1. Emma Watson. Deel drie.

Emma Watson. Deel drie.

Het is zes uur in de ochtend, in huize Hoekstra gaat een wekker af, bij mij wel te verstaan. Waarom? Om te gaan fietsen, dat heb ik altijd nog een keer willen doen. Vroeg opstaan en een eind weg fietsen en deze keer had ik er ook nog eens een goede reden voor. Na alle motivatie toespraken die ik heb gekregen moest het maar eens afgelopen zijn met het getreuzel. Ik had mezelf voorgenomen om er niet op af te stappen, maar het op mijn manier te doen zoals ik het al een keer eerder had gedaan. Ik zou een brief voor haar schrijven en deze keer wel met mijn naam erbij en voor het geval dat ook mijn MSN. En zo ben ik half zeven ’s ochtends op weg gegaan en richting haar woning.

Toen ik eenmaal op de fiets zat besefte ik eigenlijk hoe mooi de wereld is waar ik woon en ik reed dan ook goed gemutst Sint Jut in en even later was ik alweer in haar woonplaats. Op een gegeven moment moest ik rechtsaf slaan, totdat ik net even voor me een meisje zag fietsen die mij kende en haar kende. Ik dacht: ik fiets wel een stukje door en keer dan wel om, zo gezegd zo gedaan. Ik zag het huis al opdoemen met de rode auto daarvoor en dacht weer bij mezelf: ik fiets weer even een stukje door keer dan om en doe die brief in de brievenbus en ga dan weer weg. Want ja ik moest de brief ook nog uit mijn tas halen en met diezelfde brief in de hand fietste ik rustig richting het huis.

Ik kneep zacht in mijn remmen en begon stapvoets te rijden, ik keek in de richting van het huis. Tot mijn grote verbazing zag ik daar op het naambordje een compleet andere naam staan en dacht bij mezelf: wat?! Ze woont hier toch?! Ik ben verder gefietst, dacht rustig na en zat me af te vragen wat ik nu moest doen. Verde gingen er ook enkele scenario’s door mijn hoofd, zoals: ze stonden ook niet in het telefoonboek en zou er dan een reden zijn waarom de naam anders is? Of: het viel me ook al op dat er een Hyundai Santa Fe voor het huis stond terwijl ze toch nooit met die auto naar school is gebracht en altijd met die kleine rode Toyota Aygo is gekomen.

En toen wist ik het: wil ik het zeker weten dan moeten ik er nog één keer langsfietsen en kijken naar het kenteken van die kleine Aygo. Want na mijn idee – ik weet het niet zeker of het ook het juiste was – wist ik het kenteken, niet uit mijn hoofd maar de middelste twee letters die aangeven uit welk jaartal en maand de auto komt. Hoe hoger de letter hoe nieuwer de auto wanneer het één van die nieuwe kentekens was met drie letters wist ik zeker dat ze hier niet woonde. Dus had ik maar weer een rondje gemaakt en had ik wéér koers gezet richting haar waarschijnlijke woning. Waarschijnlijk omdat ik mezelf toch in twijfel begon te trekken.

Ik reed de straat opnieuw in en de mensen – die al wakker waren – hebben vast en zeker gedacht: wat moet die jongen telkens opnieuw in deze straat en wat moet ie met dat papier in zijn handen? Zij konden mooi denken dacht ik weer bij mezelf, want ik had een doel; om te kijken of zij daar nu woonde aan de hand van de auto die ervoor stond en zo ja: dan douwde ik gewoon die brief in de brievenbus.

Daar zag ik hem weer die kleine rode allesbepalende Toyota Aygo, wat is het kenteken van de auto? Ik reed langs en zag tot mijn verbazing dat het een nieuw kenteken was met de drieletters in het midden. Ik fietste door en zei tegen mezelf: hier woont ze dus niet en dan is dat ook weer opgelost en wat doe ik met die brief? Ik had geen idee, ik ben door gefietst maar echt hard fietsen kwam er niet meer van. Ik zette maar koers richting het Nannewiid en wist bij mezelf dat daar een mooi plaatsje is waar je mooi kunt zitten.

Zo gezegd, zo gedaan ben ik daar gaan fietsen en het enige wat er door mijn hoofd ging: waar woont ze dan? Hoe nu verder? Ze moet die brief toch echt een keer krijgen? Zoiets bedenk je toch niet, het lijkt wel een film? Waarom zo’n verrekte rot Aygo en niet een auto die je weinig ziet? En nadat ik al mijn moed heb bijeen geschraapt en mezelf heb overwonnen om die brief al te schrijven en er dan ook nog heen te schrijven woont ze daar niet?! Is dat stank voor dank? En bij die gedachten kreeg ik vochtige ogen en had ik voor het eerst mijn leven dan liefdesverdriet? Waarschijnlijk wel.

Nadat ik daar een kwartiertje heb gezeten dacht ik bij mezelf dat het beter was als ik maar gewoon naar huis fietste. Ik zat nog geen minuut op de fiets of zag in de verte een ree met zijn jong lopen en we hebben elkaar tien minuten aangestaard: ik in de wetenschap dat zij het was. Waar ik anders oog heb voor de natuur had ik nu alleen maar oog voor haar en waren mijn gedachten alleen bij haar en er ging telkens één zinnetje door mijn hoofd: I don’t believe this how the world should be…

Dit artikel delen

Over de auteur