1. Aestas Inferna Part 9

Aestas Inferna Part 9

DAAR ZIJN WE WEER!

Weinig te melden, ga gewoon lezen enzo!

Part 9: Het volk van de hoogvlakte

Zijn zwaard van Illyrisch staal maakte een dof geluid toen hij het op de koude grond liet vallen. Verder hoorde hij niets, behalve de zware ademhaling van zijn kompaan, Ser Orange. Het woud was stil, de dieren waren stil en de vreemdelingen die hen omsingelden waren stil. Orange had ondertussen zijn zwaard ook laten vallen en stond met zijn handen in de lucht terwijl hij Snipert een klein knikje gaf. Zou hij weten wat hier aan de hand was? Wie deze mensen waren? Als Orange iets geleerd had tijdens zijn reis dan was het dat Orange verstand van zaken had. De blonde vrouw verstoorde de stilte wederom toen ze haar mannen de opdracht gaf Snipert en Orange vast te binden en te knevelen. De twee moderators lieten het gebeuren en Snipert werd daarna over één van de paarden heen gegooid. Hij wilde ergens graag aan de wanhoop toegeven, maar bedacht zich dat een moderator zoiets nooit zou doen. Hij moest sterk blijven, en klaar staan voor het moment dat ze mogelijk zouden kunnen ontsnappen. Hij probeerde zijn snel kloppende hart onder controle te krijgen en zijn ademhaling terug te brengen naar een normaal niveau. Na een tijdje lukte het en werd hij zich ondanks zijn blinddoek bewust van zijn omgeving. Zonder ogen moest hij op zijn oren vertrouwen, en ondanks dat de ruiters en hun paarden zowat geen geluid maakten kon hij hier en daar toch wat kleine dingen opvangen. Op een paar meter links van hem hoorde hij zachte metalen tikjes, het harnas van Orange. Aan de voetstappen van de paarden te horen waren er zo’n vijf tot 7 ruiters en een aantal te voet. De tocht leek eeuwen te duren maar alsnog probeerde Snipert wakker te blijven terwijl hij over zijn paard heen hing. Het leek alsof het gezelschap steeds verder het woud in ging, zo nu en dan voelde hij taken en bladeren langs hem zwiepen terwijl de stoet verder trok. Maar op hier en daar een uil na was er weinig te horen. Nog een stuk verder begon het Snipert te dagen dat ze bergopwaarts liepen, het pad was niet enorm steil, maar ze maakten constant bochten, alsof ze een meanderend pad op liepen. Dit ging een tijdje zo door totdat hij opeens een stevige wind voelde, ze waren het bos kennelijk uit. Hij rook de sterke geur van het gras en door een miniscuul gaatje in zijn blinddoek kwam wat maanlicht naar binnen. Voor hij het wist hoorde hij opeens een rumoer in de verte, wat steeds harder werd. Het was opmerkelijk dat de ruiters die hen gevangen hadden genomen de complete rit nog geen woord gezegd hadden. Geen vragen wie ze waren of wat ze wilden… Snipert had meer dan eens willen schreeuwen wat ze met hem wilden, maar hij besloot iedere keer weer zijn mond te houden en af te wachten. Geen zwakheid laten zien.

Opeens hield het paard waar hij overheen lag stil. Hij hoorde voetstappen en gesmoorde kreten. Voor hij het wist lag hij opeens ondersteboven op de grond. Twee sterke maar zachte handen pakten hem bij zijn boeien en trokken hem overeind. Een stukje verder op hoorde hij het rinkelen van het harnas van Orange. Ze waren kennelijk nog samen. De persoon die hem omhoog getrokken had leidde hem een paar meter verder op waar hij weer neergezet werd. Een gedempte plof naast hem betekende waarschijnlijk dat Orange naast hem zat. Opeens werd zijn blinddoek afgedaan en kon hij voor het eerst in uren weer meer zien dan complete duisternis. Tot zijn grote verbazing zat hij middenin een kampement bestaande uit tenten. Er brandde geen vuur, alle verlichting die hij had kwam van de volle maan. Hij bevond zich in het midden van een cirkel, en naast hem zat Ser Orange. Deze keek hem aan en gaf hem een vluchtige glimlach, alsof hij hem tot rust wilde stellen. Tegenover hem zat een oudere man met ongelijke doch doordringende ogen en een hanenkam. De vrouw die hem gevangen had genomen zat aan zijn rechterhand, en aan de linkerhand zat een jongen. De oudere man was erg dun en had vreemdsoortige puntoren die Snipert nogal buitenaards over kwamen. Het deed hem denken aan de verhalen die hij vroeger altijd van zijn vader hoorde. Over trollen, dwergen en elven. De man met de doordringende ogen wisselde zijn starende blik tussen Snipert en Orange af maar het blonde meisje bleef hem constant aan kijken. Snipert werd er een beetje ongemakkelijk van.

