1. Fantasie moet je Leren

Fantasie moet je Leren

Mijn jongste zusje ontmoette op de peuterspeelzaal een schattig meisje genaamd Nesrïn. Hoewel ik je er niet van kan verzekeren dat ik de naam goed spel, kan ik je wel vertellen dat ze van Afganische afkomst is en het moeilijk heeft. Haar ouders zijn gevlucht uit Afganistan in verband met de bar slechte omstandigheden in het land, vooral uit voorzorg voor hun twee kinderen. Mijn zusje benoemde Nesrïn binnen de kortste keren tot haar vriendin, ook al konden ze nauwelijks communiceren, want Nesrïn had de kans nog niet gehad om ook maar het kleinste beetje Nederlands te leren. Deze log gaat echter niet over deze twee meisjes en een prachtige multiculturele band, maar over mij en mijn eigen multiculturele band. Op een dag nodigde mijn ouders Nesrïn haar ouders uit om bij ons lekker te komen eten. Zij kwamen maar al te graag even langs, want ze hadden maar weinig sociale contacten in dit regenachtige kikkerlandje. En zo stonden ze op een avond met kinderen en al voor onze voordeur.

We hadden lekker gegeten en ik had wat gepraat met de broer van Nesrïn, Liam-Noah, of voor mij gewoon Noah. Hij was dan wel wat jaartjes jonger dan ik, we konden het goed met elkaar vinden. Na het eten moesten onze ouders natuurlijk nog een eeuwigheid kletsen dus ging ik samen met Noah naar mijn kamer. Daar aangekomen vroeg ik of hij zin had om even te gamen. Hij knikte, een beetje onzeker, en ging op een stoel zitten. Terwijl mijn groteske zwarte Xdoos Elite aan het opstarten was wierp ik een blik op de boekenkast waar mijn gamecollectie haast alle boeken verdrongen had (niet dat ik weinig lees). Ik ben niet al te ongevoelig en wist dat ik misschien beter niet voor een game als Modern Warfare 2 kon gaan, wie weet wat de jongen had meegemaakt, of wat zijn ouders hem verteld hadden. Ik wilde een geweldloos spel vinden, en realiseerde me dat er zich helemaal geen geweldloze spellen in mijn Xbox 360 collectie bevonden. Shooters en fighters in overvloed, maar geen simpele platformers of andere lieftallige games. Ik schoof wat naar rechts met mijn vinger en gleed toen over de sneeuwwitte ruggen van de plastic Wii-doosjes. Hier moest ik wezen: op de Wii had ik enkel games met een rating van 12+ of minder. Uiteindelijk liet ik een vinger rusten op Super Mario Galaxy 2 en een tweede op Mario Kart Wii. Ik vroeg aan Noah waar hij meer zin in had; racen of... planeten bewandelen. Noah keek me vol onbegrip aan en vertelde me dat ik zelf mocht kiezen. Ik dacht dat Mario Galaxy 2 het leukste zou zijn voor hem en stopte die in mijn witte doosje dat al verscheidene weken lang stond stof te happen in de schaduw van zijn gloednieuwe reusachtige broer, de Xbox 360. Pas toen ik de WiiRemote aan Noah aangaf maakte hij me duidelijk dat hij nog nooit, maar dan ook helemaal nimmer nooit niet, een game had gespeeld. Dit was toch wel een verrasing voor me, al had ik het natuurlijk kunnen weten. Elke jongen van zijn leeftijd die in Nederland is opgegroeid heeft wel eens videospelletjes gespeeld, of het nou op de computer of op de console is, bij een vriend of thuis. Maar Noah was niet opgegroeid in Nederland, maar in een land waar hij haast niks had.

Ik besefte dat ik hem heel wat moest leren. We begonnen met level een en ik liet hem zien hoe hij rondjes moest lopen met de Nunchuck. Zo’n anoloogstick was voor hem maar een raar iets. Zijn vingers konden er niet heel erg goed mee omgaan, hij ging heel voorzichtig heen en weer. Daarna vertelde ik hem hoe hij moest springen, met A. Hij sprong een paar keer zonder veel problemen, maar toen kwam hij bij een obstakel waar hij overheen moest springen. Het jongetje had er erg veel moeite mee. Wij gamers doen dit haast volledig automatisch, maar voor Noah was het retemoeilijk om tegelijk de analoogstick te duwen om naar voren te lopen en op A te klikken om te springen. Op de een of andere manier lukte het hem niet, en hij liet de analoogstick abdrupt los zodra hij aanstalte maakte om op de A knop te drukken. Ik verloor mijn geduld echter niet en bleef hem helpen, en na een tijdje kreeg hij het door en begon hij langzaam de obstakels te overwinnen met steeds minder moeite.

Wat me opviel was hoe verbaasd hij continu was over de raarheid van het gebeuren. Meer dan eens probeerde hij me duidelijk te maken hoe compleet ridicuul hij dit alles wel niet vond. Waarom deed Mario dit alles? Waarom had Mario van die debiele kleren aan? Waarom konden de sterren praten? Waarom veranderde de zwaartekracht zo vaak? Hij vondt het allemaal nergens op slaan. Door zijn gepraat begon ik te kijken vanuit zijn ogen. Hoe raar moet het zijn om, als je nog nooit iets te maken hebt gehad met uitgewerkte fantasie, dit allemaal op je af te zien komen. Ik moet toegeven dat Super Mario Galaxy 2 alle regels van zwaartekracht en dergelijke compleet aan diggelen gooit en er onbeschoft naar spuwt. Naarmate Noah de besturing een beetje door begon te krijgen, ging hij onmogelijke dingen proberen. Hij trachtte bijvoorbeeld met de bij-powerup bij een boom te komen omdat dat eerder het geval was. Toen ik hem duidelijk maakte dat het niet de bedoeling was riep hij verontwaardigd uit waarom het eerst wel kon en nu opeens niet. Hier kon ik hem geen echt antwoord op geven, en, nu ik erover na dacht, was het ook wel een beetje raar. Dingen die wij als gamers voor standaard houden in games zijn soms ook eigenlijk best raar. Zo vroeg Noah zich hardop af hoe je nou als je doodging opeens weer terug kon komen bij zijn laatste checkpoint, en hoe die ster nou onder zijn hoed pastte, en waarom de monsters de hele tijd rondjes liepen. Omdat Noah in zijn leven zo weinig met fantasie te maken had gehad, en te veel met de harde realiteit, kon hij deze overdosis aan complete nonsens nauwelijks verteren. Zo zie je maar weer, dat fantasie iets is wat je moet leren. Overigens startte hij toen hij thuis kwam gelijk met smeken bij zijn ouders en hij kreeg al snel een tweedehands PlayStation 2. Ik heb nog nooit een kind zó blij gezien.

Dit artikel delen

Over de auteur