1. Zijn droom is voorbij.

Zijn droom is voorbij.

Daar staat hij dan; een stereotype puber van zestien jaar. In de drukke straat staat hij bij het bushokje te wachten waar een waterig zonnetje vol op schijnt en net even dat beetje warmte afgeeft om zijn jas uit te kunnen doen. Zijn jas wiegt heen en weer van het zachte herfst briesje dat er staat. Er worden druk gesprekken gevoerd door de mensen die om hem heen staan, hij hoort ze niet door zijn iPod die speelt. Hij weet van deze mensen dat ze wachten op dezelfde bus en daarom de bus niet staande hoeft te houden. Het kost hem teveel inspanningen en hij wil niet uit zijn rustige ritme gehaald worden, het genieten van de muziek die hij heeft opstaan zorgt ervoor dat hij alles om zich heen vergeet.

Dan stopt de bus langzaam voor zijn neus en hoort hij het sissen van de deuren die opengaan, hij pakt zijn maandkaart en laat deze zien aan de chauffeur. Mensen staren hem aan wanneer hij binnenkomt, net zoals ze dat bij iedereen doen. Rustig zoekt hij een plaatsje uit bij het raam ergens middenin de bus wetende dat meer dan de helft zal uitstappen bij de volgende bushalte. De deuren gaan dicht, de bus beweegt zicht langzaam voort voor het korte ritje naar de volgende halte waar vrijwel iedereen uitstapt. De jongen blijft over samen met nog zo’n tien mensen die dezelfde kant op moeten als hij.

Dan verruilt de bus de drukke straten voor de drukke snelweg en schijnt de zon langzaam tussen de wolken door. Deze schijnt fel in het gezicht van de zestienjarige die aandachtig luistert naar zijn muziek. Hij is in zijn eigen wereldje en heeft geen oog voor wat er om hem heen gebeurt. Wel heeft hij oog voor die ene die in zijn gedachten rondspookt en slaan zijn fantasieën op hol. De stem die uit de koptelefoontjes schalt zingt: “I gonna write song so she can see.” Even later gevolgd door: “She’s a little pilot in my mind.”

Hij ziet zichzelf staan met zijn gitaar dit nummer spelend en zingend voor haar om zo haar hart te kunne veroveren. Zelf weet hij al dat dit er niet van zal komen omdat hij hier de moed niet voor heeft en hij het nummer eerst zal moeten leren tussen het drukke schema door. Wel heeft hij de tijd om zijn oude school tot twee keer toe te bezoeken in een korte tijd. Zijn oude leraren is dit opgevallen en vragen hem of hij het mist. Hij ontkent, maar van binnen weet hij dat het waar is en dat hij het ons kent ons gevoel mist. Maar wat hij nog wel het meeste mist is haar aanblik. In de twee keer dat hij is geweest heeft hij één keer een glimp van haar kunnen opvangen en heeft hij heel kort haar stem kunnen horen: “Moet ik dit dan nu laten rijzen en dan zometeen in de oven zetten?”

De bus komt tot stilstand, hij moet eruit en zal het laatste gedeelte van zijn reis voortzetten op de fiets. Wetende dat hij dit niet alleen doet, dat hij dit samen met haar doet al fietst ze niet naast hem. Zijn iPod blijft rustig muziek afspelen, zonder dat hij dit meekrijgt: hij is in zijn droom. Zijn mooiste en meest gelukkige droom tot nog toe die hem ontroerd maakt en al een half uur duurt. Hij stapt met tranen in zijn ogen op de fiets die tegelijkertijd van het geluk komen en op hetzelfde moment komen door verdriet en frustratie. Ze mag dan wel in gedachten bij hem zijn, fysiek fietst ze niet naast hem en hij weet ook dat over twintig minuten deze droom voorbij is doordat hij thuis komt. Zelf was hij veel liever de andere kant opgefietst, alleen heeft hij daar de tijd niet voor.

Hij ziet het golvende water van de vijver al opdoemen en weet dat hij thuis nadert. Tien seconden later doemt de oprit op en het huis, nog eens tien seconden later fietst hij de oprit op en wordt hij uit zijn droom geholpen door de blaffende hond. Dan denkt hij opeens weer en in zijn gedachten hoort hij hemzelf zeggen: rot hond, rot op ik wil dromen. Maar het is al te laat: zijn droom is voorbij.

Dit artikel delen

Over de auteur