1. Back to school

Back to school

Daar staat je broertje. Of je die avond komt kijken op school, want zijn project is af en de presentatie wordt gegeven. Eerst heb je eigenlijk helemaal geen zin, die avond had je even lekker voor de tv willen hangen, je hebt het al zo druk.

Maar aan de andere kant, het is al maanden geleden dat je er bent geweest, en je wilt wel weer eens kijken hoe het is. En dus beloof je dat je wel even komt kijken.

s Avonds begeef je je dan ook richting school, en al snel loop je richting kluisje. Pas als je je hand in je zak steekt besef je dat je geen sleutel meer hebt, en besluit met een vreemd gevoel je jas aan de kapstok te hangen. Meteen weet je weer waarom je dat vroeger nooit deed. Hoe kan je ooit je jas nog terugvinden in deze warboel? Maargoed, dat is van later zorg.

Je verlaat de gang en loopt de aula binnen. Er is niets verandert. De tafels staan nog hetzelfde, op het podium wordt nog met evenveel moeite een presentatie gegeven waar niemand naar luistert en de koffie wordt nog steeds door dezelfde koffiejufrouw geschonken.

Maar ergens, ergens diep van binnen mis je iets, er zit een onverklaarbaar gevoel dat begon toen je je jas aan de kapstok hing. Je weet niet wat, maar er mist iets.

Langzaam loop je van lokaal naar lokaal. Je groet een (oud)leraar, maar wordt evengoed door een aantal leraren genegeerd, die het jaar daarvoor nog altijd zo enthousiast waren. Was dat allemaal gespeeld, of zien ze je echt niet?

Steeds langzamer loop je door. Je ziet af en toe een bekend gezicht, een enkele keer maak je een praatje. Maar toch mist er iets. Jouw school is veranderd in een school. Je ziet tientallen gezichten, maar slechts enkele herken je. De rest is een massa, grotendeels bestaande uit koters (brugklassers). Waar zijn toch die paar oudere jaars die je nog kent? Geen één is er te bekennen.

En dan weet je het weer. Alleen de lagere klassen zijn op tijd aanwezig bij dit soort avonden, de rest is standaard twee uur te laat, omdat het dan pas echt begint.

Je voelt je verloren. Je bent niet langer iemand die hier thuishoort. Net als je ouders kom je voor een ander.

Je gaat met andere ogen om je heen kijken. Je bent geen scholier meer hier, je bent iemand met herinneringen. Zoals je opa terugkijkt op zijn leven, zo kijk jij terug op je school.

Je ziet de gymzaal, en bent verbaast over de stank die er hangt. Was dat altijd zo? Niet dat je je kan herinneren.

Je loopt door de aula, en ziet de plek van die zoen tijdens het gala. Is dat al zo lang geleden?

Je werpt een blik in het laboratorium, en denkt terug aan de tijd dat de clown van de klas met de gasbrander speelde en bijna zijn haar in brand zette. Hoe vervelend hij soms was, opeens mis je hem.

Je loopt het beeldende vorming lokaal in. Er zit een onbekende leraar. Een jonkie nog, wellicht vier jaar ouder dan jij. Je kijkt om je heen. Hij heeft flink huis gehouden. Alle bekende tekeningen en andere kunstwerken van vorig jaar zijn verdwenen.

Je werpt een blik naar buiten, en ziet een bankje staan. Joúw bankje. De plek waar jij en je vrienden altijd stonden, in weer en wind. En nu zit er een ander groepje.

Je kijkt een lokaal in en opeens zie je ze zitten. Je klasgenoten. De één zit zoals altijd achterstevoren, de ander wipt op zijn stoel als vanouds, en de derde schrijft ijverig met de leraar mee. Je loopt naar je plaats, en gaat zitten. En dan is het weg, ze zijn verdwenen. Het was slechts een droom.

En dat is het moment om te vertrekken, met je hoofd al bij volgend jaar, als er opnieuw een project is gedaan. Maar maandag weer naar de universiteit. En wellicht, als je daar mee klaar bent, dat je wel voor altijd terugkomt. Maar nooit zullen ze meer terugkomen, je klasgenoten, en nooit zul je meer zo n lol met ze hebben als toen.

Dit artikel delen

Over de auteur