1. Aestas Inferna Part 8

Aestas Inferna Part 8

En we gaan gewoon maar verder!

Part 8: Leerling en meester.

Het zweet druppelde van zijn voorhoofd terwijl hij de zoveelste zwaardslag ontweek. Snipert was bont en blauw maar wilde niet opgeven, niet nu, niet terwijl hij zo dichtbij was. Bij de laatste aanval liet zijn tegenstander ruimte open aan zijn linkerzijde. Snipert draaide om zijn as en sloeg met zijn grote tweehandige slagzwaard op de geharnaste rug van zijn tegenstander. Deze zakte op zijn knieën en liet zich vallen. Triomfantelijk torende Snipert boven hem uit met de punt van zijn zwaard koeltjes gericht op zijn keel. De man begon te lachen, “Je leert snel beste jongen, help me eens overeind.” Snipert stak zijn zwaard in zijn schede en stak zijn hand uit naar Ser Orange. Toen deze weer op zijn benen stond klopte hij het stof van zich af en liepen de beide mannen richting hun kamp. Ze waren nu een paar dagen onderweg naar de noordelijke stad Zevenburcht. Het grootste deel van de dag brachten ze door met rijden, maar een paar uur voor zonsondergang liet Ser Orange hen stilhouden om Snipert te onderleren in het zwaardvechten. Het was slopend, maar Snipert wilde dat niet laten merken. Hij wilde een goede moderator worden en dit hoorde daarbij. Terwijl Orange wat van de ratsoenen aan het klaarmaken was voor het avondeten stak hij van wal met het andere deel van de training, het vergroten van Sniperts kennis over het land. Ser Orange herinnerde Snipert er maar wat graag aan dat de geest scherper dient te zijn dan het zwaard, en vandaag stond de historie van Zevenburcht op het programma.

“Je weet hoe Zevenburcht aan zijn naam komt toch?” vroeg Orange terwijl hij de kookpot op het vuur zette. “Ja, het is vernoemd naar de grote 7threst uit de legendes toch? Die daar een burcht bouwde?” Orange glimlachte en ging naast hem zitten. “Klopt helemaal, nadat 7threst, Sadist en al die oude helden afgerekend hadden met degene niet genoemd mag worden werd hij benoemd tot landvoogd van het noordoosten. De eerste tien jaar verliepen redelijk vredig…” Snipert kende dit deel van verhaal ongeveer, hij had er ooit eens iets over gehoord tijdens school. “Tot de invasie toch?” Orange knikte en vervolgde zijn verhaal. “Tot de invasie van undercovergamistan inderdaad. Die undiërs kwamen van over de zee en Igianië was de revolutie en het verraad nog niet te boven. We werden compleet onder de voet gelopen.” Ser Orange roerde nog eens in de ketel en schraapte zijn keel. “Ze kwamen zo ver als het weeaboo forest, totdat 7threst de tegenaanval in zette. Volgens de overlevering was hij tien tegen één in de minderheid, niemand in de senaat had verwacht dat hij het voor elkaar kon krijgen.” Snipert luisterde aandachtig terwijl hij een kop soep aan nam van Orange. “Maar zijn eenheden hadden superieure training en moraal. Na een veldslag van een halve dag namen de Undiërs de benen. De geruchten gaan dat een kleine groep boogschutters te paard onder leiding van 7threst zelf de reden waren van de winst die dag.” Snipert kende dit deel van het verhaal nog niet, alleen de algemene zaken waren in zijn les besproken. Hij was enorm gefascineerd door het verhaal. “Hoe kan dat dan?” vroeg hij zich af. “Superieure training en een hoog moraal. Dat zijn zaken die je nooit moet onderschatten, oorlogen en gevechten zijn nooit simpelweg een rekensom. Een begenadigd leider of vechter kan bergen verzetten en wonderen verrichten.” Snipert liet het verhaal eens even bezinken en dacht na aan de les die hij er uit zou kunnen trekken. Maar zijn nieuwsgierigheid naar het einde van het verhaal kreeg uiteindelijk toch de overhand. “En toen?” vroeg hij. “7threst zwoor dat zoiets als dit nooit zou mogen gebeuren, dus lieten hij een enorme burcht bouwen op de hoogvlakte in het noorden. De stadsmuren zijn bijna even hoog als die van Frontpagia en de burcht beslaat 5 hectares. Toen het af was reedt 7threst met zijn boogschutters te paard de poorten uit en er is nooit meer iets van hem vernomen. De burcht stond bekend als 7threst’s burcht. In de loop der jaren groeide er een stad omheen en verbasterde de naam naar Zevenburcht.” De zon was ondertussen al geruime tijd onder en het vuur knapperde gezellig tussen de beide mannen in. “Dus niemand weet wat er met hem gebeurt is?” Vroeg snipert. “Zoals met veel helden uit de legendes hun einde onbekend. Net als met Sadist, Mehri en Aiii verdwenen zij uit de analen van de geschiedenis zodra hun rol gespeeld was. Zo is het leven.” Dat deed Snipert denken aan zijn oom, vernoemd naar de legendarische Aiii. Hij hoopte vurig dat het verhaal van zijn oom nog niet afgelopen was. Doodmoe begaf hij zich naar zijn bedrol. Het duurde niet lang voordat hij in slaap viel.

