1. Through Hell and Back part 1

Through Hell and Back part 1

De gebeurtenissen van de vorige IGF Villa hebben grote gevolgen gehad voor een aantal bewoners. Dit is hun verhaal

Through Hell And Back part 1

Op de grond ligt een persoon. Een enkele zweetdruppel loopt vanuit zijn haargrens, via zijn slaap over zijn gezicht en valt daarna op de grond. Hij is bewusteloos, om hem heen zijn geluiden te horen waarvan moeilijk te zeggen is van wie of wat ze afkomstig zijn. Opeens doet de jongen zijn ogen open. Even ligt hij verstijfd voor zich uit te staren. Dan draait hij zich om, zijn ogen bewegen zenuwachtig van links naar rechts. De omgeving is hem vreemd, de geluiden onbekend en hitte is bijna ondragelijk. Met moeite krabbelt hij overeind en na zijn rug gekraakt te hebben, kijkt hij nog eens goed om zich heen. Een enorm rotsachtig gebied strekt voor hem uit, de hemel is pikzwart en er zijn slechts vlagen van het landschap in de verte te onderscheiden. Hij doorzoekt zijn zakken, het enige wat hij vind is een klein half leeg flesje water, een aansteker en zijn telefoon. Geen bereik natuurlijk. Wanneer de jongen nog eens goed naar de hemel kijkt wordt duidelijk dat het geen nacht is, de lucht is gevuld met zwarte, smerige rook. Slecht een paar stralen zonlicht doorbreken het wolkendek. Wanneer hij zich omdraait ziet hij een oranjerode gloed in de verte. Hij besluit die kant op te gaan en mompelt tegen zichzelf: “Pfff Vlaflip, waar ben je nu weer in beland?”

Niet ver daar vandaan heeft een jonge meid hetzelfde desoriënterende gevoel als Vlaflip. Haar omgeving ziet er echter anders uit dan die van onze held. Ze bevind zich in een stad, een lege stad. Het lijkt alsof ze de enige levende ziel is in de stad, maar toch overmant haar het beklemmende gevoel dat ze hier niet alleen is. Opeens ziet ze in de verte een flatgebouw staan waar één lichtje brandt. Verder heeft ze weinig opties, dus besluit ze die richting maar op te lopen. Nadat ze een tijdje gelopen heeft bekruipt haar het gevoel dat ze gevolgd wordt. Wanneer ze achterom kijkt is er echter niets te zien. Een paar stappen verder hoort ze opeens voetstappen achter zich. Verstijfd van angst blijft ze aan de grond genageld staan. Dan hoort ze een stem, een bekende stem… “Fi.. de… li… ty….”

Ondertussen heeft Vlaflip moeite om enige voortgang te maken in het rotsachtige terrein. De rotsen zijn messcherp en zijn handen en armen liggen voor het grootste deel al open. Elke stap die hij doet is pijnlijk, en de drukkende hitte maakt het allemaal nog moeilijker. Wanneer hij aankomt bij een redelijk groot rotsblok gaat hij even zitten om uit te blazen. Hij trekt zijn vest uit, scheurt deze in repen en wikkelt deze repen om zijn wonden heen. Hij neemt nog een klein voorzichtig slokje uit zijn flesje water. “Ik zal maar niet teveel drinken, wie weet hoe lang ik er nog mee moet doen…” Wanneer hij weer een beetje op kracht is gekomen klimt hij het rotsblok op om te kijken hoeveel voortgang hij heeft gemaakt. Naar zijn schatting is hij nu ongeveer op de helft. Opeens ziet hij wat glinsteren vanuit zijn ooghoeken. Op iets van 5 meter afstand aan zijn rechterzijde is iets te zien wat zo nu en dan in het weinige zonlicht weerkaatst wordt. Hij springt van het rotsblok af en gaat bijna door zijn enkels. De pijn wordt echter overschaduwd door de interesse voor het glimmende object. Wanneer hij dichterbij komt ziet hij opeens dat het object een zilveren ketting is, die om de nek van een persoon hangt.

