1. De fabeltjes van Rutte 1

De fabeltjes van Rutte 1

Nu kersvers Minister- President Mark Rutte afgelopen donderdag zijn kabinet Rutte- Verhagen heeft gepresenteerd en het nog tot ongeveer 26 oktober zal duren vooraleer dat kabinet zijn regeringsverklaring zal presentere, leek het mij zinvol om nog eens goed te kijken naar wat dit kabinet ons zal bieden. Vele fabeltjes zijn de afgelopen dagen de wereld in geholpen en doormiddel van dit stuk zal ik proberen te beargumenteren waarom Rutte met zijn ploeg oude grijze mannen ons land, niet vooruit maar ongetwijfeld achteruit zal leiden.

Laten we meteen maar beginnen bij die ploeg oude grijze mannen. Nederland heeft zich de afgelopen jaren het brekebeentje van West-Europa getoond wat betreft vrouwenemancipatie. Waar ons land in 2008 nog in de top tien van de wereld stond en vorig jaar was te vinden op plaats 11 in diezelfde lijst, staan we nu op plaats zeventien. Nederland is hiermee een van de weinige landen binnen Europa die nu een lagere positie inneemt dan vorig jaar. We worden ingehaald door al onze buurlanden, België, Duitsland en Groot-Brittannië noem ze maar op. Dit komt niet omdat vrouwen in Nederland op het gebied van onderwijs en gezondheid zoveel lager scoren dan mannen maar vooral vanwege een gebrek aan vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Dat we toch nog op plaats zeventien te vinden zijn, mag een wonder heten dat vooral is te danken aan de rol van vrouwen binnen onze politiek. Echter zal een kabinet van 20 bewindslieden waarvan er maar 4 vrouw zijn die positie ernstig onder druk zetten.

Wat, zo kun je stellen, maakt zo een ranglijst nu uit wanneer het om het landsbelang gaat? Het draait toch om de kwaliteit van de bewindslieden? De beste mensen op de beste plaatsen? Dit soort argument zijn vanuit het rechtse politieke spectrum de afgelopen dagen veel te horen geweest en lijken op het eerste zicht ook best begrijpelijke argumenten. Wanneer men echter eens goed nadenkt over dit soort verdedigingen geeft het alleen maar een nog teleurstellendere gedachtegang weer. Zoals in die wereldwijde emancipatie onderzoeken al naar voren komt is die kwaliteit in Nederland juist wel aanwezig maar wordt ze niet benut. De arrogantie en vooringenomenheid van dergelijke argumenten druipt er dan ook werkelijk waar vanaf; men gaat er maar gewoon vanuit dat mannen, het liefst van boven de vijfenvijftig, standaard over meer kwaliteiten beschikken en dat wanneer je een bekwaam iemand wilt, een man de eerste keuze is. Kwaliteit is natuurlijk ook niet de reden voor de selectie van Rutte. Nee, Rutte heeft zijn ploeg samengesteld door in zijn adressenbakje te snuffelen en zijn medestanders van de afgelopen jaren te belonen. Hij wil mensen die door dik en dun achter hem staan, en dat zal hij nodig hebben ook.

Want, laten we wel wezen, dit kabinet zal het zwaar gaan krijgen. Niet alleen vanwege de moeilijke beslissingen die genomen moeten worden die op veel verzet in de samenleving zullen stuiten, maar vooral vanwege de constructie waardoor ons land nu officieel door geregeerd wordt. Een minderheidsregering bestaande uit VVD en CDA, gedoogt door de PVV. Dat de PVV invloed heeft gehad op het regeerakkoord van VVD en CDA en zelfs op de benoeming van bewindslieden is blijkbaar geen reden om de partij daadwerkelijk als onderdeel van de regering te mogen zien maar dat terzijde. Deze constructie is uiterst instabiel en dat is dan ook de reden dat Rutte zijn ‘betrouwbare’ ministers hard nodig zal hebben.

