1. de Middelbare School

de Middelbare School

Men zegt wel dat je je eerste stappen op de middelbare school kunt herinneren. Ware het niet dat ik deze niet kan herinneren, ik zie mezelf niet voor het eerst door die deuren lopen. Mijn eerste herinnering is dan ook de opmerking van een moederfiguur op een informatieavond. Moeders vraagt zeer serieus aan meneer de directeur als haar dochter hierna ook kan doorleren voor kapster. Het antwoord van meneer de directeur weet ik niet, maar we gaan ervan uit dat hij rustig en beleefd reageerde en antwoorde met een ‘ja’, dan vind ik het bewonderenswaardig dat je zo rustig kunt blijven tegenover zo’n leeghoofdig moederfiguur. Mevrouw, dit is het VMBO waar je leert voor geen enkel vak en er alleen voor wordt gezorgd dat je van de straat blijft – wat dan zelfs nog niet lukt – daarna pas specialiseer je op een vakgebied, dat kan kapster zijn inderdaad. Het rare is dat ik wel het gevoel deel met anderen dat de middelbare school snel voorbij gegaan is, ik deel zelfs de mening dat deze te snel vervlogen is. Ik kan me mijn eerste dag nog wel deels herinneren, lekker vroeg vrij omdat het nog niet geheel duidelijk was wie er nu techniek had en wie wel. Verder is het een zwart gat, de eerste dag.

Natuurlijk weet ik me te herinneren dat je bij binnenkomst via de hoofdingang met de dubbele rode deuren als eerste het tv-schermpje zag hangen in de kantine. Dat aan je rechterhand zich de receptie bevond en aan de linkerkant de Blauwe Kamer was, waar je niet wou zijn vanwege saaie vergaderingen en mondelingexamens. En wanneer je doorliep was daar de kantine met zijn vele stoelen en tafels die op het moment van binnenkomst nog netjes opgesteld waren, maar aan het einde van een pauze schots en scheef stonden met de smerigste boterhammen met kaas van moeders rond gesmeerd op de tafels of de grond. Soms zag je nog wel eens zo’n brugklasser met chocolademelk in zijn broek en een rood aangelopen hoofd lopen en tierend tegen de Dader Vierdeklasser: “Pas maar op! In de vierde pak ik jouw lekker terug!” En ja, wanneer dan de vierde klas aangebroken was, was het slachtoffer niet aanwezig in de vierde klas en ontbrak van de dader ieder spoor. Rara, hoe kan dat?

En aan de twee uiteindes van de kantine was er de gang naar de kapstokken en kluisjes. Daar gebeurde veel, heel veel zelfs, zoals het proppen van slechte gedichten in de tassen van een leuk iemand tot en met de boerenkinkels die rondliepen met tampons in hun neuzen. Vergezeld aan deze kant door de automaten (die altijd behoefte hadden aan geld) en de balie met de ham-kaas tosti’s en natuurlijk de klassieker, het Broodje Bal. Het liefst vergezeld met zoveel mogelijk mayonaise als dat er aanwezig was. Aan de andere kant bevond zich de gevreesde trap naar boven mocht je geen zin hebben in de les, de gang naar het Open Leercentrum met ontploffende computers – overigens niet verbazingwekkend met een Irakees die de beheerder was – of de deur naar buiten om lekker te spelen met de geiten, de slangen of over te gooien met muizen in emmers, wanneer je graag een Nike petje droeg en je bekenste zin was: “Bof! Stoeproane!”. Naast muizen bevond zich daar natuurlijk ook nog de kassen met de planten waar vrijwel niemand zich graag ophield, of je moest in het bezit zijn van een rood plukje haar.

Liep je terug en ging je dit keer de trap op dan kwam je terecht op de eerste verdieping. Op de eerste verdieping kreeg je vaak les in Engels, Nederlands of Duits. Bij Engels was tipex de belangrijkste grondstof voor alles en werd de les beheersd door een donkere grafstemming – na nader onderzoek weer niet verbazingwekkend als je favoriete band The Cure heet. Tijdens Nederlands was je (of alleen ik) getroffen door het noodlot met een lerares met dezelfde achternaam en de Duitse grammatica werd herschreven, het is nu Stam + q in plaats van Stam + e. Weer een verdieping hoger, de tweede verdieping, vond de verschrikking plaats met wiskunde en economie. Wellicht wat overdreven maar een klein percentage wist ook daadwerkelijk negens en tienen te halen voor dit van cijfers overladen vak. Daar stond economie tegenover, het maken van huiswerk was lastig voor velen, al helemaal om bij de les te blijven en het toch te halen met magere zessjes.

