1. Au-'t-is-me-wat

Au-'t-is-me-wat

Conclusies trekken is zowel een zegen als een vloek voor de mensheid. Het heeft ons in staat gesteld om fantastische dingen te bereiken, maar heeft ook voor vervelende misverstanden gezorgd, meestal veroorzaakt door de ergste vorm aller redeneringen: de voorbarige conclusie. Drogredenen, vooroordelen en nog meer vervelende dingen in deze trant worden vrijwel altijd veroorzaakt door luidende klokken waarvan de plaats van de klepel sommige mensen niet bekend is. Een tijd geleden kreeg ik hier op school mee te maken. Niet alleen was de ondoordachtheid die mij ten deel viel ergerlijk, de persoonlijke belediging die ermee gepaard ging had ook nog eens een ernstig gevolg.

Eén mijner vrouwelijke klasgenoten – ik noem haar voor het gemak even Truus – wist mij op een zekere middag mee te delen dat ze een vermoeden had. Ze had vernomen dat er een relatief hoog gehalte autisten op onze school rondliep en ze had het donkerbruine vermoeden dat ik ook tot deze groep behoorde. Omdat ze mij dit zonder enige vorm van onzekerheid, fijngevoeligheid of tact vertelde, schrok ik eerlijk gezegd nogal. Dacht ze echt zo over mij? Waar baseerde ze deze constatering op? Diepgaand, psychologisch onderzoek zal het niet geweest zijn. Dus besloot ik een soort peiling te houden om het heersende idee rondom autisme te analyseren. Geen opbeurende zaak, dat kan ik je wel vertellen.

Van alle mensen die ik heb gesproken (grofweg een dozijn mensen) wist namelijk niemand mij meer te vertellen dan dat autisme betekent dat iemand in zijn eigen wereldje verkeert. Toch meende iedereen te kunnen oordelen of iemand aan de afwijking lijdt of niet. Dit schokte mij nog meer dan het feit dat mij het etiket ‘autist’ was toebedeeld. Waar haalden deze mensen hun kennis vandaan? Geen opleiding psychologie, dat had ik al vastgesteld; er waren meer mensen die Sigmund Freud kenden als slecht getekend stripfiguur dan als grondlegger van de psychotherapie.

De diagnose die gesteld werd, berustte feitelijk dus op gebakken lucht. Het viel me op dat dit wel bij meer dingen het geval is. Is iemand druk? Dan heeft die persoon ADHD. Doet iemand geen zak voor Nederlands en heeft hij of zij de spellingsregels nooit willen leren? Dan heeft die persoon dyslexie. Deze makkelijke manier van denken heeft ook betrekking op misvattingen rondom games. “Zeventienjarige jongen schiet tien mensen dood”, zo kopt de krant, “Dan speelde hij vast gewelddadige computerspelletjes”, zo denkt de lezer.

Maar om even terug te komen op school: er was nog een ernstig gevolg waar ik het over had. Sinds de eerste ‘diagnose’ die door Truus gesteld werd, is ‘autist’ een veel meer gebruikte term geworden. Bij vrijwel ieder spoor van afwijkend gedrag wordt met de benaming gestrooid. Deze constatering heeft echter ook te maken met mijn gegroeide ergernis voor dit woord. Mijn bilspieren knijpen samen zodra mij weer eens ter ore komt dat het woord ten onrechte gebruikt wordt en ik heb een soort gevoeligheid ontwikkeld voor dergelijke uitspraken.

Dit laat ik natuurlijk niet over mijn kant gaan. Als ik iemand weer eens voorbarige conclusies hoor trekken omtrent autisme, meng ik me meestal in het gesprek. Ik probeer dan te weten te komen hoeveel iemand van de afwijking weet. Wanneer iemand het antwoord over “eigen wereldje” geeft (en tot nu toe is dat het enige antwoord), probeer ik hem of haar duidelijk te maken dat ik ook niet kan oordelen over een voetbalwedstrijd als ik alleen maar weet dat de bal in het net moet. Tot nu toe is niemand overtuigd.

Blijkbaar is het zo goed als onmogelijk om mensen uit hún wereldje vol makkelijke gedachten en redeneringen te halen. Hoogstwaarschijnlijk zal dit ook nooit volledig mogelijk zijn. Pfff... 't is me wat!

Dit artikel delen

Over de auteur