Het allereerste argument voor die instabiliteit is de minimale minderheid van de samenwerking en de verdeeldheid binnen het CDA. Deze situatie leidt tot de noodzaak aan een buffer in de vorm van een vierde partij, namelijk de SGP. Had je tien jaar geleden iemand verteld dat die partij nog in een positie zou komen als ze zich nu bevindt was je vierkant uitgelachen, het is echter de politieke realiteit van vandaag de dag. Wat er gebeurt op het moment dat men de SGP in zo een gelegenheid stelt, is dat er behalve een groot conflict tussen CDA en PVV is er nu ook spanningen kunnen ontstaan in de VVD fractie. Hoewel die bijzonder gemakkelijk elke schijn van liberalisme opzij hebben gezet in ruil voor samenwerking met de PVV moeten ze nu nog meer kernwaarden van hun ideologische basis opzij zetten voor de steun van de strenggereformeerde en extreem conservatieve SGP. De vraag is hoe de VVD achterban alle beloftes van Mark Rutte aangaande de keiharde aanpak van de sociale zekerheid en hervorming van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, plus door de VVD zo hard bevochte vrijheden als abortus maar ook het terugdringen de zondagsrust in rook op ziet gaan. Natuurlijk is men blij dat ze de ‘grootste’ zijn en de premier mogen leveren maar hoelang zal die euforie de programmatische teleurstelling kunnen onderdrukken?

Ten tweede, de extreem krappe minderheid als feit op zichzelf. Democratie houdt in dat de ‘wens van de meerderheid’ wordt uitgevoerd. De wens, en niet de wil! Dat betekend in de praktijk dat, hoewel er ergens een meerderheid voor is, de minderheid ook naar aandeel van het totaal moet worden betrokken bij de besluitvorming. Dit levert natuurlijk de situatie op waarin de stem van de minderheid groter wordt naarmate de grote van de meerderheid afneemt. Wanneer een meerderheid maar op één zetel berust zou dat in een fatsoenlijke democratie dus tot een onwerkbare situatie leiden: De stem van de minderheid is in de praktijk dan even groot als die van de meerderheid. Maar de officiële meerderheid wordt door de coalitie wel degelijk verkregen, namelijk op basis van één enkel Kamerlid, wat dus in feite alle macht neerlegt bij die persoon, en was het voorkomen van zo’n situatie nu niet juist de reden van onze Democratie? Dat die krappe meerderheid dan ook nog eens behaald wordt door de steun van een partij die gedoogd is wel heel betreurenswaardig, geen feest voor de Democratie mijnheer Verhagen! Wil men een werkbare situatie bewerkstelligen, die ook nog eens democratisch is te verantwoorden, zal men dus moeten zoeken naar bredere steun in de kamer.

En dat brengt mij bij het derde en belangrijkste argument tegen de gedoogconstructie: Er wordt door voorstanders van deze samenwerking nogal eens gejubeld over het ‘feit’ dat de regering nu eindelijk weer eens echt met de kamer zal moeten samenwerken en de druk van dichtgetimmerde afspraken en akkoorden nu verlicht is. Ze spreken over dualisme dat weder zal keren en de politieke verhoudingen grondig zal veranderen. Dit argument komt voort uit ofwel ijdele hoop ofwel is het niets meer dan een makkelijk verweer om critici zoals ik de mond te willen snoeren. Iedereen die de situatie rondom de totstandkoming van dit kabinet enigszins kan duiden weet die ‘belofte’ onzin is, het klinkt mooi en een minderheidskabinet kan inderdaad zo een situatie teweeg brengen maar dat zal in dit geval niet gaan gebeuren. Ik ben een groot voorstander van minderheidskabinetten vanwege de argumenten zojuist genoemd, ik zou zelfs een nog duidelijkere scheiding tot parlement en regering wensen maar wanneer die minderheid alleen officieel is en alleen maar geldt omdat één van de partijen geen ministers levert zoals nu het geval is, dan kan je überhaupt niet spreken van een minderheidskabinet. Er zijn gewoon afspraken gemaakt tussen de VVD, het CDA en de PVV zoals die gemaakt zouden zijn bij een meerderheidskabinet. Er ligt nog gewoon een akkoord waaraan ook de gedogende partij, in ieder geval min of meer gebonden is, er liggen er nu zelfs twee! Geert Wilders heeft in zijn rol als onderhandelaar gewoon mee onderhandeld over die beide akkoorden, en heeft ook invloed gehad op de benoeming van de bewindslieden.

