1. Het verhaaltje

Het verhaaltje

Ziekenhuisprogramma

In de films zeggen ze altijd dat voordat je doodgaat, je eerst Vegas gezien moet hebben. Mijn ouders geloofden dat niet en ik geloof het ook niet. Zij omdat ze eigenlijk in geen enkele plek op aarde geloven en ik omdat Las Vegas er uitziet als een keutel in de woestijn.

Toen ik een paar uur geleden thuis kwam, zat mijn moeder verkleumd achter de tv. Om nou te zeggen dat we een goudmijn onder ons huis hadden is overdreven, maar een vloerverwarming zat er wel degelijk. Dat besef is mijn moeder ontgaan, want mijn moeder gaf niet om de vloerverwarming, mijn moeder gaf alleen maar om iedereen in de hele wereld. De televisie stond bij ons de hele middag aan, en ook vaak ’s avonds. Mijn moeder was een echte moeder omdat ze zich altijd zorgen maakte om iedereen. Niemand ontkwam aan haar oprechte nieuwschierigheid en als het even meezit ook niet aan haar gemeende medelijden. Toen de kat van de overburen stierf besloot zij om het arme beestje uit de vuilniston te halen en te begraven, om daarna de getraumatiseerde oud-verzorgers te steunen in die moeilijke tijd. Ze rookte Marlboro en keek ziekenhuisprogramma’s.

‘Everybody lies’, zei de dokter op televisie. Ik durf niet te twijfelen aan zijn gelijk. Liegen is nodig om te leven. De mens leeft van zijn leugens en van de leugens van anderen. Als de werkelijkheid gelijk zou staan aan de waarheid zou de halve wereldbevolking zich van kant maken, dan zou het leven geen zin meer hebben, zo saai zou het worden. Verveling leidt tot stilstand, en stilstaan is de dood. Mijn moeder begrijpt dat niet, ik heb geprobeerd het aan haar uit te leggen. ‘Mam, als je elke dag alleen maar televisie blijft kijken en wacht tot je doodgaat, waarom spring je dan niet gelijk voor de trein?’ zei ik. Die trein hoor je hier elk halfuur langskomen en beneden is het altijd koud, dus ze zou echt niet doodgaan van het wachten op het gevaarte van haar dood. Haar blik toen ze vroeg of ik gek geworden was deed me pijn. Ik verwachtte dat ze zou gaan schreeuwen, maar in plaats daarvan begon ze een uitleg: een simpele uitleg. Een simpele uitleg over het simpele feit dat ze dagelijks ziekenhuisprogramma’s bekijkt. Om de gedachten even op nul te zetten, even de dagelijkse sleur te onderbreken. Ik gaf het op en ben maar naar boven gedaan, liever een dode moeder dan een achterlijke.

Mijn hoofd deed pijn toen ik op het bed knalde. Het ontbreken van het kussen ontroerde me. Hoe kan een mens leven zonder kussen? Liefde is alles wat ertoe doet in een leven, dus ik ging op zoek naar mijn kussen. Buiten hoorde ik geschreeuw, de trein kwam weer langs en een van de oudjes ging uit z’n dak. Het bejaardentehuis naast ons had duidelijk wel een goudmijn onder zich, anders zou dat nieuwe glazen afdak waar ze met z’n allen onder zaten niet gebouwd kunnen worden. Toen ik dat vertelde tegen het oudje dat elke keer opsprong als er een trein langskwam, vertelde hij mij dat onze goudmijn eigenlijk geen goudmijn was, maar een soort soepkom vol met vloeibaar goud. Elke maand stroomde er een beetje van ons goud naar de kelder van het tehuis, zodat zij daar ook wat hadden. Zelf waren ze te verroest en verrot om hun eigen goudvoorraad aan te vullen, dus het leek me wel rechtvaardig te noemen.

Mijn moeder had echter een hekel aan al die lieve oudjes en met name aan het oudje dat zo vol van vreugde en leven was op het moment dat het gele monster langskwam. Wanneer ik terugkwam van bezoek en een oudje meegenomen had om aan haar voor te stellen, kreeg ik een stevige draai om m’n oren en werd het oudje in de bijkeuken opgesloten. Zo kwam het dat ze tientallen jaren later nog regelmatig botten zouden vinden in ons kleine achtertuintje. Mijn vader lag er trouwens ook, al heel lang, nog voordat mijn moeder naar ziekenhuisprogramma’s keek. Mijn moeder geeft om iedereen in de hele wereld, maar vooral om mijn vader. Omdat ze claimde niet naar buiten te kunnen omdat ze zo’n last van haar longen had, kreeg ze een uitkering en toestemming hem in onze achtertuin te begraven. Everybody lies. Mijn vader was al een tijdje ziek en toen heeft ze hem vermoord. Dat is ook een reden waarom mensen zoveel van onwaarheden houden, als iedereen de nare dingen zou weten dan zou op den duur zelfs een bankdirecteur er bedroeft van worden. Daarom vertelde ze, droevig om het verdriet van de mensen die haar kwamen troosten, dat hij het leven niet meer mag zitten, dat het teveel was en dat zij hem op een avond de toestemming gaf er een eind aan te maken. Daarna kwam ze het huis niet meer uit en begon ze zich nog meer zorgen te maken om de oude zieken op televisie.

Toen ik weer naar beneden liep om te kijken wat er die avond gegeten zou worden door mij en mijn moeder, was ik verbaasd toen ze er niet was. De televisie was uitgezet, maar de heerlijke opwarmpizza zat wel in de magnetron. We hadden dan wel geen goudmijntje maar wel een prachtige magnetron, zo eentje waar je twee pizza’s in kan doen naast elkaar. De duomagnetron, zo noemde mijn moeder het apparaat. De arme oudjes die af en toe opgesloten zaten in de bijkeuken hadden pech, aangezien het een magnetron voor duo’s was en niet voor trio’s. Mijn moeder zei dat ze het heel zielig vond –ze gaf om iedereen ter wereld- maar ze kon er niks aan doen dat er maar twee pizza’s in pasten. Maar dit keer zat er maar een pizza in. Een paar uur later vonden ze haar langs het spoor, haar lichaam perfect doormidden als een plakje salami op heerlijk gesmolten kaas. Helaas droogte de liefde van mijn moeder voor de wereld uit als het gouden riviertje waarvan de oudjes konden schijten.

Dit artikel delen

Over de auteur