1. Vogelen.. een sluimerend virus

Vogelen.. een sluimerend virus

Het moet er maar eens uit: ik ben een vogelaar. Dit stukje mij heb ik de afgelopen jaren systematisch lopen ontkennen. In die tijd heb ik mijn uitvlucht gezocht in substitutie hobby’s, maar geen van deze brachten hetgeen wat ik zocht. Van videogames wordt ik regelmatig en vooral onnodig agressief en de gitaar staat in de voorkamer continue stof te happen. Ik ben op zeer jonge leeftijd, door een leraar, besmet met het vogelvirus, en het is ongeneeslijk. Het virus kan jaren achtereenvolgens door je bloed sluimeren maar het komt er ooit weer uit. Simpelweg omdat het onmogelijk is niets met vogels te hebben. Ze zijn in ons leven, geen mens sterft zonder ooit een vogel te hebben gezien. Iedereen kent een paar vogels, of je wilt of niet. De zwaan van de KLM-reclames, de duif van de Dam, Die grijze ooievaar die wij de Blauwe Reiger noemen & de mees van de pindasnoeren. Vogels zijn overal en het mooie is… ze zijn onvoorspelbaar. Je weet nooit wat je tegenkomt.

Vogelaars zijn vaak vreemde monomane, licht contactgestoorde snoeshanen. Ze dragen vaak geitenwollen sokken en een waterdicht ANWB windjack. Leve het cliché, tamelijk hardnekkig in stand gehouden door sommige algemeen bekende vogelaars – we noemen geen namen. Je hebt er tussen die hun dochter Merel noemen. Als je een collega hebt die Mees of Arend heet, dan weet je soms genoeg. De meeste vogelaars zijn echter aardige mannen, vrouwelijke vogelaars zijn een schaarse waarneming in het open veld. Vrouwelijke vogelliefhebbers ben ik enkel tegengekomen in een opvangcentrum of een asiel. Zij ontfermen zich liefdevol over de talloze raam- en verkeersslachtoffers en nestuitvallers. Mannen zien liever een jagende slechtvalk een wintertaling uit de lucht slaan. De man zoekt in het open veld naar nieuwe soorten en vervult hiermee zijn diepste drijfveren, de restanten van een jachtinstinct? Om een Havik te zien kan ik ook naar Avifauna. Maar het gaat om de vrije vogel. Misschien zelfs niet enkel om de Havik, maar om de káns op die Havik. De totale onvoorspelbaarheid van wat je gaat tegenkomen. Met vogels heb je contact, meer dan met vlinders of libellen. Je kijkt….en je ziet dat die vogel jou ook ziet. Dan gebeurt er iets. Nee, die vogel is niet aan het ‘mensen’ die vogel kijkt om te zien: waar kan ik terecht, welke plek kan ik benutten? Vogels zijn betere kijkers dan vogelaars. Zij zien jou vaak eerder dan omgekeerd.

Inmiddels ben ik weer begonnen met deze zeer vermakelijke vorm van tijdverdrijf. Je komt weer buiten en je dwingt jezelf vroeger naar bed te gaan omdat een Roodborsttapuit op zijn mooist is in de volle ochtendgloren. Afgelopen weekend heb ik mijn vierde vogelgids gekocht. Dit is altijd een speciaal moment. Een goede vogelaar zweert namelijk bij zijn oude gids. Mijn eerste gids kreeg ik van mijn vader, het was ook zijn eerste. Samen met mijn jeugdvriend hebben we door die oude geschilderde illustraties van een Torenvalk een Vale Gier weten te maken. Toen kwam de Peterson. Een aardige gids maar vanaf het begin verschrikkelijk achterhaald in zowel tekst als illustratie. De gids die volgde was mijn bijbel. Lars Jonnson heeft me veertig jaar lang door de woestijn van onwetendheid geholpen. Maar het is tijd voor het nieuwe testament, de ANWB Vogelgids van Europa overtreft al mijn verwachtingen. Met deze gids ga ik op jacht naar alle 258 Nederlandse vogels. Met deze gids in mijn rugzak voel ik me nu nog smerig en schuldig. Het is alsof ik vreemd ga. Ik weet echter dat ik snel aan deze nieuwe liefde ga wennen. Ze is immers mooier en jonger dan haar voorgangsters. Mijn oude liefdes staan inmiddels naast elkaar in de kast maar vergeten doe je ze nooit.

Waarom vogels, en niet kikkers, langpoten, salamanders of vossen? In Nederland zijn alle dieren genageld aan een specifiek natuurgebied, een bepaalde sloot of een speciaal loofbos. Elk zoogdier zit in Nederland gevangen tussen een paar snelwegen. Zo kun je in de Veluwe, Wilde Zwijnen en Edelherten verwachten. In het bos vlak bij je huis loopt vast wel een Ree en je opa weet misschien nog wel een Vos te zitten. In Nederland moet je echter ontzettend veel geluk hebben om bijvoorbeeld een Das of een interessante vleermuissoort aan te treffen. Nu zijn er uitzonderingen van hier en daar een dolfijn, een (koren)wolf of rode lynx maar dat is waarschijnlijk een ‘once in a lifetime opportunity’. Bij vogels is het echter een ander verhaal. Na een flinke noorderstorm, tijdens de trek of na een lange vorstperiode weet je nooit wat je te wachten staat. Er kunnen tientallen niet inheemse soorten het land binnenfladderen. Juist dit maakt vogelen zó interessant. Het verrassingselement is altijd aanwezig. Je hoeft niet te verwachten dat er een groepje Elanden over komt waaien wanneer het te koud wordt in Zweden. Een groepje Pestvogels spotten is dan wel weer mogelijk. Vogels zijn de echte wereldburgers, de ultieme Europeanen – zij kennen geen grenzen en maken geen onderscheid in nationaliteit. Voor hen is er slechts de wereld.

Lees al mijn weblogs op:

http:/onweersproken.wordpress.com

Dit artikel delen

Over de auteur