1. Through Hell and Back part 2

Through Hell and Back part 2

Aanstaande zondag zullen er dingen veranderen op IG. Het zal nooit meer hetzelfde zijn. Er is geen plek meer voor de slowchat, dus ook geen plek voor de IGF Villa. Vandaag of morgen zal ik ook de Epiloog schrijven en online gooien.

Through Hell And Back Part 2

In een flatgebouw zit een duister figuur gebogen over een ouderwetse kruisboog. De trekker is kapot en zo is het wapentuig nutteloos. Hij krijgt het maar niet voor elkaar om hem te herstellen en hij zit te vloeken en te tieren. Opeens hoort hij geschreeuw vanuit de vert. Hij doet snel zijn licht uit en tuurt door zijn verrekijker naar de stad die voor hem ligt. Niks in het oosten, niets in het westen… Dan ziet hij opeens twee gestaltes vanuit het zuiden. De twee worden aangevallen door een stel trollen. De man kijkt het aan en mompelt zachtjes: “Niet mijn probleem, dat is gewoon de manier waarop het gaat in deze helse plek!” Door zijn verrekijker blijft hij het schouwspel volgen. Één van de gestaltes lijkt gewond, die is namelijk voor het grootste deel gewikkeld in een amateuristisch aangelegd verband. De ander probeert zijn of haar metgezel te verdedigen tegen de trollen, maar het is duidelijk dat het een verloren strijd is. Dan begint zijn geweten aan hem te knagen. Hij rent de kamer is, pakt zijn honkbalknuppel en rent de kamer uit…

Fidelity is ondertussen nauwelijks bekomen van het nieuws wat ze zojuist vernomen heeft. Door het gebruik van zulke duistere magie als de daalders deden in die kelder onder de IGF Villa is er een scheur ontstaan tussen dimensies. Zij is op die wijze in deze nachtmerrie terecht gekomen. “Wat nu?” vraagt ze aan de twee mimes waar ze momenteel bij verblijft. “Ik heb geen idee!” zegt Marcel. “Misschien dat de magistraat kan helpen.” Zijn vrouw schrikt bij het noemen van de naam. “Nee Marcel, niet de magistraat, dat is veel te gevaarlijk!” Marcel haalt zijn schouders op en zegt: “Het is de enige manier die ik kan bedenken!” Fidelity volgt het gesprek, niet wetend waar het precies over gaat, maar als het een manier is om thuis te komen, wil ze dat wel proberen. “Nee Marcel, dat is veel te gevaarlijk voor dat meisje alleen!” Opeens onderbreekt Fidelity het gebekvecht van de twee mimes. “Als ik zo terug kan komen, dan zoek ik deze magistraat op!” De twee mimes kijken haar voor verbazing aan. “In dat geval,” antwoordt de vrouwelijke mime, “Gaat Marcel met je mee!!” De mannelijke mime kijkt zijn vrouw aan met ogen die leken te zeggen: “You serieus bitch??” De vrouwelijke mime keek echter terug met een blik die kon doden, de mannelijke mime gaf het op en gaf aan Fidelity te begeleiden naar de magistraat. Wie of wat dat ook was.

Ondertussen zijn Vlaflip en Chiz in een stuk slechtere staat. Zij hadden eindelijk de stad bereikt en waren op weg naar het enige licht wat ze zagen branden. Halverwege de stad werden ze opeens aangevallen door een raar stel kleine mensachtige wezens. Hun huid van groen en ze hadden een vervormd gezicht. Dit alles was echt niet belangrijk voor Chiz.Vlaflip was zwaargewond en had flinke brandwonden. Ze probeert het te verdedigen, maar het lijkt een verloren strijd. Opeens wordt er vanuit een donkere plek een rookbom richting hen gegooid. Chiz weet nu helemaal niet wat er aan de hand is, ze niet helemaal niets meer. Achter haar hoort ze een paniekerige Vlaflip roepen om uitleg wat er aan de hand is. “Ik weet het niet! Maar ik denk dat ons laatste uur geslagen heeft!” Door de rook zoekt ze de hand op van Vlaflip. Ze omarmd hem en wacht op het onvermijdelijke. Dan hoort ze om haar heen opeens doffe geluiden. Wanneer de rook optrekt worden ze omringt door trollen die bewusteloos op de grond liggen. “Wat?!” uit ze vol verbazing… maar dan ziet ze opeens een duister figuur voor haar staan. Zijn voorkomen doet haar denken aan die stripboeken die ze vroeger las. Een gehavende leren jas, grote laarzen en een hoed die het grootste deel van zijn gezicht bedekt. Dan draait hij zich om, Chiz moet even kijken maar opeens herkent ze de man. “Snappie… ben jij dat?”