De zon was nog niet op of Orange maakte Snipert alweer wakker om hun tocht te vervolgen. Tijdens het middaguur viel Snipert bijna van zijn paard af van de slaap. Zijn nachtrust was wederom verstoord door die afgrijselijke dromen die hij nu al weken had. De brandende zon op zijn harnas verhielp zijn ongerief absoluut niet. Het leek Orange op te vallen en die liet de paarden even stilhouden voor een korte pauze. Terwijl Orange stond te wateren bij een boom plofte Snipert uitgeput neer in de schaduw. “Ik jakker je toch niet te erg af met de zwaardvecht- en geschiedenislessen toch? Je ziet er uit als een wandelende dode.” Snipert schudde zijn hoofd en legde uit dat hij gewoon slecht had geslapen. “Slecht geslapen?” antwoordde Orange… “Het valt me inderdaad op dat je nogal onrustig slaapt als ik de wacht aan het houden ben. Nachtmerries?” Snipert had gehoopt dat hij dat niet zou vragen. Hij zou best willen vertellen dat hij nachtmerries had, maar Orange zijn volgende vraag zou natuurlijk zijn wat er precies gebeurde, en dat wilde hij hem niet vertellen. Vooral niet sinds vanaf het vertrek van Frontpagia het dode lijk van Ser Orange zijn opwachting had gemaakt in zijn dromen. Ser Orange leek Snipert ongenoegen aan te voelen en vervolgde: “Je hoeft me niet te vertellen wat je droomt hoor, een man zijn dromen zijn zijn eigen. Maar is het elke keer dezelfde?” Die vraag kon Snipert wel beantwoorden dacht hij. “Grotendeels wel. Sommige dingen vullen zich naar mate de tijd verstrekt met meer detail in.” Orange knoopte zijn broek weer dicht en keek bedenkelijk. “Hmmm… ik kwam in Offtopica ooit eens een sjamaan tegen. Eend heette hij. Hij was onderricht in allerhande onderwerpen, maar toevallig hadden we het toen over dromen en nachtmerries. Hij vertelde me dat een constant terugkerende droom voorspellende waarde zou kunnen hebben. In het zuidoosten van het land waren volgens hem vroeger zogenoemde droomwandelaars. Mensen met de gave om de toekomst te dromen.” Het zweet stond Snipert op de rug, en niet alleen door de verzengende hitte. Als zijn dromen inderdaad de toekomst waren… “Maar goed, die sjamaan had wel meer vreemde theorieën. En de helft van de tijd had ik eerlijk gezegd géén idee waar hij het over had.” Snipert wierp hem met moeite een glimlach toe, terwijl Orange de kaart van het land ontvouwde. “Kun je een beetje kaartlezen?”

Snipert bekeek de kaart eens goed en wees toen een plek aan. “Heel goed, daar zijn we inderdaad zo ongeveer.” Orange vouwde de kaart weer op en de beide mannen stegen hun paard weer op.