Wanneer er sprake was geweest van een echt minderheidskabinet waren termen als gedoogsteun ook überhaupt overbodig geweest. De regering zou dan samenwerken met het parlement en het gehele parlement zou daadwerkelijk onderdeel uitmaken van het wetgevingsproces. Dat is nu niet het geval gezien er een heel regeerakkoord ligt dat ook de PVV zal steunen. Er staan in dat akkoord dankzij de rol van Wilders als onderhandelaar geen zaken waar hij het niet mee eens is en als dat toch zo zou zijn hij heeft ‘beloofd’ het kabinet er niet op naar huis te sturen. Met andere woorden; Wilders zal netjes meestemmen met de plannen van het kabinet en dus zal er altijd een meerderheid zijn, zeker met de steun van de SGP en dus zal het kabinet niet samen hoeven te werken met oppositie partijen.

Mocht het onverhoopt zou uitkomen dat er toch geen overeenstemming is bereikt met Wilders op een bepaald moment en het kabinet toch naar steun van andere partijen zal moeten zoeken zal dat een extreme spagaat opleveren waaruit de premier Mark Rutte zich zal moeten zien redden. Want de oppositie zal in dat geval natuurlijk niet zomaar akkoord gaan en harde eisen stellen, wat er toe zal leiden dat Wilders het alleen nog maar meer zal bestrijden. Hij zal dus zien dat het kabinet wat hij gedoogt toch plannen zal uitvoeren waar hij fel op tegen is, ondanks de talloze afspraken die men in de twee akkoorden heeft vastgelegd. De steun van Wilders zal onzeker worden en het kabinet zal zich in bochten moeten wringen om hem weer terug te winnen en men zal nog maar eens een deel van zijn agenda moeten overnemen. Dit zal leiden tot een nog grotere weerstand vanuit de oppositie wat er toe zal leiden dat wanneer zo een situatie waarin Wilders iets niet steunt zich nogmaals voordoet er nog hardere garanties worden geëist, en dan herhaalt bovenstaande zich. En de ruimte die vooral het CDA heeft om toe te geven aan de PVV is miniem. Samenwerking met de oppositie zit er dus niet in, in ieder geval niet wanneer de steun van de oppositie ook daadwerkelijk nodig is. In plaats daarvan zullen de drie partijen elkaar krampachtig bij de keel houden om het kaartenhuis in stand te houden. Het afgelopen kabinet Balkenende IV heeft ons geleerd wat zo een krampachtige houding oplevert: stilstand. Waar dat de afgelopen jaren al desastreus was, kunnen we een stilstaand beleid de komende jaren totaal niet gebruiken. De plannen van Rutte I zijn daarbij ook nog eens op zichzelf al gebaseerd op stilstand.

Op de inhoud van die plannen en de regeer- en gedoog akkoorden zal ik op dit moment, in verband met de lengte van dit stuk niet ingaan, hoewel ik dat op een ander moment ongetwijfeld zeker alsnog zal doen. Helaas, zal dit kabinet vermoedelijk een behoorlijke tijd standhouden door de krampachtige basis waarop ze bestaat en dus heb ik alle tijd om nog inhoudelijk argumenten aan te dragen tegen Rutte 1. Wat een paradoxale geruststelling…

Dit artikel delen

Over de auteur