1. Oké, nog één keer...

Oké, nog één keer...

Ik heb vandaag even de reacties doorgenomen op mijn column en heb besloten om mijn standpunt over ‘vrijheid in games’ nog één keer uit te leggen, maar nu aan de hand van een gesprek (geschreven in de tegenwoordige tijd, leest fijner). Dit onderwerp heb ik namelijk al een keer besproken met een goede vriendin van me, die in eerste instantie schrok van mijn mening, maar uiteindelijk begreep hoe belangrijk dit voor ons allemaal kan zijn. Als je na het lezen van dit gesprek nog steeds niet ziet wat ik bedoel… fuck it, dan heb ik mijn best gedaan, ik doe dit uit liefde voor de game-industrie en om mijn medemens te steunen/te beschermen, niet om mijn gelijk aan te tonen. Komt ie:

(De dame in kwestie zal ik in dit stuk ‘Anne’ noemen.)

Anne en ik zitten aan een tafeltje op het terras. We hebben er al aardig wat uurtjes op zitten vandaag, vele winkels hebben mogen genieten van onze vrolijke aanwezigheid en we zijn weer eens toe aan een onnodig duur kopje koffie en een klef broodje bij een restaurant dat zich zogenaamd specialiseert in Italiaanse broodjes. Net echt allemaal. Ze vraagt me waar ik me op het moment mee bezig houd in mijn vrije tijd, waarop ik antwoord dat ik voor een Amerikaanse gamewebsite pikante stukjes schrijf die bedoeld zijn om de grens op te zoeken.

“Eén van mijn laatste stukjes ging over verkrachting en extreme handelingen in games,” zeg ik, “en ik wil dat de vrijheid er is om die games te laten maken.”

“Verkrachting?” vraagt ze.

“Ja, er is in Japan een spel genaamd RapeLay waarin jij, de speler, drie vrouwen moet verkrachten.” Ik zie haar ogen groter worden. “Een moeder en haar twee dochters, van wie eentje minderjarig… behoorlijk minderjarig,” grinnik ik een beetje ongemakkelijk.

“Dat meen je niet!”

“Serieus, dat bestaat. En weet je, raar als het is, ik vind dat dit moet kunnen.”

“Kevin, waarom zou je dat in vredesnaam willen?”

“Waarom niet?”

“Ja, omdat het ziek is!”

“Maar het is nep,” beargumenteer ik.

“Maar het is verkrachting! Met een minderjarige!” Ze lijkt haast uit haar vel te springen.

“Klopt, maar het is vandaag de dag doodnormaal om iemand met een kettingzaag aan stukken te scheuren, online, dan loopt iedereen te lachen over de headset.”

“Oké, maar dat is anders.”

“Waarom? Het is toch nep? Als iemand hier nu een kettingzaag pakt en een ander kapot zaagt, pff, de helft van het terras houdt er sowieso een trauma aan over. In een spelletje? Geen probleem. Nep, virtueel. Dus waarom is verkrachting erger?”

“Ja, weet ik niet, het voelt erger, ziekelijker.”

“Dat begrijp ik, zo ervaar ik dat ook, maar dat is een emotie, geen logica. Je kunt verkrachting en moord niet vergelijken en zeggen ‘dit is erger’. Als je het logisch bekijkt: verkrachting overleef je, moord is permanent. Maar maakt dat het minder? Nee, het is allemaal verschrikkelijk, alleen wordt het ene getolereerd, omdat geweld in films en boeken veel normaler is dan seks. Seks op zich is nog steeds taboe, soort van. Kijk je met je moeder naar een film, dan is actie en geweld normaal. Komt er een seksscène, dan voel je je toch ongemakkelijk, want ja, je kijkt naar seks met je moeder.”

Ze barst in lachen uit; herkenbare situatie.

Anne is zichtbaar aan het denken, ik stort een hele lading informatie over haar heen en ze is duidelijk bezig een mening te vormen.

“Toch vind ik het ziek als je de behoefte hebt om een verkrachtingsgame te spelen, helemaal met minderjarigen.”

“Kijk, nu snijden we een interessant onderwerp aan: behoefte. Dat is juist waarom ik graag een superrealistische kinderverkrachtingsgame zou willen zien. Misschien zelfs animatronische sekspoppen.”

Anne lijkt lichtelijk geschokt door wat ik zeg, alsof ze ineens een hele andere kant van mij te zien krijgt. Als ik nog even doorga, giet ze die laffe bak koffie over mijn gloednieuwe giletje heen.

“Kevin, serieus, ik…” ze stamelt, “Af en toe lijkt het wel of je het er om doet.”

“Nee luister, ik zal het uitleggen.”

“Ik hoop ’t voor je,” zegt ze lacherig, maar met ernstige ondertoon.