“Wie zijn jullie?” Vroeg de man uiteindelijk. Snipert bleef stil, Orange was tenslotte de meest ervaren moderator van hun tweeën, en had de verantwoordelijkheid voor hun missie. Ser Orange antwoordde: “Wij zijn moderators, op weg naar Zevenburcht… we hebben geen kwaad in de zin.” De man wachtte voor Sniperts gevoel een eeuwigheid met antwoorden, maar stak uiteindelijk van wal. “Ik vroeg wie jullie zijn, niet wat jullie zijn, waar jullie heen gaan of hoe jullie zijn.” Snipert keek Ser Orange aan, welke een beetje overdondert leek te zijn van het antwoord van de man. “Excuses, ik ben Ser Orange, en dit is Ser Snipert.” De oude man stond op van zijn zitplaats en liep in de Sniperts richting, een koude rilling ging door zijn lijf. “Waarom spreekt deze man voor jou? Heb je zelf geen tong?” vroeg de man aan Snipert. “Hij is mijn meerdere, hij spreekt ook voor mij.” Bracht Snipert ietwat hakkelend uit. De blonde vrouw liet een honend lachje ontsnappen. Geïrriteerd keek de oude man om en wist met één blik de vrouw tot stilte te manen. “Maar goed, jullie zijn op weg naar Zevenburcht… om jullie aan te sluiten bij de horde?” Snipert en Orange keken elkaar even aan, waarop Orange antwoordde: “De horde? Ik heb geen idee waar u het over heeft.” De man keek even bedenkelijk naar de twee moderators en wendde zich daarna naar de jongen die eerder naast hem zat. “Skye, kijk in zijn geest.” Een schok ging door Snipert heen, wat had de man net gezegd?! Kijk in zijn geest?! De jongen liep op Orange af, die duidelijk ongemakkelijk oogde. “Nee niet hem, degene die zegt de mindere van de twee te zijn.” Zweet druppelde over hem voorhoofd van Snipert in de koude nachtlucht, wat stond hem in godsnaam te wachten? De jongen knielde voor hem, keek hem diep in de ogen met zijn staalblauwe kijkers en vouwde zijn handen om de slapen van Snipert. Snipert hoorde een keiharde knal en alles werd zwart voor zijn ogen.

Opeens was hij weer thuis, de aardappelpuree van zijn vader vervulde zijn neusgaten. Hij rende op de voordeur van de boerderij af en sloot zijn hand om de deurklink. Met een gil liet hij weer los, de klink was bloedheet. Opeens zag hij rook opstijgen en braken vlammen door het dak. Weer werd het zwart. Opeens stond hij voor de smidse van zijn oom en zag hij een stukje voor de deur een mens liggen. Hij rende er op af, knielde en toen hij het omdraaide dat hij het met bloed besmeurde lijk van Chiz. Hij rende de smidse in en vond daar zijn oom, doorspietst met één van zijn eigen zwaarden. Rook en vuur vulden de kamer en weer werd het zwart. Opeens beseft hij zich dat hij voor de deur van Triforcehero stond. De gang was verlaten. Hij probeerde de deur te openen, maar deze gaf niet mee. Hij rende de gang door, wilde de hoek om en werd daar geconfronteerd met een enorme stapel lijken. Hij herkende Ser Raem, Ser Mind, Ser Koekiemonster en Ser Jalf. Met tranen in zijn ogen probeerde hij de uitgang uit de citadel der moderators te vinden, maar het was een doolhof. Hij kwam weer uit bij de kamer van Ser Triforcehero, hij duwde de deur in en viel daarachter in een diep zwart gat. Toen hij zijn ogen opende was hij in de heilige piramide van de senaat. Hij was daar nog nooit geweest, maar toch herkende hij het. Hij rende de grote zaal in en zag in het midden daarvan Monniejj staan, die vastgehouden werd door mannen wiens gezicht hij net niet kon ontwaren. Hij rende op haar af en werd tegengehouden door vijf mannen in donkere gewaden. “Zij is niet waar het om draait.”

De wereld kwam als een schok naar hem terug toen hij zich weer bewust werd van de wereld. Hij schrok overeind en greep instinctief naar zijn zwaard, welke nergens te vinden was. Terwijl zijn ogen zich aanpasten aan de duisternis waarin hij zich bevond probeerde hij op te staan. Hij was echter enorm zwak en liet zich gelijk weer vallen. Opeens hoorde hij stemmen van buiten, er kwam iemand aan! Op de tast vond hij een stok en verborg zich achter een aantal kisten. Opeens werd de ruimte verlicht en stapte een figuur voor hem naar binnen. Hij haalde uit met al zijn kracht en hoorde iets kraken. Versuft stapte hij het licht in werd verblind door het felle licht van de brandende zomerzon.