Daalde je weer af naar benden, liep je langs de kapstokken en blauwe kluisjes dan kwam je terecht bij het altijd prettig gestoorde Natuur-/Scheikunde. De stereotype-leraar met bril, baard en enthousiasme voor alles dat explodeerde, brandde, rookte en brandalarmen die afgingen. (Jammerlijk genoeg is de caravan nooit de lucht in gegaan.) Hier hebben we kunnen ruiken naar afgeschroeid wenkbrauwen. Naast het NASK lokaal bevond zich Biologie. In de tweede klas was dit bij met name één jongen een les die overliep van de puberale hormonen. Wie gebruikt z’n boeken nou, als je iets heel anders kunt gebruiken waar je meer plezier aan beleeft, of niet mevrouw? En in latere periodes was je hier niet meer welkom, aangezien je dan bestempeld werd als NSB’er of overloper omdat je koos voor de leuke en chaotische bende van de professor hier naast.

Natuurlijk ontbrak techniek ook niet, waar de baard van de leraar opzienbarend genoeg nooit bij in de brand is gevolgen. Maar aan de andere kant van het kleine gele gangetje bevond zich de deur die al sissend open ging wanneer je het lokaal betreede en om dan nog niet te spreken van de binnenkomst van Beppe Turbo. Hier hebben zich, tijdens het knutselen en kliederen, vele dingen afgespeeld. Wat te denken van de met blote tenen wegschoppende blokjes man opgesloten in het magazijn door middel van een simpele bezem voor de deur en smeulende schuurmachines. Maar het mooiste is natuurlijk de kapotte lichtbak, de barst die er in zat nadat er een schitterend kunstwerkje opgevallen was doordat de deur te hard werd dicht geslagen. Eigenlijk zou dit schitterende kunstwerkje moeten worden gehuldigd en verklaard worden tot ere lid van de school. Want het was deze die ervoor zorgde dat de man met de grootste mond het kleinste zaakje had en de rekening bij de directie nog net te overzien was.

Of het koken en bakken, waar deeg gevormd werd tot een gigantische jongeheer of bij de man die deze jongeheer creeërde zelf een gigantische jongeheer kreeg omdat het de zus van je beste vriend binnen komt lopen. En hier kwam je erachter dat boerenzonen het niet zo nauw nemen met de opgelegde ingrediënten, een beetje van dat, een beetje van dit en klaar is kees. Of het kankeren op de radiozender en het geschreeuw van de leraar om te zeggen dat deze zachter moest. Natuurlijk was daar ook nog het nuttigen van al jouw zelf klaar gemaakte gerechten of het laten zitten in je kluisje voor een geheel jaar.

De ene naar de andere herinnering kun je zo oprakelen van de middelbare school. Deze ligt nog vers in het geheugen, maar wanneer je er zo over nadenkt ligt het toch al een eindje weg. Wetende dat je deze gebeurtenissen moet koesteren en later wanneer je ouder bent moet oprakelen met saaie reünie’s of bbq óf wat ze al wel niet verzinnen. Misschien dat je later bij elkaar in de straat komt te wonen of niks meer van elkaar hoord, omdat de ene verhuisd is naar Amerika en de ander naar Engeland? De een ’s werelds beste danseres is geworden en de ander maar een simpele accountant ergens in Leeuwarden. Vecht de één aan het front en zit de anderen boekjes te schrijven over de middelbare school. Het was een wijze les van mijn ouders, geniet van de pubertijd, want later zou je willen dat je er meer had uitgehaald. Daar sluit ik me bij aan en zo’n herinnering als mijn (en onze, om te spreken namens mijn klas) middelbare schoolperiode draagt daar zeker aan bij.

Dit artikel delen

Over de auteur