Verstijfd van angst durft Fidelity niet achterom te kijken. Ze herkent deze situatie, ze herkent de persoon die achter haar staat. Ze heeft hier vaker over gedroomd dan dat ze kan tellen. Ze zit weer in de nachtmerrie die haar al die maanden badend in het zweet deed wakker worden in de IGF Villa. Mortal Marcel, de mime, staat wederom achter haar. “Wakker worden! Wakker worden!!” schreeuwt ze tegen zichzelf. “Oh god wordt alsjeblieft wakker!!” Haar smeekbedes lijken niet te helpen, ze wordt niet wakker. Wanneer ze dit beseft zakt alle moed in haar schoenen. Maar dan ziet ze het eenzame lichtje in de flat, ietwat flikkerend in de verte. Dit beeld geeft haar de moed om door te gaan. Ze zet het keihard op een rennen. De hakken van de pumps waarmee ze over de koude klinkers rende waren het enige geluid in de wijde omtrek in de stad. Haar hartslag racede terwijl ze een verlaten steegje in rende. Halverwege de steeg voelt ze echter weer die striemende pijn in haar maag, en zakt ze uitgeteld op de grond. Ze kijkt naar haar maag, maar er is wederom niets te zien. Zoals al die nachten haalt de mime zijn onzichtbare touw weer op en wordt Fidelity naar achter getrokken. Wanneer ze dichtbij genoeg is haalt ze uit, de schmink wordt wederom uitgeveegd en ze kijkt weer in het lachende gezicht van Marcel B. Ze verwacht weer wakker te worden uit haar droom. Dan kijkt de mime haar aan en begint te lachen. “Maar Fidelity… dit is geen droom!” Fidelity kan het allemaal niet meer aan en voordat alles zwart wordt is het gezicht van de mime het laatste wat ze ziet…

Vlaflip loopt ondertussen verder naar de persoon die daar op de grond ligt. Wanneer hij daar aangekomen is hurkt hij en draait hij de figuur om. Hij deinst van schrik naar achter wanneer hij door krijgt dat het Chiz is die daar ligt. Eenmaal van de schrik bekomen trekt hij haar overeind en probeert haar te laten drinken van het weinige water wat hij nog heeft. “Godver, drink!” Roept vlaflip wanneer hij door krijgt dat ze het water niet binnen kan houden. “No fokking way dat je nu dood gaat stomme negert!” Dan begint Chiz opeens te hoesten, het kostbare water vliegt over de dorre grond heen. Wanneer Chiz een beetje bij positieven is kijkt ze Vlaflip aan. “Vlaflip, waar zijn we, wat is dit?” Vlaflip pauzeert even en antwoordt: “Geen idee… maar ik ben op weg naar een oranje achtige gloed in de verte. Ben je al sterk genoeg om te gaan?” Chiz knikt en samen vertrekken verder op weg naar de mysterieuze oranje gloed.

Wanneer Fidelity wakker wordt is ze compleet gedesoriënteerd. Wanneer haar ogen zich aanpassen aan het licht wordt haar omgeving duidelijk. Ze zit vastgebonden in een soort van kelder. De mime heeft haar vastgebonden aan een oude fauteuil. De kamer ziet er uit zoals je van een mime zou verwachten, zwart/wit en bijzonder weinig meubilair. Mimes hebben namelijk geen stoel nodig om ergens te zitten. Opeens hoort ze een deur open gaan. Vervolgens hoort ze krakende treden. Haar hart zinkt in haar maag wanneer ze doorkrijgt wie het waarschijnlijk is. Ze zit met haar rug naar de trap, maar weet bijna zeker dat het de mime is wie daar naar beneden loopt. Met een grote boog loopt de mime om haar heen, ondertussen gemeen glimlachend. “Haha meisje, je zit nu wel heel diep in de stront heh!” Dan opeens hoort ze de deur achter haar met een enorme klap open slaan. De blik van de mime verplaatst zich naar achter haar, er is duidelijk angst te lezen in zijn ogen. “Marcel Beeks!!” klinkt een schrille vrouwelijke stem, “hoe vaak moet ik nog zeggen dat je geen jonge meisje mag ontvoeren en vast mag binden in je kelder?!” Fidelity weet even niet wat er aan de hand, maar het gevoel bekruipt haar dat dit iets goeds is voor haar. “Maar schat, wat moet ik…” Voordat de mime zijn zin kon uitten onderbrak de vrouwelijke stem hem weer. “Nee geen gemaar schat! Ga godverdomme de vuilnis buiten zetten, dan bevrijd ik dat arme meisje!!” Sloffend met zijn voeten begeeft de mime zich weer uit het beeld van Fidelity. Ze hoort een ferme klap achter zich, de mime zal wel een klap krijgen van wie die vrouwelijke stem ook toebehoord. Opeens komt ze in beeld, een vrouwelijke mime. Erg aantrekkelijk, als je langs het monochrome voorkomen heen kan kijken tenminste. “Sorry” begint de vrouwelijke Mime, terwijl ze Fidelity’s boeien los maakt, “Marcel is nogal een eikel wat betreft het ontvoeren van jonge meisjes. Hij had belooft er mee te kappen toen we onlangs trouwden. Maar kennelijk heeft die eikel er nog moeite mee.” Fidelity wrijft over de schuurplekken om haar polsen heen terwijl de mime haar verhaal vervolgd. “En we hebben nu ook een kleine onderweg, dus we kunnen echt niet meer allerlei meisjes in de kelder onderhouden. Hoe leuk dat ook is!” Fidelity heeft geen idee hoe ze op de mime moet reageren, maar volgt de vrouw de kelder uit…

