1. Coen's platenkast: Led Zeppelin - Led Zeppelin II

Coen's platenkast: Led Zeppelin - Led Zeppelin II

De manier waarop een album opent, is naar mijn mening zeer belangrijk voor het verloop van de rest van de desbetreffende langspeelplaat. Het zorgt ervoor dat ik wordt uitgenodigd om verder te luisteren en me te laten verdrinken in de belevingswereld van de band. Sommige groepen weten hierin te slagen maar anderen falen hier jammerlijk in. Als de openingsriff van “Whole Lotta Love” mijn trommelvliezen echter doet trillen, kan mijn plezier niet meer op. De bluesrock van “Led Zeppelin I” was al zeer heftig voor het publiek maar met de opvolger van de laatstgenoemde plaat is het officieel. Nadat bands als Steppenwolf (bekend van “Born to be Wild”) al in 1968 een beetje experimenteerde met de scheurende gitaren, gaat Led Zeppelin nog een stapje verder. De hardrock heeft officieel zijn intrede gemaakt in de popmuziek.

De virtuositeit van de bandleden zorgde er namelijk voor dat ze het in zich hadden het nieuwe genre aan het publiek te presenteren. Jimmy Page staat namelijk nog steeds bekend als een van de beste gitaristen aller tijden. Het mag dan ook geen toeval heten dat hij in de recent verschenen documentaire “It Might Get Loud” zijn mede-gitaristen the Edge (U2) en Jack White (the White Stripes) er verschrikkelijk makkelijk uitspeelt. De ritmische sectie mag natuurlijk ook zeker niet vergeten worden, zowel John Bonham (drummer) als John Paul Jones (bassist) worden geprezen voor hun vakmanschap op het door hun bespeelde instrument. Zo zijn bijvoorbeeld de fills van Bonham in de balade “Thank You” van een uitermate hoog niveau (om nog maar te zwijgen over de geweldige drumsolo in “Moby Dick”), terwijl Jones zijn basgitaar bijna als een lead-instrument laat klinken op “the Lemon Song”.

Een aparte vermelding moet natuurlijk gemaakt worden voor de zang van Robert Plant. Net als op het eerste album zingt de beste man zijn longen uit het lijf met geweldige uithalen en andere dergelijke oerschreeuwen. Samen met Page schreef hij ook het grootste gedeelte van de teksten waardoor de vocalist ook oprecht op de luisteraar overkomt. Daarbij komt ook nog eens dat de band heerlijk op elkaar is ingespeeld, beste voorbeeld hiervan is “Bring It On Home”. Het ietwat flauwe en geforceerde intro zorgen ervoor dat de overgang van ouderwetse blues in venijnige hardrock extra hard aankomt bij de luisteraar. Wat volgt is een catchy riff die op de hielen wordt gezeten door een geweldige baslijn van Jones gecombineerd met het drumwerk van Bonham. Tot slot komt Plant daar nog eens overheen om het geheel compleet te maken.

Toch is dit niet de beste song van het album, die eer is namelijk gereserveerd voor “Heartbreaker”. Een smerige song die een en al doem en verderf uitstraalt, een herkenbare riff leidt het nummer in en zoals de titel al doet vermoeden wordt er in ieder geval niet gezongen over de liefde van iemands leven. Door dit soort hoogtepunten is het extra jammer dat de productie niet altijd even goed gedaan is. Zo zijn vrijwel alle tracks op het album zeer sterk als een op zichzelf staand nummer maar wanneer het album als een geheel beluisterd wordt, klinkt het op momenten wat rommelig. Een kleine smet dus op dit fantastische album.

Al met al kunnen we “Led Zeppelin II” dus met recht een verschrikkelijk goed werkstuk noemen. De plaat doet naar mijn mening namelijk mee in de grote reeks klassiekers die het prachtige jaar 1969 rijk was (onder andere “Abbey Road” van the Beatles en “Tommy” van the Who). Het album heeft namelijk veel een veel meer impact gehad op de muziekgeschiedenis van de afgelopen 50 jaar dan bijvoorbeeld zijn voorganger of de eerder genoemde plaat van Steppenwolf. Na een bruisend jaren zestig was het Led Zeppelin die een nieuwe stroming inwijdden, de jaren zeventig konden beginnen…

Some people cry and some people die by the wicked ways of love;

But I'll just keep on rollin' along with the grace of the Lord above.

Jimmy Page, Robert Plant, John Bonham, John Paul Jones (Heartbreaker)

Dit artikel delen

Over de auteur