1. Op een dag als deze...

Op een dag als deze...

Met zijn dure koffie in de hand stapt hij in de trein die over een kwartier zal vertrekken. Hij vindt een plekje in de lege coupé en zet zijn koffie neer op de rugleuning en houdt deze met één hand vast. De warmte van de koffie neemt langzaam bezit van iedere vezel in zijn lichaam en rustig droomt hij weg voor de zoveelste keer vandaag. Het is anders, hij droomt en geniet meer, en dan geniet hij met name stilletjes van alles wat er nu aan komt waaien. Niet alleen ziet hij zijn schrijvende en fotograferende kwaliteiten met sprongen vooruitgaan en krijgt hij hier welgemeende complimenten (en tips) over, maar gaat het hem ook goed af in dat andere wat voor een jongen van zijn leeftijd erg belangrijk is. Gelukkig spreekt hij hier niet over als de mislukte wannabe-negers die tegenwoordig op de reclameborden van Nickelson prijken waar ondertussen zijn oog op valt, maar doet hij dat op een gevoelige, bescheiden en – met name deze keer – een nuchtere manier. Deze keer laat hij zich niet zo gek maken als de andere keer en ziet hij het wel opzich afkomen. Eén ding is onveranderd en dat is dat het gevoel nog steeds bezit neemt van zijn lichaam en geest en hem vooruit stuwt tot hogere regionen waarin hij alles kan geven wat hij geven kan. Meerdere keren vonden er vanmiddag momenten plaats waarin hij even in het diepst van zichzelf trad en de ene keer langer als de andere, maar telkens even diep en hevig als iedere keer.

Zo kijkt hij gefascineerd naar de bron van waar het geluid afkomstig is. Hij ziet hoe de vingers de witte en zwarte toetsen bespelen en zo het geluid produceren. Zijn blik blijft bij de vingers en zodoende raakt hij verzonken in zijn gevoelens jegens haar. Het enige wat hij ziet is hoe de ledematen het instrument aanraken in telkens eenzelfde ritme. Langzaam verplaatst hij zijn ogen van de houtentoetsen naar het gezicht van het meisje, zij lijkt niks in de gaten te hebben en concentreert zich volledig op het intstrument en het juist bespelen hiervan. Een valse noot weerklinkt plots maar het deert hem niet. Hij is verweg en niet meer op aarde. Hij is in zijn eigen wereld en ziet alleen nog datgene wat hij wil zien: zij.

Hij ziet haar lopen met de katten die er om heen rennen, maar die hem lang niet zoveel weten te beroeren als zij dat wel doet. Hij kijkt toe hoe zij zich door de smerige drek al huppelend, springend en lopend voort beweegt, zelf sjokt hij er achteraan en stapt over de rotzooi heen. Stilletjes geniet hij van haar aanwezigheid en vrolijkheid die ze uitstraalt. Met een gelukkige blik kijkt hij om zich heen en met de katten die om hen heen lopen kan er niks gebeuren. Hij voelt zich onaantastbaar.

De zanger in het filmpje zingt de longen uit zijn lijf en lijkt onaantastbaar te worden door het in grote getallen toegestroomde publiek. Langzaam sterft de stem weg en samen zitten ze onbeweeglijk na te genieten van de stem die nog doordreunt in hun hoofden, en ondertussen valt er een stilte neer. Geen pijnlijke stilte maar een fijne stilte die de sfeer en band versterkt door de serene rust die het uitstraalt. Ondertussen legt ze haar hoofd neer op de leuning van de bank waar ze op zitten en kijkt hij toe hoe zij daar vredig ligt. Dan verplaatst hij langzaam zijn ogen naar het beeldscherm en kijkt in het niets. Het niets illustreert de stilte die er nog steeds heerst.

Daar staan ze samen op het perron toe te kijken naar het spoor en de gele lichten in de verte. Rustig en vredig is het op het perron zoals het hoort te zijn op een avond wanneer die afkomstig is van een dag als deze. Opeens wordt de stilte doorbroken van de naderende trein en de bijbehorende toeters en bellen van een spoorwegovergang die verderop te zien is. De trein nadert het station en het moment breekt aan dat ze afscheid van elkaar moeten nemen. Het voertuig mindert snelheid en schokkend komen de coupés tot stilstand waarop de deuren sissend open klappen. Het moment is daar aangekomen dat er afscheid genomen moet worden, weer valt een stilte die deze keer wel pijnlijk is.

Alleen lijkt het wel dat hij hier alleen problemen mee lijkt te hebben en zij hier onaantastbaar voor is met haar nuchterheid. Een nuchterheid die hij wel van nature bezit als Noorderling, maar niet zo diep genesteld zit zoals dat bij haar wel het geval is. Hij zet een stap dichterbij. Of toch niet, hij moet de trein in. Dan maar ‘hoi’ zeggen en het daar bij laten. Het was geen bus zoals de vorige keer die wat langer bleef staan, maar een trein die haast kent, denkt hij tijdens het instappen. Hij kijkt naar buiten en probeert nog een glimp op te vangen van een jas of iets anders, maar dat gebeurt niet meer… Schokkend komt de trein weer tot stilstand op het eindstation. Hij stapt uit en ziet zijn trein daar staan. Hij komt tot de ontdekking dat het nog twintig minuten duurt tot deze vertrekt en besluit naar de kiosk te gaan. De verkoopster zegt dat het €1,60 kost en zo loopt hij dromend met de koffie in zijn linkerhand naar het perron…

Dit artikel delen

Over de auteur