Terwijl zijn ogen zich aanpasten werd hem duidelijk dat hij weer in het tentenkamp was waar hij gister heengevoerd was. Om hem heen keken mensen hem met grote bange ogen aan. Opeens hoorde hij achter zich een stem. “Ik wilde je alleen wat water brengen…” Achter hem stond de blonde vrouw die hem gevangen genomen had. Snipert keek haar met onbegrip aan. “Maar misschien heb ik die klap ook wel verdiend, na gisteren. Ik ben in ieder geval blij dat we je zwaard niet naast je neer hadden gelegd.” Snipert snapte er nog steeds niets van, maar hoorde opeens een bekende stem. “Snipert, rustig jongen. Het is goed!” Vanuit de menigte die zich om hem heen verzameld had kwam Ser Orange aangelopen. “We zijn hier te gast, ze geloven ons verhaal.” Snipert snapte geen ene aardappel meer van wat er aan de hand was. “Hoe… wat… huh?” wist hij uit te brengen tot hij onderbroken werd. “Daar kan ik misschien wel wat inzicht in bieden!” Achter Ser Orange kwam de man van gisteravond aan lopen. “Mijn excuses jongeman, je hebt heel wat doorgemaakt de afgelopen uren. Maar geloof me, we bedoelen je geen kwaad. Loop met mij mee, dan leg ik je alles uit.” De man wendde zich vervolgens naar de blonde vrouw die een doek tegen haar bloedende voorhoofd hield. “Silvana, haal jij Skye en voeg je vervolgens bij ons.”

Snipert, Ser Orange en de man liepen vervolgens naar een hut middenin het kampement. Eenmaal binnen vroeg de man hen om te gaan zitten en schonk vervolgens een welriekend kruidendrankje in. “Dit zal je helpen om weer op krachten te komen.” Snipert nam een slok en liet de oude man van wal steken. “Nogmaals mijn excuses, ik ben 7threst, leider van deze stam.” Snipert proestte het drankje direct weer uit. “7threst? Als in de naam van de oude held?” De man glimlachte en antwoordde: “Ja en een, 7threst is voor mij zowel een titel als een naam. Elke leider van onze stam heeft die naam als eerbetoon aan onze stamvader. Welke overigens dezelfde is als de held waarover jij het hebt.” Ondertussen kwam de blonde vrouw, Silvana en de jongen van gisteravond binnen gelopen. “Dit is Silvana, hoofd van onze wacht, de be’ar brigade. En de jongen is Skye, die ooit ook 7threst zal heten.” Snipert keek ongemakkelijk naar de jongen, wat hij met hem gedaan had wist hij niet, maar het was zeker geen pretje. Zijn dromen waren nog nooit zo duidelijk of zo realistisch geweest. “We zijn een stam die erg op onszelf is, en de laatste weken gebeuren er omineuze dingen hier op de hoogvlakte. We waren bang dat jullie verkenners van de horde waren.” Weer dat woord, de horde… “Wat bedoelt u met de horde?” vroeg Snipert. “Daar kom ik zo op. Om te kijken of jullie te waarheid spraken liet ik Skye je geest lezen, dat is een gave die toekomstige leiders van de stam ontwikkelen om hen voor te bereiden op de rol van 7threst. Bij jou ging er echter iets mis. En misschien weet ik waarom…” De oude man pauzeerde en begon verontrust te kijken. “Maar daar straks meer over. “Het werd Skye duidelijk dat jullie niets met de horde te maken hadden en aangezien jij ziek werd mochten jullie als gasten bij ons blijven.” 7threst pauzeerde wederom, waarop Ser Orange opeens het woord nam. “7threst heeft me verteld wat er gaande is bij Zevenburcht jongen, er is een enorm leger voor de poorten verzameld. Hij weet er niets meer over, maar onze missie is belangrijker dan ooit. We moeten direct vertrekken om naar Zevenburcht te gaan en te onderzoek wat er aan de hand is.” Snipert knikte onwenning en wilde opstaan terwijl Ser Orange de tent al uit liep. “Ser Snipert, als u nog een ogenblik heeft.” 7threst had diezelfde verontruste blik als eerder weer en gebood hem weer te gaan zitten. Snipert deed dat en liet 7threst vertellen.” De reden het zoveel met je deed dat Skye in je geest keek… is omdat je een dromer bent.” Snipert keek de oude man aan, en draaide zijn hoofd richting Silvana en Skye. “Een wat?” vroeg hij terwijl hij 7threst weer aan keek. “Een dromer, je krijg beelden van de toekomst te zien in je dromen.” Het zweet brak Snipert uit terwijl hij met zijn hoofd schudde. “Dit kan niet waar zijn…”

To be continued...

Dit artikel delen

Over de auteur