Snappie was na het aanzien van het schouwspel vanuit zijn schuilplaats op slinkse wijze dichterbij gekomen bij de vechtende groep. Hij had nog één rookbom die hij gemaakt had van salpeter, brandhout en orc mest. Hij gooide deze in de groep en haalde één voor één de trollen onderuit. Hij had de posities van de trollen en de twee belaagden in zijn hersenen gestamd en het aanvalsplan werkte perfect. Hij keek de belaagden aan en opeens hoorde hij zijn naam. Het was Chiz, eindelijk had hij iemand gevonden die hij kende. Hij had verwacht dat hij niet de enige was die hier terecht was gekomen, maar had toch lange tijd op zichzelf moeten vertrouwen. Immens blij omhelst hij Chiz en keek daarna naar de figuur die compleet verbonden was met zelfgemaakt verband. “Wie is dat?” “Vlaflip” antwoordde Chiz,” hij is op weg hierheen gewond geraakt.” Snappie onderzocht het verband en schrok van de ernstigheid van de verbrandingen. “Snappie,” klonk het onder het verband vandaan. “Gelukkig hebben we je gevonden, we hadden het bijna opgegeven. “Geen zorgen dude, het gaat allemaal goed komen nu!” Snappie loog, hij had niet het idee dat ze dit zouden overleven. Maar goed, geen reden om dat uit te spreken en helemaal emo te gaan doen. “Kom we gaan naar mijn schuilplaats, daar zijn we even veilig. En ik heb wat voorraden kunnen verzamelen die we kunnen gebruiken voor die wonden van.” En zo vertrok het stel naar de schuilplaats.

Ondertussen was Fidelity vertrokken met haar vreemde metgezel. Via zijn donkere magie had de mime een onzichtbare fiets gesummond. Marcel fietsen en Fidelity hield hem met al haar kracht vast. Het zal vast een vreemd aanzicht geweest zijn, zo’n fietsende mime met een klein oosters meisje bij hem achterop. Maar het was een stuk sneller dan lopen. Ondertussen waren ze aangekomen bij de andere kant van de verlaten stad. Fidelity keek om zich heen, maar er was nergens een teken van leven. Opeens stopte mime en Fidelity vroeg zich af waarom hij in godsnaam stopte. Ze wilde zo snel mogelijk bij de magistraat aan komen. Ze wilde wat zeggen, maar Marcel gebaarde haar snel tot stilte. Dan ziet ze waarom, voor hen ligt de straat bezaaid met lichamen. Vreemde lichamen, ze kan niet zien wat het nu precies zijn. Ze lijken echter niet menselijk. “Trollen.” Zegt Marcel opeens. “Kleine kutwezens die alles aanvallen wat ze zien. Redelijk sterk voor hun grootte. Degene die ze omgelegd heeft zal redelijk sterk moeten zijn.” Fidelity hoort het aan en vraagt zich af wat deze helse plek nog meer voor haar in petto heeft.

Ondertussen zijn Snappie en cohorten weer aangekomen in zijn schuilplaats. De wonden van Vlaflip zijn nu een stuk beter verbonden en hij lijkt weer wat aan de beterende hand. Chiz viel direct in slaap toen ze aan kwam. Het is dus weer aan hem om de wacht te houden en ervoor te zorgen dat ze in leven blijven. Een taak was hij totaal geen problemen mee heeft. Dan ziet hij opeens weer iets door zijn verrekijker. Een man gehuld in zwart-witte kleding die over de weg lijkt te zweven. Verbazingwekkend wat allemaal mogelijk is in deze vreemde plek. Dan ziet hij opeens iets wat hem bekend voorkomt. Een meid van klein postuur hangt aan de zwart-witte figuur. Hij kijkt naar Vlaflip en Chiz en beseft dat als zij hier terecht gekomen zijn, hij niet het risico kan nemen om niet te controleren of deze persoon niet ook toevallig bij hun groep hoort. Wederom pakt hij zijn honkbalknuppel en rent de kamer uit. Het kabaal maakt Chiz wakker, en ze ziet net een glimps van zijn wapperende leren jas door de deurpost verdwijnen.

