1. Daar 2 -een kort verhaal-

Daar 2 -een kort verhaal-

Maandagochtend. Mijn wekker loopt af. Ik steek één teen buiten het bed en wil eigenlijk blijven liggen, dit is echter elke keer het punt dat mijn plichtsbesef mijn geest overneemt. Ik sta op, loop naar de douche en doe wat ik elke ochtend doe. Nu is het echter anders. Nu weet ik wat ik vanavond ga doen. Ik ga weer naar haar toe, weer samen staren. Het is iets wat we nu al enkele weken doen, gewoon gezelllig samen naar de mensen kijken. Meneer Andersson is inmiddels alweer terug naar waar hij ooit vandaan kwam. De buurt is er niet kapot van, hij deed toch niets voor het buurt gevoel. Hij is typisch de buurman die de andere kant op kijkt bij een inbraak. Het is wel jammer, dat het juist een buitenlander moest zijn. Nu woont er een nieuw iemand. We hebben de nieuwe inwoner in de buurt nog niet gezien. Wel weten we dat het ene meneer L. Köppens is. Hij werkt als verkoper en schijnt regelmatig te moeten verhuizen. Het jammere is dat hij weinig buitenkomt en er weinig te zien valt.

Er is veel veranderd in de buurt, ik denk er veel over na de laatste tijd. Al die mensen die weg zijn gegaan. Tijdens de route naar mijn werk ontwijk ik een aantal egels en ben blij dat ik weer een dier gespaard heb. Ik parkeer de auto en denk aan meneer van Houten. Arme man. Het was een gewone donderdag ochtend toen ineens zijn huis leeg was. Zijn vrouw en kinderen waren ervandoor. Hij stond buiten. Eleanora en ik keken naar hem en zagen een traan naar beneden rollen langs zijn wang. Niet veel later stond hij weer driftig buiten te roken. Minder gestressed dan normaal. Meneer van Houten leek een stuk gelukkiger, maar zoals de schijn vaker bedriegt, was dat dit keer niet het geval. Een dag later stapte meneer uit de auto met een kokket dametje. Niet veel langer dan het gemiddelde secretaressetje, eigenlijk een gemiddelde dame waardoor je aan de kerel die erbij hoort kunt zien: mijn-vrouw-heeft-me-verlaten-maar-ik-zit-er-niet-mee-hoor!

De dag kruipt werkelijk traag voorbij. Van gekkigheid weet ik niet meer wat ik moet doen en ben nog nooit zo dicht bij mijn ontslag geweest. En natuurlijk zit ik, nog voordat de wijzers lijnrecht tegenover elkaar staan, op de fiets en sprint naar huis. Ik schuif mijn magnetron maaltijd de magnetron in en schuif het snel naar binnen. Ik kijk naar het nieuws en loop naar de overkant van de straat. Nog steeds is het elke keer een magisch moment. Haar te zien zitten staren naar de straat. Ze kijkt niet eens op als ik aan kom lopen, maar toch vraagt ze keer op keer af ik nog eens kom.

Weer doet ze de deur open en groet me vriendelijk. "Hoi Kian, lekker gewerkt vandaag?", zenuwachtig als altijd stamel ik dat ik lekker heb gewerkt. We lopen naar binnen en ik kijk rond in haar huis. De stoelen aan de eettafel in de keuken staan alweer zoals het hoort in haar huis. Nog altijd lijkt het me alsof de TV nog nooit aan is geweest en de banken nog nooit zijn bezeten. Zelfs de sprei ligt na al die weken nog precies hetzelfde. Alles ziet er tip en top uit. Nog nooit in al die weken dat ik nu bij haar over de vloer kom, heb ik haar overigens naar iets over haarzelf durven vragen. Ze vertelde zo over de mensen en zo over het hoe en wat in de straat, dat ik het niet durfde. Ze wist me alles te vertellen over Andersson en meneer van Houten, ze had zelfs de dag van vertrek van mevrouw van Houten goed. Ze ziet alles, kijkt naar uitdrukkingen en hoeft niets te doen in de wereld.

Ook nu vertelt ze me weer van alles over de buurt. Over de nieuwe bewoners die schuilgaan onder de naam Köppens of ons nieuwe koppel tortelduifjes. De vrouw heet Janine Huilman ze is ongeveer dertig en daarmee een stuk jonger dan meneer van Houten. Ze is, zoals te verachten viel, secretaresse bij meneer van Houten op kantoor. Verder is ze niet interessant te noemen. Ze doet een beetje aan ditjes en datjes. Van die dingen die jonge vrouwen laten denken dat ze succesvol zijn, want ze zijn immers al het vriendinnetje van de baas. In werkelijkheid, lazerd ze binnenkort van de, door haar bedachte, maatschappelijke ladder af.

De avond vliegt weer voorbij en weer ben ik niets wijzer geworden over wie zij nu is. Ietwat teleurgesteld ga ik naar huis. Toch ga ik morgen weer heen. Ik weet het zeker. Eleanora is nog lang niet klaar met mij boeien. Als ik de tocht naar mijn koude huis wil inzetten, draai ik me om en besluit de stoute schoenen aan te trekken. Ik vraag haar: "Eleanora, heb je misschien zin om morgen bij mij langs te komen om te onthaasten?". Ik zie haar nadenken en ze zegt: "Ik heb wel zin, maar ik ben bang dat jou huis net te gehaast is, dus liever hier in de rust". Ze heeft gelijk. Ik loop opgewekt naar huis, want ik weet wat ik nu moet gaan doen. En ik ga het doen, want ik wil anders worden. Ik wil niet meer de gehaaste mens zijn.

Dit artikel delen

Over de auteur