1. Emma Watson. Deel twee.

Emma Watson. Deel twee.

We schrijven de derde week van de maand juli, een zomerse avond die ik niet thuis doorbreng maar doorbreng op mijn racefiets. Ik beoefende op die bewuste avond mijn hobby: wielrennen. Het was al vrij laat toen ik op eenmaal op de fiets zat en de zon begon al te zakken aan de horizon. De zon zou de mensen Down Under even verblijden met zijn licht en warmte. Bij ons kwam de maan en die zou ons weer verblijden met een welverdiende nachtrust. Niet zolang ik nog op de fiets zat en niet zolang de zon daar nog steeds aan de horizon was.

Op diezelfde bewuste avond probeerde ik mijn wegennet wat uit te breiden door op andere plekken langs te fietsen waar ik anders langs fietste. Dit keer fietste ik niet richting de plaats waar ik was opgegroeid en veel van mijn tijd doorbracht toen ik nog een kleine kleuter was. Nee, dit keer fietste ik de compleet andere kant op zonder daar echt een reden voor te hebben, of misschien toch ook wel weer met een reden. Wanneer ik er dan zo over nadenk dan is dat wel onbewust gebeurt dat ik juist daar langs fiets, vooral de laatste tijd.

Het is inderdaad waar dat ik de laatste tijd daar veel langs fiets of beter gezegd meer in die buurt fiets, en dat is dan wel weer met een reden. Dat is om er achter te komen waar zij woont, mijn vermoeden gaat naar bepaalde plaatsen uit en toch heb ik haar daar nog niet gezien en ook heb ik niet de auto gezien die haar familie in het bezit heeft.

Daarom schrijven we nu de avond van 31 juli. Een avond die veel duidelijk zou maken voor mij en antwoord zou geven op die ene vraag: waar woont ze nu toch? Deze avond bracht ik – zoals wel meerdere avonden – door achter mijn laptop met mijn MSN aan. Vaak spreek ik niet met de mensen, ik ben geen spreker, die ik in mijn vriendenlijst heb. Natuurlijk wel wanneer iemand een gesprek met mij begint, dit was het geval en een gesprek kwam opgang. Ik sprak met een goede vriendin van mij en die tevens mijn klasgenoot was. Ik heb het altijd al goed met haar kunnen vinden en ik praat over van alles en nog wat met haar en ik vroeg haar of ze ook mijn vorige weblog wou lezen. Dat wou ze wel, dus zo gezegd zo gedaan. Zij wist wel dat ik iemand leuk vond, wie wist ze niet en ik dacht: ach ze mag het wel weten en heb het haar dan ook verteld en heb haar laten zien wie ik leuk vond.

Het is niet dat ze haar heel goed kent maar ik kwam wel wat meer te weten over het meisje dat ik leuk vond, bijvoorbeeld dat ze humor heeft en daar hou ik wel van – maar dat even terzijde. Zo vroeg ik haar of ze ook wist waar ze woonde. Waarschijnlijk daar en daar, mijn antwoord was toen: “Hé, daar fiets ik vaak. Dat is stom toeval.”.

We schrijven de ochtend van één augustus. Dit moest de dag worden dat ik dan eindelijk antwoord kreeg op mijn laatste vraag die ik nog had: waar woonde ze toch? Met de informatie die ik had ben ik op pad gegaan en heb ik koers gezet richting het Nannewiid – een groot recreatiemeer hier in de buurt – om zo vanaf daar naar haar woonplaats te fietsen. Ik zou en moest het weten en vooral nu, nu ik zo dicht bij het antwoord was. Toen ik eenmaal Sint Jut – de plaatselijke benaming voor een niet nader te noemen dorp, waar zij niet woont – uitreed en het desbetreffende dorp in reed en haar waarschijnlijke woonplaats, gierden de zenuwen door mijn lijf. Ja, dat doe je toch eenmaal onbewust en lijkt mij een volkomen natuurlijke en normale reactie.

Alleen was het dorp niet zo groot en toen ik het blauwe bord met de plaatsnaam zag en het rode streep daar doorheen had ik eigenlijk de moed al verloren en wist ik: hier woont ze niet. Totdat ik me op het moment dat ik de blauwe borden passeerde en me nog één keer omdraaide. Ik zag daar in een doodnormale straat een kleine rode auto staan, vanaf dat moment wist ik het. Daar woont ze dus. Tien kilometer van mijn huis!

Ik heb toen nog geprobeerd twee kilometer door te fietsen, maar ik kon het niet. Ik ben omgekeerd en heb koers gezet richting haar woning en ik zag de straat opdoemen en dacht bij mezelf: waar gaat die weg heen? Rutger, gewoon die straat in fietsen en dan weet je waar het eindigt! Dus ik ben de straat in gefietst en had al wel met mezelf afgesproken; daar ga ik met tempo doorheen fietsen zodat ze me hopelijk niet ziet. Zo gezegd zo gedaan ben ik – door de bebouwde kom – met een gangetje van 44 in het uur langs haar huis gefietst.

En waar kwam ik uiteindelijk uit? Juist, op die plaats waar ik de laatste tijd zo vaak langs fietste. Zonder het al die tijd te hebben geweten ben ik altijd bij haar in de buurt geweest en is dat kleine fel rode autootje me nooit opgevallen. Terwijl juist ik altijd oog heb voor alle auto’s die ik tegenkom…

Dit artikel delen

Over de auteur