1. De Schaduwsaga V: Dans des Doods

De Schaduwsaga V: Dans des Doods

De bleke, kale man trok zich omhoog, het podium op. Zijn hele lichaam was verminkt, het was een wonder dat hij nog leefde. Helemaal onder het bloed en hijgerig lachend maakte Nox een sinistere en angstaanjagende indruk. “Ha… Ha ha ha ha… Hij is… terug! Nu zullen… jullie de… waarheid kennen…” hortte hij. Ralph kwam aangerend en vloekte. “Kak!! Somin, leef je nog? Is Nottyham terug? En – wat de fuck…? Wie is dat? Is dat… Nox?” Nox richtte zijn hoofd op en grinnikte. “Well hallo… daar, Ralph. Dat is me… een paar eeuwen… geleden.”

Somin keek verbaasd naar Ralph en Nox met zijn overgebleven oog. Verbaasd vanwege Nox’ begroeting, verbaasd omdat Ralph daardoor niet verbaasd was, verbaasd omdat zijn arm eraf lag – hij was gewoon over zowat alles fucking verbaasd. Ralph sprak tot de kale gedaante: “Ja man. Ik dacht dat je dood was om eerlijk te zijn. Hadden Marcel, 7threst en Sadist je niet neergestoken en naar je dood laten toe vallen?” De stem van Ralph klonk opeens een stuk anders dan Somin die kende: kil, berekend. “Misschien was dat… hun bedoeling ja,” zei Nox, “maar met mijn… awesome krachten heb ik… mezelf weten te redden. Ook was… het wel handig dat ik… in een genezende bron viel… daarzo beneden. Vanuit daar kon ik… mijn plan beginnen om… de wereld te redden.” Somin werd verbaasder en verbaasder. Destijds had hij Nox’ gebrabbel over de waarheid van de Notorious Wars en Tidow-Gate afgedaan als bullshit, maar nu klonk die kale man zonder benen wel erg serieus. Wat de fuck was er aan de hand?

Ralph zag er een beetje zenuwachtig uit, geagiteerd. Hij kapte Nox scherp af. “Niemand hoeft die onzin van jou te horen, dus spaar je adem maar. Of beter gezegd, spaar je adem niet en sterf snel… Tidow.” Juuuuuist, dacht Somin. Hij was verbaasd. Dus Nox is Tidow. Juist. Kaal, met onder zijn wapenrusting een paars V-halsje – ja, dat kon wel kloppen. Wel vaag dat hij al zo’n paar eeuwen geleden gestorven zou moeten zijn. Oh well.

Tidow grinnikte schor. “Ah, ik merk aan je… dat je volgelingen… de hele waarheid nog niet… weten. Zou ik het… mogen uitleggen?” richtte hij zich tot Somin. Maar voordat hij kon antwoorden antwoordde Ralph snel: “Nee, Wachter. Hij corrumpeert je gedachten als je ‘m nog verder laat praten.” Somin was het daar echter niet mee eens: “Laat ‘m praten dude. Maar voordat we daar aan toe komen… waarom heeft Notty die daar nu al drie alinea’s lang in zijn ketel staat te dampen ons nog niet afgrijselijk afgeslacht?” “Dat is slechts… een lege huls,” antwoordde Tidow, “bedoeld om… mij zijn kracht te… geven. Toen ik hem… een tijdje terug zijn kop van… zijn romp sloeg besefte ik nog… niet dat ik zijn… krachten van Bubububu nodig… had. Om te strijden tegen… mijn vijand. Er schuilt geen… kwaad in hem.” Ralph was not amused met dit gesprek en brulde: “GENOEG! Ik maak hier NU een eind aan!” Hij trok een kromme dolk uit zijn gordel en stond op het punt om dat met alle macht in Tidow te raggen. Maar voordat hij dat kon doen… vlamde er een ring van vuur om Ralph heen.

