1. De grens van het leven

De grens van het leven

Het konijn zit stilletjes in zijn hok. De muren om hem heen zijn kaal. Er ligt wat stro in een hoekje. Zielig. Hij poept, hij eet en hij plast. Ik vind hem zielig. Hij gaat dood, maar hij leeft. Het enige moment waarop het konijn zijn hok uitgaat is als hij sterft en wordt afgevoerd. Waarschijnlijk naar een vuilnisbak, een begrafenis zit er zeker niet in. De wereld is heel groot, gigantisch groot. Het hokje is zo klein. Maar wat weet dat kleine konijntje nou. Hij weet niet wat de rest van de wereld te bieden heeft. Hij kent alleen de wereld in zijn hok. En die houd op bij de vier kale houten muren. Hoe zou dat zijn. Lijkt me niet leuk. Maar het konijntje houdt het vol. Soms is hij zelfs blij, dan komt er iets langs binnen dat hem eten geeft en hem aait. Fijn gevoel vind hij dat, het aaien. Het idee dat er iets is dat hem een aangenaam gevoel geeft. Dan gaat het hok weer dicht en gaat het konijn weer liggen. Het hoogtepunt van de dag is weer voorbij.

De vier muren staan ergens voor. Beperking. De vierkante grens die het konijn scheidt van de rest van de wereld. Het einde. Waren ze vroeger niet bang om van de pannekoek af te vallen? Of te varen, met hun boten. Hoe lang heeft het geduurd voordat iemand het lef had om een bemanning te ronselen en het erop te wagen. We noemen hem een held. Hij doorbrak de angst, de angst om buiten de wereld te treden. Over de grens van leven en dood te gaan, hij had lef. Net als zijn bemanning. Maar wat als. Wat als de wereld wel plat zou zijn geweest, de boot wel in het diepe zou zijn gevallen? Hij zou vallen, oneindig. Tot in het heelal en misschien zelfs ver daarbuiten. Dit is onmogelijk. Jammer. Het onwerkelijke is interresant. Boeiend, iets wat niet uit te rekenen is met pen en papier en eventueel een geodriehoek. Over de grens van het leven gaan.

Het hok gaat weer open. Het konijntje ziet het groene. Hij doet het. Hij springt en gaat. Vrijheid. Niet lang. Terwijl hij nog maar enkele meters af te leggen had, werd hij gegrepen door de lange arm en terug in zijn hokje gezet. Terug in dat kleine benauwde wereldje. Hij weet nu dat er meer is. Hij heeft het gezien en zelfs geroken. Waarom doet die arm zo raar? Hij voedt het konijntje, hij aait hem. Waarom wil de arm dan niet dat het konijntje rondloopt op het groen? De wereld verkennen, dat is wat hij wil. De arm wil dat niet hebben, apart. De arm wil controle over het konijntje, hij mag niet weg. Hij zorgt ervoor dat het konijntje groot en sterk wordt, maar verhindert dat het konijntje op weg mag naar het groen.

De arm wil controle. Onderdrukken. Hij mag het konijntje, maar hij wil niet dat het konijntje wegvlucht. Terecht? De arm weet wat er zou gebeuren met het konijntje als hij het groen opgaat. Het konijntje zou nooit meer terugkomen, wegblijven. Dood gaan. Dat is iets wat de arm niet wil, hij wil niet dat het konijntje sterft. Hij wil het konijntje voeden, groot en gezond laten groeien en hij wil hem aaien, hij weet dat het konijntje dat aangenaam vindt. Het konijntje weet niet beter en wil weggaan. Gelukkig dat de arm ervoor zorgt dat hij dat niet kan, hij verhindert het. Het konijntje is dom, het konijntje is een dier. Dieren kunnen niet denken, niet zoals wij mensen dat kunnen. Mensen krijgen de kans die het konijntje niet kreeg.

De mens kreeg de kans het einde te verkennen. Over de grens te gaan, niet wetend wat er zou volgen. Geen angst voor leven of dood. Een van de dingen die dieren nooit zullen kunnen, maar wij mensen wel kunnen. Ook al gaat het af en toe fout, van dit recht moeten wij gebruik blijven maken. Het recht om de grens op te zoeken, de grens van het leven. Ga hem over, beweeg vooruit. Laat je meevoeren. Het konijntje begint te schoppen en te krabben. Hij schopt, hij kreunt, hij heeft pijn in zijn pootje. Het hek valt open en hij is weg. Weg van de onderdrukkende arm, de arm die alles wil beperken. Op weg naar het groen, wat daar ook mag zijn. De muren waar hij zijn hele leven tegenaan keek zijn verdwenen uit zijn hoofd, weg. Groen. Mensen moeten niet elke dag hetzelfde doen, mensen moeten nieuwe ervaringen op blijven doen. Anders is het leven niks waard, hele dagen werken, koken en slapen. Ervaringen blijven je bij, voor de rest niks. Ga op zoek, zoek de grens van het leven!

Dit artikel delen

Over de auteur