Ondertussen zijn Vlaflip en Chiz aangekomen bij datgene wat de oranje gloed veroorzaakt. Het blijkt een enorme bulderende rivier van gloedhete lava te zijn. “Fuck” zegt Vlaflip, “hoe moeten we hier nu weer overeen?” Even kijken de twee om zich heen, maar dan ziet Chiz een kleine natuurlijke brug over de lava heen. “Kijk daar, zo kunnen we er over heen.” Wanneer onze helden zich naar de brug begeven wordt duidelijk dat het geheel nogal krakkemikkig is. Jarenlange erosie heeft de ooit waarschijnlijk imposante landbrug teruggeschaald naar een dun bruggetje dat misschien een halve meter breed is. Het midden van de brug is ook maar ongeveer 30 centimeter in doorsnede. “Fuck dat ziet er niet stevig uit” zegt Chiz terwijl ze één voet op de brug zet. “Nee!” zegt Vlaflip, “laat mij het eerst maar proberen.” Onder de indruk van Vlaflip’s heldhaftige optreden doet ze een stap terug en geeft Vlaflip de ruimte. Voorzicht zet Vlaflip de eerste stap, de brug lijkt zijn gewicht te kunnen dragen. Stap voor stap beweegt Vlaflip zich over de brug. Na een korte tijd is hij aan de andere kant. Hij gebaart Chiz om de oversteek ook te maken. Deze gaat via de dezelfde voorzichtige wijze de brug over, maar wanneer ze op het midden is beginnen er verscheidene stenen uit de landbrug te vallen. “Fuck, al die KFC is toch niet slim geweest” Schreewt Chiz terwijl ze in een last ditch effort richting de overkant springt. Even lijkt ze het niet te halen, ze doet haar ogen dicht en ziet haar leven aan zich voorbij vliegen. Maar dan voelt ze opeens een sterke hand in haar hand. Wanneer ze haar ogen weer open doet kijkt ze recht in de ogen van Vlaflip, die met man en macht probeert te voorkomen dat ze in de kolkende rivier met lava valt. Even zwijmelt ze weg door de gedachte aan wat hij aan het doen is. Maar dan probeert ook zij met al haar macht uit deze hachelijke situatie weg te komen. Met vereende krachten krijgen de twee het voor elkaar om Chiz met haar voeten op vaste grond te krijgen. De twee kijken elkaar aan en Chiz glimlacht naar Vlaflip. Maar dan stort de landbrug volledig in. De rotsblokken landen met zulk geweld in de lava dat enorme hoeveelheden lava de lucht in gestuwd worden. Chiz wordt ruw wakker geschud door een schreeuw die door merg en been gaat. “Vlaflip… neee…”

Fidelity is ondertussen in de huiskamer van het mimestel. De vrouwtjes mime heeft zojuist wat eten voor haar neus gezet. Maar ook het eten is zwart wit, en ziet er niet echt appetijtelijk uit. Dan komt Marcel weer binnen, Fidelity huivert even wanneer ze het gezicht van al haar nachtmerries ziet. Maar schudt het gevoel weer snel van zich af wanneer ze zich ervan verzekerd dat ze nu toch echt eindelijk relatief veilig is. “Waar ben ik?” vraagt Fidelity. “In ons huis! En verdomme aan de eettafel in plaats van de kelder…” antwoord Marcel enigszins geïrriteerd. “Marcel, hou je mond! Laat het meisje haar vraag stellen” Roept de vrouwelijke mime terwijl ze Marcel wederom een klap voor zijn hoofd geeft. Fidelity vervolgt voorzichtig haar verhaal. “Nou het ene moment zaten we in de vreselijke kelder, en dan opeens ben ik hier, en wordt ik ontvoerd door de mime uit mijn nachtmerries!” De twee mimes kijken elkaar aan en Marcel antwoord Fidelity het volgende: “Je nachtmerries heh. Hmm dat betekend waarschijnlijk dat je in een verkeerde dimensie terecht bent gekomen. Fidelity moet bijna lachen, dat is het meest onzinnige wat ze ooit gehoord heeft. “Dromen vorm de link en de grens tussen de verschillende dimensies… Het geeft je een idee wat er daarbuiten is, maar je kan het alleen zien in je dromen. Het feit dat je hier nu bent, waarschijnlijk is er enorme kracht of duistere magie aan te pas gekomen. Dat kan niet anders!” Fidelity is opeens niet zo kritisch meer en mompelt zachtjes, “Gandalf…”

To be concluded in Through Hell and Back Part 2

Dit artikel delen

Over de auteur