“Nee Ralph,” zei Somin, “ik wil antwoorden. Die ga ik krijgen, van jullie allebei. Dus hou je rustig, dan gebeurt er niks. Nu – Tidow. Vertel op.” “Dank je knaap,” begon die, “en ik zal het… kort houden. Laat me allereerst zeggen… dat Notorious niet in het minst mijn… god is. Dat was nodig om mijn henchmen… me te laten helpen. Ik had gewoon zijn… kracht nodig.” Somin, die dat pieperige gehijg van Tidow helemaal beu was, liet Tidow’s levensvuur wat oplaaien, zodat de kale gewonde normaal kon praten. “Dank je. Maar heel even kort: Hertog AJ, Heer Buwalda en ik zetten La Resistance op als geheime dienst. Notorious was een grote dreiging en we hadden spionnen nodig. Het bleek dat onze persoon die we als baas daar hadden aangesteld echter niet tegen de verleiding kon: hij sloot zich aan bij Nottyham. Beide verworven zij goddelijke krachten en raasden door de landerijen heen en ze vermoordden alles en iedereen. Ik deed alsof ik me bij hen aansloot, maar niks was minder waar: mijn bedoeling was om op het laatste moment in te grijpen. Dat lukte me bij Notorious, maar de leider van La Resistance – Ralph ja – hersenspoelde de leiders van onze IGF Senaat en liet ze me aanvallen. Ik verweerde me met al mijn Bloody Beetrage-krachten, maar het mocht niet baten – je kent het einde. En nu,” hij verhief zijn stem en probeerde wat rechterop te krabbelen, “ZAL IK DE WERELD BEVRIJDEN VAN DIT KWAAD!”

Hij sprong – hoe de fuck doe je zoiets zonder benen? – op de ketel af, rukte een malachietsplinter uit Notty’s lichaam, dat meteen daarop in stof uiteen viel, en sloot dat in zijn armen. Hij gloeide op in een groen licht, al zijn ledematen herstelden zich en hij pulseerde met een ziekmakend macht. “VERDOMME!” schreeuwde Ralph woedend. “Op de rand van wereld fucking dominatie laat ik me NIET tegenhouden!” “Wat?” vroeg Somin – verbaasd en alles – hem, “hij sprak de waarheid?” Met een minieme beweging van zijn linkerpink doofde Ralph de vurige kring rondom hem. “Ja,” zei hij met een kloppende ader op zijn voorhoofd terwijl er een oogverblindend wit ook om hem pulseren ging, “en vanwege dat moet ik hier het HELE FUCKING SLAGVELD DODEN OM ZIJN VERHAAL TE VERHULLEN!” Sneeuwwitte vleugels barstten uit zijn rug en hij vloog omhoog. Vanaf een afstandje leek hij op een heilige aartsengel, maar het aura wat hem van dichtbij omhulde liet daar niks van over: een angstaanjagende kwaadheid was over Ralph neergedaald; een krankzinnige glans in zijn ogen. Ook Tidow steeg op, deze met grijsachtige vlindervleugels: zijn wapenrusting was weer heel en hij had zijn masker weer op. Met een knikje naar Somin genas hij diens wonden.

Daar hoog in de lucht creëerde Ralph uit het niks een lange tweehands zwaard als wapen, het lemmet pulserend met hetzelfde witte lucht als hijzelf. Tidow deed hetzelfde en maakte voor zichzelf twee korte zwaarden, die hij met een angstaanjagend gemak door de lucht liet zwiepen. Even stonden ze stil bij elkaar. Alle soldaten hadden zich beneden hen verzameld, de meeste juichend voor elk hun leider, zonder te weten dat ze nu voor de ander zouden moeten zijn. “Watskeburt?” vroeg Kleine 7threst aan Somin, maar die antwoordde niet.

En toen vlogen de twee duellisten op elkaar af, hun zwaarden kletterden tegen elkaar. Somin had nog nooit zo iets gezien. De snelheid, de kracht, de souplesse, waarmee de slagen die beiden elkaar toebrachten – ongelofelijk! De twee hieuwen, staken, sloegen… maar geen wist de verdediging van de ander te doorbreken. Tidow zweeg, maar Ralph beschimpte zijn tegenstander non-stop: “Há, je bakt er niks van hè, paarsboy! Zelfs mijn oma – moge ze in vrede rusten – kan het nog beter! Mijn oma! Of erger nog, dat wijf dat ik na de Tidow-gate heb gepakt en vermoordt – Fidelity!” Tidow verstrakte zichtbaar, waarop Ralph hem eindelijk voor het eerste maal verwondde. “Ah, ik zie dat ik een gevoelige snaar raak,” gnuifde hij, “zal ik meer vertellen?” “Nee – jij afgrijselijke – fucktard!” gromde Tidow verbeten. “Wil je niet weten wat er met je oude liefde is gebeurd, in detail?” lachte Ralph wreed. “Eerst deed ik dit –“ hij maakte een suggestief gebaar, “- toen dát – “ en nog een, “- en ten slotte… dít!” Een laatste, overduidelijk gebaar. Tidow schokte in de lucht, droefenis greep hem. Precies op dat moment liet hij ook zijn verdediging wat zakken – en Ralph’s zwaard trof hem in de buik. Ralph schaterde van genot en draaide het zwaard nog eens flink rond, duwde het puntje er nog eens aan de andere kant uit, trok ‘m toen terug. Tidow kreunde.

En viel.

Dit artikel delen

Over de auteur