De komende twee dagen brachten de twee ruiters door op de weg, afgewisseld met het oefenen met zwaardvechten, lessen en slapen. Onderweg had Ser Orange nog aan Snipert gevraagd of hij ergens een meisje op zich had wachten. Snipert voelde er weinig voor om zijn collega moderator te vertellen over zijn gevoelens voor Monniejj. Ook al wilde hij eigenlijk niets liever dan er honderduit over praten, had hij hem een kleine leugen verteld over een oud vriendinnetje in zijn geboortedorp. Orange had vervolgens verteld over zijn vrouw in San Medius, hij probeerde haar kennelijk zo vaak mogelijk te zien, maar dat was lastig met zijn moderator taken. Zijn twee kinderen herkenden hem soms niet eens als hij thuis kwam. Snipert kreeg het idee dat Orange hem eigenlijk wilde troosten, dat het leven als moderator je weinig ruimte liet voor andere zaken. Maar dat hielp bijzonder weinig. Daarnaast kwam Snipert tot de conclusie dat wanneer twee mannen zo lang constant op elkaars lip zitten je op een gegeven moment weinig meer te zeggen hebt. Grote gedeeltes van hun rit brachten ze in stilte door. God mocht weten waar Orange op zulke momenten aan dacht. Misschien zijn vrouw en kinderen, of een bepaald vraagstuk waar hij op eerdere onderzoeksopdrachten mee bezig was geweest. Snipert dacht voornamelijk aan zijn dromen en Monniejj. Hoe langer de tocht duurde hoe meer hij gevoel kreeg dat hij hier niet moest zijn, hij wilde terug naar Monniejj en hij wilde op zoek naar zijn oom. Ook miste hij zijn vader vreselijk, waar die op dit moment ook zou zijn. Waarschijnlijk bij Heer Buwalda, in de koelte van zijn grote marmeren huis. Met een beter leven dan dat hij op de aardappelboerderij zou hebben gehad. En ook Snipert had het niet slecht gedaan. Hij was een heuse moderator met een missie op weg naar een plek die hij in zijn oude leven nooit had kunnen zien. Vreemd genoeg gingen zijn gedachten ook naar Jaspert, zijn jeugdvriend. Zou die nog steeds in de havens van Exchangium werken? Nadat zijn vader opgepakt was voor stropen is hij in die richting vertrokken. Zou hij hem ooit weer zien?

De mannen hadden besloten nog even in het donker door te rijden om wat verloren tijd in te halen. De schemering had zich ingezet en de plek waar ze nu waren was volgens Ser Orange ook nog eens te gevaarlijk om te slapen. Veel wilde dieren en bannelingen. Daarnaast waren ze op steenworp afstand van de rand van het weeaboo forest. Een bos waar de meest vreemde verhalen over de ronde gingen. De maan was vol en verlichtte het pad genoeg om er veilig over te rijden, bij een doodzwarte nacht zou dat zelfmoord geweest zijn. Toch hadden ze ervoor gekozen stapvoets te rijden, voorzichtigheid tonen was volgens Orange een belangrijkere eigenschap dan onbezonnen moed. Opeens gaf Ser Orange een teken dat Snipert moest stoppen. “Wat is…” Snipert werd ruw onderbroken door een zacht gesis uit de mond van Ser Orange. Heel zacht fluisterde Orange: “We zijn niet alleen…” Snipert had niets gehoord of gezien, maar als hij één ding geleerd had deze tocht was dat wel dat Ser Orange kennis van zaken had. En als deze moderator hem een serieuze opdracht gaf, dan voerde hij hem uit. Orange steeg af van zijn paard en met zo min mogelijk geluid ontblootte hij zijn zwaard. Snipert volgde zijn voorbeeld en spitste zijn ogen en oren voor het minste geluid of beweging in zijn directe omgeving. Hij kon echter niets opvangen. En dat was het vreemde, hij hoorde letterlijk niets. Geen uilen, geen insecten, geen dieren. Zelfs geen geritsel van bladeren in de wind. Niets.

En opeens was daar vanuit het niets een stem. “Laat je wapens vallen, of bekoop het met je leven.” En net zo onverwachts als de stem was daar opeens een fel licht. Terwijl Sniperts ogen zich aanpasten zag hij in de richting waar de stem vandaag kwam een silhouet van een persoon op een paard, die een gespannen boog in hun richting hield. Opeens zag hij overal dergelijke silhouetten, ze waren omsingeld. De ruiter die hij als eerste zag leidde haar paard een aantal passen naar voren. Snipert zag een jonge blonde vrouwelijke ruiter voor zich met vreemd gepunte oren. “Ik hou er niet van om mezelf te herhalen. Laat die wapens vallen!”

To be continued...

Dit artikel delen

Over de auteur