1. 14

14

Marcus Allbäck speelde in een grijs verleden ooit voor Frieslands trots SC Heerenveen, het was een goede speler en hij stal de harten van de fans. Onder andere door SC Heerenveen te laten kwalificeren voor de Champions League. Toen hij later vertrok naar het buitenland heb ik hem altijd wel in de gaten gehouden. Zo is hij na het succes vertrokken naar Aston Villa. In het shirt van Villa heeft hij gespeeld met nummer 14, het werd geen succes, toch bleef ik hem in de gaten houden, mede dankzij FIFA 2003 (overigens één van de dieptepunten in de FIFA-serie). Toen bloeide ook mijn liefde op voor het Engelse voetbal, de Barclays Premiere League, met name voor – natuurlijk – Aston Villa. Later kreeg Manchester United mijn aandacht en daarna legde ik mijn focus op Liverpool FC. Nu heb ik geen echte favoriet meer, daarvoor is het een te mooie competitie, wel ben ik altijd benieuwd naar de ontwikkelingen omtrent Aston Villa. Dan komen we ook weer terug bij Marcus, de spits die aan de lopende band scoorde voor SC Heerenveen, maar geen potten kon breken in Birmingham – de plaats waar Aston Villa gevestigd is. In mijn tijd dat ik FIFA 2003 speelde, kon hij dat wel; ik (Marcus) scoorde aan de lopende band en daarnaast speelde ik expres altijd naar Allbäck zodat hij kon scoren.

Toen was ook de periode dat ik een beetje begon te voetballen op de amateur voetbalvelden van VV Oudehaske. Toen ik naar de D-pupillen ging en ik op het grote veld mocht voetballen kregen we ook rugnummers. Al snel had ik mijn nummer gekozen, rugnummer 14 moest het worden. Zo ging dat toen nog; je ouders kochten samen met jou voetbalschoenen die jouw grote held ook had en daarnaast, wanneer je met rugnummers speelde, koos je het rugnummer van je grote held. Mijn grote held was Marcus Allbäck, weliswaar was het een gevallen held, maar dat kon de pret niet drukken hij scoorde tenslotte aan de lopende band in FIFA 2003. Sindsdien heb ik altijd met nummer 14 gespeeld, zo nu en dan moest ik wel een ander nummer dragen. Wanneer dat moest gebeuren ging ik voor nummer vier, om twee redenen: het leek nog het meest op nummer 14 en ik was verdediger dus daar paste vier ook goed bij.

Dat was ook gelijk het grote verschil met mijn held, ik was een verdediger en scoorde vrijwel nooit, hij was een aanvaller en pegelde ze er in wanneer hij daar de kans toe kreeg. Niettemin waren de trainers tevreden over mijn werk als verdiger. En naarmate ik ouder werd zwierf ik door de verdedigingslinie heen; rechtsback, linksback, voorstopper en uiteindelijk mijn vaste stek de libero, ook wel laatste man genoemd. De rost in de branding was ik. Deze rol voerde ik met verve op aan het toegestroomde publiek. En nog steeds was daar dat shirt met nummer 14 wat ik droeg, je kon wel zeggen dat we met elkaar vergroeid waren.

Nee, ik droeg geen nummer 14 vanwege Johan Cruijff of omdat het mijn leeftijd was, nee vanwege Marcus Allbäck. Ik gebruikte het getal zelfs voor nicknames op internet en gewoon omdat ik het leuk vond, het werd mijn favoriete getal. Ik was zo gehecht aan mijn nummer 14 dat ik automatisch het shirt met het desbetreffende getal in mijn handen kreeg gedrukt, wanneer ik dan toch met een ander nummer speelde voelde er iets niet goed. Gelukkig kwam dit sporadisch voor en eigenlijk was het uitgegroeid tot een soort van bijgeloof. Met nummer 14 speelde ik beter dan met een shirt dat een ander getal op de achterkant had gedrukt.

Ik heb lief en leed gedeeld met nummer 14. Zo heb ik samen met hem harde duels uitgevochten met teams zoals Aengwirden, Renado, VVI, Heeg, Heerenveense Boys en de derby's met DWP. Maar die van Aengwirden waren nog wel hardst van allemaal en altijd had ik dan net dat beetje extra, dat geldde overigens ook voor mijn oude club SC Joure. Soms liep het wat teveel uit de hand, zo sloeg ik samen met 14 een speler van Aengwirden, was ik pas te controleren wanneer zes man op me sprongen tegen en in Woudsend, was daar de scheidsrechter van het Grouwse GAVC die het moest ontgelden en als toppunt was daar de verrassende linkse van mij tegen de leider van Renado/VVI. Allemaal dingen om niet trots op te zijn.

Ook heb ik hoogtepunten meegemaakt met 14. Mijn vele solo's a la Jaap Stam die dan aan de andere kant van het veld strande met een keihard schot over het doel of tegen het houtwerk. Toch was daar die ene geslaagde solo met een zwak schot dat toch het goal in rolde – zo scoor je weer eens na twee jaar droog te hebben gestaan. Waren er die eerder genoemde harde duels die ik heb uitgevochten met tegenstanders die elk jaar weer sterker werden, maar ik ook. Was er de coach die altijd maar zat te hameren over de motivatie die we lieten zien en het circusvoetbal wat niet goed uitpakte. De 'jacuzzi' die Sneek (of Lemmer) niet snel zal vergeten en wat ons op gedonder heeft komen te staan. Ook was er nog die band die om mijn linker arm zat, de aanvoerdersband, die ik zo nu en dan heb mogen dragen. En zelfs wanneer ik hem niet droeg, was ik alsnog de 'aanvoerder'. Daarnaast heb ik me zo nu en dan goed schor geschreeuwd om 'mijn verdediging' scherp te houden.

Maar het absolute dieptepunt was het moment dat ik afscheid moest nemen van 14. De nieuwe 'trainer' deed niet aan “shownummers”. Zelfs naar een betoog van mijn kant om 14 te behouden mocht niet baten, zijn wil was wet. Maar 14 was onomstotelijk aan mij verbonden en ik was onomstotelijk verbonden aan 14. Toen ik dus moest spelen met nummer vier voelde dit echt anders, daar was weer dat bijgeloof dacht ik bij mezelf. Bijgeloof of niet, het halve seizoen dat ik met nummer vier speelde was het absolute dieptepunt in mijn amateur voetbalcarrière, zelfs zo erg dat ik de sport vaarwel heb gezegd.

Uiteindelijk leek het wel op het verhaal van mijn held: Marcus Allbäck. De held die van zijn voetstuk viel, maar niet dat van de mijne. Ik zelf was ook van mijn denkbeeldige voetstuk gevallen, maar niet in de ogen van de club en mijn teamgenoten. Hoeveel problemen ik ze ook had gebracht, met man en macht hebben ze mij geprobeerd te behouden, maar nee mijn besluit stond vast. De enige die het niks kon schelen was de nieuwe 'trainer', lekkere trainer ben je dan denk ik dan bij mezelf. Ik mag dan ook hopen dat 14 in goede handen valt en dat de 'trainer' geen successen mag behalen, maar mijn oude teamgenoten die wel mogen behalen.

Dit artikel delen

Over de auteur