“Mensen hebben behoeftes, punt. Doen we niets aan. Als jongens behoefte hebben in seks, zorgen ze er voor dat ze gaan neuken, of ze gaan masturberen. Duidelijk, toch?”

“Het is half drie ’s middags en we zitten midden op een terras te praten over verkrachting en masturberende jongetjes…”

I know,” lach ik, “maar je volgt mijn punt, toch?”

“Ja, mensen hebben behoeftes, die vervullen ze.”

“Mooi. Pedofielen hebben, hoe kan het ook anders, pedofiele behoeftes, zo zijn ze geboren. Zoals homoseksuelen naar iemand van hetzelfde geslacht neigen, neigen zij naar mensen van een lagere leeftijd, lager dan sociaal geaccepteerd. Toch?”

“Ja.”

“Oké. Nou, als jij een middel zou hebben om pedofilie te verwijderen uit de hersenen van deze mensen, een pil bijvoorbeeld, zou je dat de wereld in willen helpen? Een pil die ze innemen zodat ze zich enkel tot ‘volwassenen’ aangetrokken voelen. Zou je dat willen?”

“Ja, tuurlijk,” antwoordt ze overtuigend.

“Precies, ik ook. Helaas, dat is er niet. We zouden deze mensen kunnen steriliseren, chemisch, de behoefte om seks te hebben totaal weg te nemen. Kan ook.”

“Heel goed, doen.”

Ik peins, overweeg mijn standpunt, neem een slok lauwe koffie en vervolg.

“Hmm… hangt er vanaf. Als iemand zich vergrijpt aan kinderen sowieso, maar preventief, dat vind ik te lastig om te bepalen. Kunnen we zeker weten of iemand pedofiel is door een scan te maken van zijn brein? En dan nog, daar kan die persoon ook niets aan doen, dat is een aangeboren afwijking. Als een pedofiel gewoon seks heeft met zijn meerderjarige partner en zijn neigingen inhoudt, zich niet vergrijpt… dan doet ie toch niets verkeerd?”

“Nee oké, dan doet hij, concreet gezien, niets verkeerd. Maar hij is nog steeds ziek.”

“Nou ja… zo spraken ze ook over homo’s. Doen sommige mensen nog steeds. En dat is het lullige: mensen oordelen daar makkelijk over, maar er is geen oplossing.”

“En die heb jij?”

“Nou, dat is dus wat ik wil zeggen: ik keur de behoefte bij pedo’s niet goed, maar hij is er eenmaal. Daar kun je beter mee leren omgaan en er iets op verzinnen, dan te roepen ‘viespeuk, sterf!’. Daarmee druk je die mensen verder in een isolement, voelen zij zich onzeker, kunnen ze waarschijnlijk minder snel een relatie aangaan, voelen ze zich ongelukkiger en ja… dan vergroot je de kans dat zij zich vergrijpen. Als ze op een gegeven moment niets te verliezen hebben…”

“Wat, alsof het mijn schuld is dat zij met hun poten aan kinderen zitten?” vraagt Anne verontwaardigd.

“Dat zeg ik niet, maar als je die houding aanneemt, help je ook niet. En dat bedoel ik: als die mensen een uitlaatklep kunnen vinden in een spel waarin ze seks hebben met kinderen, virtueel, nep, komt geen echt kind aan te pas, wie doen we daar pijn mee? Die mensen hebben de behoefte, geef dan wat ze verlangen zodat ze hun fantasie kunnen benaderen. Laat ze lekker rukken op zoiets, of seks hebben met een superrealistische kinderpop, zodat de behoefte om die dingen met echte kinderen te doen minder wordt. Want onderdrukken helpt niet, heeft het nooit gedaan. Dat blijkt wel: er wordt nog steeds gehandeld in kinderporno, kinderen worden nog steeds misbruikt. Wat we nu doen, helpt sowieso niet.” Ik zucht. “Ook al zou deze oplossing er voor zorgen dat slechts één pedofiel zich niet zou vergrijpen aan een kind, is het dan nog een te verwaarlozen oplossing?”

Ik zie Anne knikken, ik vervolg.

“Misschien komen er ooit games waarmee we elkaar beter leren begrijpen. Bijvoorbeeld een game waarin je een single mom bent en rond moet zien te komen met je twee kinderen en je hond. Laat politici zoiets maar spelen, een dag lang, misschien dat het ze aan het denken zet. Zou een rare game zijn, maar je snapt wat ik bedoel.”

Anne blijft knikken en glimlacht.

“Ja,” begint ze, “ik snap je punt.” Ze schudt haar hoofd net voordat ze een slok koffie neemt. “Gekke Kevin.”

Ik grijns en antwoord:“Ach ja, dat ben je wel van me gewend, toch?”

Duidelijker dan dit, wordt het volgens mij niet, dus hier moet je ’t maar mee doen.

Oh en Ox, nieuwste deel van The Wastelands komt er aan ;P

Dit artikel delen

Over de auteur