1. Attentie

Attentie

Haar handen omklemden het koude ijzer van het hek achter haar. Haar tenen, gestoken in glimmend gepoetste stiletto’s, staken over de twintig centimeter brede rand. Al schuifelend bereikte ze de plek die ze wilde bereiken: de hoek van het gebouw. Ze was goed zichtbaar boven de hoofden van de straatgangers, als een heiligenbeeld van vlees en bloed. Het was dus enkel een kwestie van tijd voordat iemand haar zag staan. Ze zou toegeschreeuwd worden, men zou 112 bellen, de hele straat zou in rep en roer verkeren. Ze genoot van die gedachte, alsof het voedsel was. Maar dat was nog niet genoeg. Het was haar doel om uiteindelijk door een paar sterke mannenarmen van haar benarde positie in veiligheid getild te worden. De heldin van het verhaal.

Ze had zich er zelfs op gekleed. Ze zou bewijzen dat ze nog steeds machtig en verleidelijk was en om het lot een handje te helpen, had ze een modieus, strak truitje, een lichtgekleurde minirok en twee rode schoenen op hakken aangetrokken. Haar benen waren in glanzende, donkere panty’s gesnoerd. Zelfs haar nagels waren gelakt. Bovendien was haar gezicht bedekt met een dikke laag make-up. Alles om er – in ieder geval van een afstand – mooi uit te zien.

De eerste mensen begonnen al te roepen en te wijzen. Nu werd ze ineens wél opgemerkt. Toen ze een jaar geleden anorexia had ‘gekregen’, was dat niemand opgevallen. Radeloos door die teleurstelling had ze haar ziekte tot een levensgevaarlijk extreem opgevoerd. En daarna had het nog eeuwen geduurd voor ze was opgenomen in een kliniek waar haar zelfbeeld werd opgekrikt door te praten met lotgenoten. Maar riskante acties als deze, nu, waren de enige waardoor haar gevoel van eigenwaarde echt steeg.

Intussen was de groep mensen beneden gegroeid tot een onrustige menigte. Allemaal voor mij, dacht ze, terwijl ze haar haren losknoopte en in de wind liet wapperen. Een beeld van een koningin, staand op een rots boven de woeste zee, kwam in haar op. Ze probeerde zich voor te stellen hoe ze zou reageren als zij daar beneden stond. Stil en met een gevoel van ontzag, waarschijnlijk.

Plots werd ze uit haar mijmeringen opgeschrikt door een luide stem. Een man was vanuit het gebouw het dak opgeklommen en liep nu langzaam op haar af. Zijn kalmerende woorden gingen echter verloren in de wind. Een gloeiend gevoel van trots en macht vervulde haar. Ze zou nog één dramatische beweging maken, een wanhopige blik op haar redder, die dan schreeuwend naar de rand zou sprinten om haar op te vangen, eer ze veinsde te vallen. Ze draaide even op één voet en wilde de man achter haar met een zwierig hoofdgebaar aankijken, maar hoorde onverwacht een krakend geluid.

Het laatste wat ze zag vóór ze tuimelend naar beneden stortte, was een rood glanzende, afgebroken hak.

Dit artikel delen

Over de auteur