1. De Visser

De Visser

Hij kijkt uit het raam neer op de rivier die langs het huis stroomt. Het water stroomt snel, sneller dan de wolken passeren op de golfslag van de wind. Een bootje passeert. Een visser draait het raampje open. De visser gooit het anker uit en lijkt niet van plan te zijn deze op te halen. Opspattend water. De druppels lijken los te komen van de zwaartekracht, om zich vervolgens weer aan te sluiten bij de immense massa water. De visser besteed er geen aandacht aan. De visser heeft alweer een net gepakt om deze vervolgens in stroomafwaarts in het water te smijten. Duizenden druppels maken een sprongetje, het touw laat zich zakken richting te diepte, het voorbeeld van het anker volgen. De visser steekt een sigaret op en trekt zich terug in zijn cabine. Hij leunt op het kozijn. Hij kijkt de reeds onzichtbaar geworden druppels na.

Hij draait zich om en kijkt naar de witte muur. Het kleurloze wordt slechts onderbroken in de hoek, daar waar hij een hele tijd geleden met een viltstift een tekening maakte. Een rode lijn, twee rode lijnen, een been, een raam. Hij beseft de nutteloosheid van de tekening, de verspilling van tijd, de moeizame poging om iets te creeëren waarvan hij beseft dat hij het niet kan verwezenlijken, maar het toch telkens weer probeerd. Anderen lijken het niet te waarderen, terwijl zij de visser en zijn sigaret wel weten te waarderen. Hij hoort de druppels een voor een op het dak tikken, steeds harder, feller, en vervolgens in een vast ritme, af en toe onderbroken door het huilen van de wind.

De visser heeft zijn sigaretje opgerookt. Het net wordt opgehaald, het net is leeg, een gewaarschuwde vis laat zich niet vangen. De waarschuwing. Het anker maakte teveel rumoer, de onverstoorbare stroming van druppels werd verstoord. De visser lijkt het niet erg te vinden, hij haalt het anker in en probeerd het stroomafwaarts nog maar eens. De regen lijkt nog harder aan te zwellen. Hij kijkt weer naar de muur, ziet de tekening, wend zijn hoofd af en begint aan een imitatie van de troosteloze druppels die een voor een over het glas van zijn raam glijden.

Hij zou het graag op een andere plaats willen proberen. Zijn anker opnieuw uitgooien. Waarom geen waarschuwing? Geen druppels die het wateroppervlak deden trillen, geen andere vissen die voor hem weg zwemmen, maar slechts hij, in zijn eentje. De massa volgen, ver voorbij de brug. De brug die alleen hij ziet, zachtjes heen en weer wiegend onder de druk van de wind. Hij mist de erkenning voor zijn kunst. Anderen besteden geen aandacht aan hem. Hij zit daar maar, voor het raam. De visser probeerd het weer op een andere plek. Vergissing. De visser geeft het op en gaat naar huis, waar zijn vrouw en kinderen waarschijnlijk op hem wachten, zoals het blijkbaar hoort te gaan.

Hij heeft nooit geloofd in een vast patroon waaraan iedereen zich behoort te houden. Hij wil zo graag de druppel zijn, maar de zwaartekracht trekt hem iedere keer terug in het water. Tot de laatste keer, de keer die reeds gepasseerd is. Nu is er enkel de tekening op de witte muur, en het getik van druppels op het dak. Hij heeft van alles geprobeerd om weg te komen, maar de mensen lijken hem niet te verstaan. Ook zijn tekeningen zijn onverstaanbaar, onzichtbaar. Hij voelt zich genegeerd. Hij deinst neer op de golven van de rivier. Maar hij beseft het. Er is maar een manier om de massa onder controle te krijgen, de rust te vinden waar hij al zo lang naar op zoek is. Hij opent het raam, kijkt uit over de rivier. Dan gooit hij het anker uit.

Dit artikel delen

Over de auteur