Wanneer Snappie dichterbij het frappante stel komt, worden zijn vermoedens bevestigd. Het is Fidelity die daar achterop zit. Zijn gedachten racen door de verschillende mogelijkheden. Wordt ze gevangen gehouden of zit ze uit vrije wil bij hem achterop. Alle verschillende scenario’s komen bij hem langs en hij beseft dat hij het risico niet kan nemen dat de mime haar vermoord wanneer hij zichzelf kenbaar maakt. Hij pakt zijn onlangs gerepareerde kruisboog en met een welgemikt schot raakt hij de mime in zijn arm. Deze valt om en Snappie sprint naar Fidelity om haar in veiligheid te brengen. Wanneer hij bijna bij haar in pauzeert hij echter, ze ontfermt zich namelijk over de mime. Dit op een manier die doet vermoeden dat hun relatie vriendschappelijk is. Wanneer ze hem ziet schrikt ze en maakt ze aanstalten om het op een lopen te zetten. “Fidelity! Ik ben het, Snappie!” Ze kijkt hem aan en vliegt hem om de hals. “Ooh Snappie, eindelijk heb ik iemand gevonden.” Ondertussen krabbelt de Mime overeind en zegt: “Ja geef ook maar geen aandacht aan de gewonde mime…” Vervolgens trekt hij de pijl uit zijn arm en vervolgt zijn rant: “Gelukkig is er meer nodig dan een pijltje om mij tegen te houden… Maar het doet wel verdomde pijn eikel!” Vol schaamte biedt Snappie zijn excuses aan en vraagt om uitleg van de hele situatie. Na het hele verhaal van Fidelity en Marcel aangehoord te hebben, besluit hij om zich bij de twee aan te sluiten. Ze halen Vlaflip en Chiz op en vervolgen hun weg naar de illustere magistraat…

De tocht naar de burcht van de magistraat zit vol gevaren en leidt de groep uit de stad, door een dood bos, enorme bergen en diepe dalen. Tijdens de reis komt de groep in een aantal zeer gevaarlijke situaties terecht, maar door een combinatie van de krachten van mime, de wapens van Snappie en het gekots van Vlaflip overleven ze het wonder boven wonder. Opeens doemt in de verte een enorme burcht op. “Is dat waar we heen gaan?” Vraagt Fidelity aan de mime. Deze knikt instemmend en ze vervolgen hun weg. Fidelity slikt even, de burcht is erg imposant… zou de magistraat hen kunnen helpen? Of zijn ze op weg naar hun doem?

Eenmaal aangekomen bij de burcht worden ze door een dienaar van de magistraat voor hem gebracht voor een audiëntie. De groep huivert bij het aanzien van de magistraat. Het is een man met een grijze baard en een wit gewaad aan. Alle bewoners herkennen hem als Gandalf, het wezen wat er voor gezorgd heeft dat ze hier terecht zijn komen. Hoe zouden ze in godsnaam kunnen verwacht dat hij hen helpt. “Waar ken ik jullie van?”Buldert de stem van de grijze oude man. Snappie stapt naar voren en legt het complete verhaal uit. Gandalf hoort het aan en gebied de groep te wachten, tot hij een oordeel heeft. Eenmaal aangekomen in de kamer waar ze dienen te wachten wordt het duidelijk dat de groep er geen vertrouwen in heeft. Vlaflip wil zelfs wegvluchten, voor het geval ze gevangen genomen worden of iets dergelijks. De groep is hevig in discussie wanneer de deur opeens open gaat. In de opening staat Gandalf. “Ik heb besloten” zegt hij. “Jullie zijn hier per ongeluk terecht gekomen door mijn woede toentertijd. Jullie betreft geen schuld, de schuldigen werken momenteel in de mijnen als straf.” De groep kreeg weer een beetje hoop. “Ik stuur jullie terug.” En met die woorden zette Gandalf zijn staf voor hem op de grond. Hij uit een aantal duister klinkende woorden en een helwitte flits omgeeft de groep… Voordat alles vervaagd ziet Fidelity de mime glimlachen naar haar. Hij steekt zijn duim op en op dat moment verdwijnt hij uit haar beeld.

Wanneer hun omgeving weer duidelijk word herkent Fidelity de ruïne van de IGF Villa die voor haar ligt. Ingestort na de gebeurtenissen in die kelder. Ze kijkt naar de leden uit haar groep, Snappie die op zijn knieën zakt en de grond kust. Vlaflip en Chiz in een innige omhelzing… Een traan loopt over haar wang, het doet haar denken aan haar eigen liefde die ze ooit verloren is…

Dit artikel delen

Over de auteur