vochtig en scheefgetrokken zoals Anne Frank beschreef. De ijzeren vuist van de Duitsers hamerde ongegeneerd op mijn gedachten, zelfs nu nog. Silene en ik deden altijd een cultureel uitstapje in de stad waar we die dag verliefd waren. Silene stootte haar wijn om. “Kutzooi” riep ze luidkeels. De wijn snelde over de tafel en daarna op de straat om uiteindelijk in de Amsterdamse klinkers te drogen. “Had ik toch maar een nieuwe besteld” zei ik fier. Silene stak haar tong uit richting mij. Ze maakte haar tas open en papieren zakdoekje waarmee ze de tafel enigszins droogmaakte. Vervolgens legde ze het doekje in de asbak. Ze wou haar tas weer dicht doen en keek nog even snel op haar gsm die zich ook in de tas bevond. Ze schrok: “Ooow Martijn, ik heb een berichtje van Adam.”

He Lieverd, ik heb je al twee dagen niet gezien, vnvd weer? X

Op het moment dat ze iets van Adam hoorde als ze bij mij was dan werd ze neerslachtig en voelde ze zich schuldig tegenover Adam maar ook tegenover mij. Dat voelde ik tenminste, ze zei het nooit tegen me. Ze zuchtte met grote poppenogen naar me, de zon glinsterde in haar oogvocht, ze zei: “Zullen we zo even wat aftersun gaan halen?”

-------------------

Graag geen kritiek op mijn zinsopbouw of andere grammaticale fouten..die zitten erin.

Dit artikel delen

Over de auteur