1. Zon en water

Zon en water

De wolken verzamelen zich. Ze lijken zich op te stapelen, onweer lijkt aanstaande. De regen neemt toe, de ellende groeit. De druppels tikken op het hoofd, de ogen worden niet nat. De beide ogen zijn al nat, tranen vermengen zich met regen. Ze sluit haar ogen, ze sluit haar tranen af. De wolken blijven zich opstapelen, de regen neemt toe. Ze is alleen, alleen op het dak. Het dak van het reeds verdronken houten huisje, bijeen gehouden door de houten steunbalken. Druppels glijden nu door haar doorweekte haar en banen zich een weg naar haar gezicht. Haar mond, haar kin en dan naar de houten ondergrond. Een kolkende massa beweegt zich om haar heen, het water spoelt alles schoon, alles leeg.

De helikopters zijn allang weer weg. Ze waren gekomen met tientallen, geluiden in de verte, verstomd door het geluid van de wind. Ze stond samen met haar man op het dak, schreeuwend richting iets wat niet te zien was, verstopt tussen de kussens. De regen was nog niet zo sterk, overal om haar heen waren de andere huisjes nog te zien. Een voor een waren de zware machines door de wolken heengebroken en hadden zij ladders laten zakken. Veilig waren de mensen, meegenomen door hun redders. Maar zij en haar man niet. De helikopter zijn weg, ze komen niet meer terug.

De druppels namen af. Haar man had haar ook verlaten. Zijn laatste woorden had zij niet verstaan, ze had geen hoop meer. Haar zintuigen vermoord door de angst. Hij keek droevig maar hij huilde niet. Hij sloeg een arm om haar heen, zij reageerde niet en keek voor zich uit. De regen nam weer toe, haar man stond op. ‘Neem mijn hand. Wij zullen gelukkig zijn. Wij zullen gered worden’. Ze draaide zich om, liet zich op de grond vallen. Haar man was weg, dacht ze. Ze begon harder en harder mee te huilen met de wind. Een kinderwagen kwam langsdrijven, ze was zwanger. Het was niet haar kinderwagen, haar baby was nog niet geboren. Ze wist dat haar kindje veilig was, diep binnenin. Ze probeerde de wagen aan te raken, het lukte niet.

De regen stopt. De wolken verdwijnen, heel even. Het licht verblind haar, verteld het haar. Ze laat zich op haar rug vallen en sluit haar ogen. Langzaam beweegt ze naar voren, meegenomen door het water dat haar rustig omarmt. Dan drijft ze weg. Veilig.

Dit artikel delen

Over de auteur