1. Beslagen

Beslagen

Ik zit op een oud, grijs bankje. De beenruimte is beperkt, dit geld ook voor het uitzicht. Een tiental mensen ademt zwaar in de hitte die de kachel veroorzaakt. De klanken van ‘I a little while’, schallen in mijn oren. Zogenaamd. Het meisje voor mij noemt zichzelf een vriendin, zo ook de vriendin die naast ze zit. Ik noem ze vrienden. Ik zie ze als mensen waarmee ik omga omdat ik niet alleen in de bus wil zitten. Ik hoor dat zij mijn naam roept en wat aan het vertellen is, ik reageer door mijn oortje uit te doen en te vragen om herhaling. De woorden slaan tegen het glas aan, mijn beperkte uitzicht verder beperkend. Hopelijk blijft er nog iets heel van dat grijze straatbeeld, iets om naar te kijken. Ik zou uren in het niets van een beslagen ruit kunnen staren, maar dat ziet er voor het andere tiental mensen zo vreemd uit.

Omdat ik niet weet hoe een creatie benoemd dient te worden, heb ik het opgezocht: elk woordje dient met een hoofdletter geschreven te worden. Ik ben nooit een groot fan van spelling geweest, en ik betwijfel of ik het ooit zal worden. In A Little While beschrijft het gevoel een mistroostig iemand. Zo zie ik dit nummer. Hij rekent erop dat hij er bovenop zal komen, en aan de kalme, vertrouwde basslijntjes en drums te horen is dit ook zo. ‘In a little while, surely you’ll be mine. In a little while, this hurt will hurt no more, I’ll be home, love.’ Maar ik zit in die ellendige bus met een tiental andere mensen. Voorlopig nog niet thuis. De wind speelt met de wolken, de grijze tinten in de hoogte wisselen elkaar in hoog tempo af.

Het is niet zo dat ik het erg vind om in de bus te zitten. Ik wou dat ik alleen in de bus kon zitten. Helemaal alleen. Ik zou in het midden gaan zitten, op het kleine trappetje, zodat ik door de voorruit kan kijken en mijn benen kan strekken. De beenruimte zorgt voor zere knieën. Op de een of andere manier houd ik het wel uit. Die andere mensen zitten nog steeds bij mij in de bus. Of ik bij hen. Het laatste is minder egoïstisch en geniet mijn voorkeur, neem ik aan. Mensen weten mij niet of wel te boeien. Een sterk karakter trekt mijn blik weg van de reeds compleet beslagen ruit. Heel even identificeer ik mij met de persoon. Heel even. Little while. Meestal is het niet goed genoeg.

Ik voel slechts eenzaamheid, geen verdraagzaamheid en ook geen gezelligheid. Alles wat ik doe is onderdeel van een act. Ik kan de rol aannemen van young urban professional, of van kantinekampioen. Ik speel gitaar, drums en speel ik viool in een orkest. Ik vertel mijn vrienden een verhaaltje over hoe ik mijzelf voordeed als geïntegreerde Fransman tegenover een wildvreemd meisje, en hoe ik haar op deze manier volledig in mijn ban kreeg. Net zoals ik dat bij mijn vrienden doe. De acterende acteur. De ware ik kijkt tussen de gezichten door naar buiten. Zij zien dat niet, en ik denk dat ik niet wil dat zij dat zien.

De ene mens is gecompliceerder dan de ander. Ik manipuleer en lieg zelfs als ik de waarheid spreek. Het doel hoort het behalen van zoveel mogelijk succes te zijn. Daarom neem ik alleen het beste over, de rest gaat via de uitlaat de grijze lucht in. Dr. Phil is een aparte man, een man die niet al te veel brengt wat mij interesseert, maar zijn stijl van praten is nu mijn stijl geworden, als ik serieus en geloofwaardig over wil komen. Op deze manier functioneer ik goed, ik heb onderhand een groot aantal vrienden: mensen die mij als een vriend zien. De aanpak blijkt al jaren succesvol, besef ik op het moment dat ik een verhaal afsteek over een leraar waarvan mij de naam gestolen kan worden.

Ik schrijf al een dikke zes maanden weblogs en recensie. Dit is het meest treurige verhaal dat ik ooit uit mijn vingers heb laten glippen. Ik geloof dat het treurig is, ik zou het zelf niet met zekerheid durven zeggen. Ik denk dat Ted uit How I Met Your Mother het treurig zou noemen. Wees niet bang, ik identificeer mezelf niet met verzonnen personages. Heel eventjes maar. Realiteit en fictiviteit liggen niet zover van elkaar. Ik geloof dat ik ook kan functioneren als normaal mens. Een normaal mens is een mens dat zich gedraagt op basis van gevoel, niet op basis van het rationele. Dan rest de vraag of ik überhaupt gevoel heb. Ik heb het nu niet over gevoelens als eenzaamheid of gebrek aan zelfvertrouwen. Ik weet dat ik tevreden met mijzelf kan zijn, zoals anderen nu tevreden met mij zijn. Hopelijk tillen ze niet te zwaar aan een verandering, een nieuw perspectief.

Ik denk dat de dam aan het kraken is. De chauffeur nadert de halte. Ik denk dat ik uit ga stappen. Oortjes in, Walk on. Hoe toepasselijk. Ik zie jullie nog wel een keer, denk ik. Ik zeg verder niet zoveel.

Dit artikel delen

Over de auteur