1. Aestas Inferna Part 10

Aestas Inferna Part 10

Tijdje weg geweest weer, maar hier zijn we weer! We beginnen aan het einde van seizoen 1 te komen mensen. Jeej!

Part 10: Zevenburcht

Snipert zat wezenloos voor zich uit te staren terwijl Orange het tempo voor hem aangaf. Ze hadden een aantal paarden van de stam van 7threst kunnen lenen, welke over de paarden van heel Igianië beschikten. Ze waren kort nadat Snipert wakker was geworden alweer vertrokken en Snipert had moeite met alles verwerken. Hij voelde zich sowieso nog erg zwak van wat er ook in godsnaam met hem gebeurt was, en het nieuws wat hij van 7threst gekregen had was als een klap met een hamer aangekomen. Was die 7threst wel te vertrouwen? Het kon toch bijna niet, dat zijn dromen de toekomst voorspelden… En kon hij er iets aan doen? Het veranderen? Zoveel vragen en niemand die hem erbij kon helpen. Orange kon hij niet in vertrouwen nemen, die zou denk dat hij gek was. De enige aan wie hij alles wilde vertellen was Monniejj, maar die was een half continent verderop in de veilige muren van Frontpagia. Tenminste, dat hoopte hij dan…

“Snipert!” De jonge moderator werd uit zijn gedachten gehaald door zijn reisgezel. Orange had zijn paard ingehouden en reed nu naast Snipert. “Ik weet niet wat er met je aan de hand is, maar sinds ons vertrek bij de hoogvlakte elven ben je zeer vreemd bezig. Wat we hier doen is belangrijk en ik heb je nodig!” De woorden van Orange drongen maar half bij Snipert door, maar die kreeg de strekking wel mee. En Orange had gelijk, hij kon hier niet constant over door blijven piekeren. Maar aan de andere kant kon hij aan niets anders denken. Hij was een dromer, hij droomde de toekomst en die toekomst betekende weinig goeds. Voor hem, zijn vrienden, zijn collega’s en vele anderen. “Het liefst zou ik de volledige sterkte van de moderators en die van de senaat in zetten maar we zijn maar met zijn tweeën. We moeten ons beiden dus voor 200 procent in zetten.” Snipert dwong zichzelf om bij de les te blijven. “Je hebt gelijk broeder, ik zal me beteren. Hoe lang tot we bij Zevenburcht aan komen?” Orange glimlachte kort, het had hem kennelijk wat gerustgesteld. “Niet lang meer, ik verwacht dat we de stad kunnen zien liggen als we de volgende heuvel over zijn! Ze gaven hun paard een tikje in de zij en reden door over het slingerende pad de heuvel op.

“Bij Miyamoto!!” liet Snipert zich ontvallen toen Zevenburcht in zicht kwam. Niet alleen was het de grootste burcht die hij ooit gezien had, hij werd omringt door een krioelende massa mensen. Terwijl hij een beter zicht kreeg werd duidelijk dat het niet alleen mensen betrof. Wat hij zag wist hij niet precies, maar het konden onmogelijk mensen zijn. Enorme gestalten, wezens met vleugels, monsterlijk uitziende harige beesten met enorme horens. Terwijl hij Ser Orange aankeek viel hem op dat ook hij met open mond naar het schouwspel keek. “Dit kan niet…” Uitte de ervaren moderator… “Deze wezens zouden niet meer moeten bestaan. Sinds hij die niet genoemd mag worden verslagen was is er geen magie in Iganië meer voorgekomen…” Snipert wist dat zelfs Ser Orange niet voorbereid was op iets als dit, maar ze moesten iets doen. “Ser Orange, wat is het plan?” Ser Orange keek hem met grote ogen aan en hervond niet snel daarna zijn helderheid. “Wat we moeten doen…” Even sloot Ser Orange zijn ogen en hij dacht diep na. Snipert gaf hem zijn tijd om na te denken. “Meer informatie verkrijgen over de situatie en daarvan bericht sturen naar Frontpagia. Ze moeten hiervan weten.” Snipert was opgelucht dat er in ieder geval een plan was en ze iets konden doen. Maar hoe moeten dat plan eigenlijk uit voeren? Alsof Orange zijn gedachten kon horen vervolgde hij: “Maar hoe ga je niet leuk vinden… We zullen Zevenburcht in moeten.”

Snipert verbaasde zich over hoe makkelijk hij zich voortbewoog zonder zijn harnas. Hij was zo gewend aan het gewicht dat hoe zich nu licht als een veertje voelde terwijl hij door het gras kroop. De beide moderators hadden hun harnas achtergelaten om zich zo geruisloos mogelijk tussen de kampementen van de horde voor Zevenburcht te bewegen. Ook hadden ze gewacht tot het avond werd, met de duisternis en de herrie die de horde produceerde als mantel konden ze redelijk ongezien en ongehoord tussen de verschillende tenten en bedrollen heen kruipen. Het plan was om via het riool Zevenburcht in te sluipen, daar meer informatie over wat er de hand was te verzamelen, om uiteindelijk deze informatie met één van de postduiven die ongetwijfeld in de burcht aanwezig waren naar Frontpagia te versturen. Om hen heen zag Snipert de meest wonderlijke wezens. Enorme mannen met stierentrekjes die verdomd veel leken op de minotaurs uit de verhalen die zijn vader hem vroeger voor het slapengaan vertelde. Daarnaast zag hij enorme hagedissen, vrouwen met vleugels als een vleermuis, weerwolven en wezens die hij niet eens zou kunnen beschrijven. Deze mythische wezens waren echter maar een klein deel van de macht die voor de poorten van Zevenburcht verzamelt lagen. De rest was gewoon menselijk en zo te zien uit alle uithoeken van de wereld. Mannen met een gele huid en spleetogen uit Japtardië, inktzwarte mannen uit het diepe zuiden van Igianië en ga zo maar door. De aantallen waren enorm. Hoe heeft Zevenburcht ooit stand kunnen houden? En hoe zal Frontpagia en de rest van Igianië ooit stand houden tegen deze enorme macht?

Na twee of drie uur kruipen bereikten de mannen eindelijk de slotgracht en muur van Zevenburcht. Ser Orange was hier vaker geweest en had tijdens zijn verblijf de verschillende blauwdrukken die de burcht kende bestudeerd. Het viel hem toentertijd op dat er riooluitgang uitkwam bij de muur waar een aantal mannen zonder al teveel moeite doorheen konden komen. Dit had hij aangekaart bij de stadhouder, Ser David, maar deze had de aanbevelingen van Orange simpelweg afgewimpeld. Snipert hoopte dat hij hier later niet op teruggekomen was, anders zouden ze voor niets door het kamp heen gekropen zijn. Zo stil mogelijk lieten de twee mannen zich in de slotgracht zakken en zwommen richting de muur. Op de plek waar de ingang had moeten zijn was echter niets te vinden. Orange keek even verwonderd naar de muur, dook toen opeens onder water en Snipert was alleen. In het maanlicht zag hij wat belletjes naar boven komen en toen die opeens ophielden begon hij te vrezen. “Wat moet ik in…” Hij kon een kreet maar nauwelijks onderdrukken toen Orange opeens weer boven kwam. “De ingang zit onder water, kennelijk is het waterpeil hier gestegen sinds mijn vorige bezoek… Vreemd met deze hitte.” Snipert knikte kort en beiden doken ze onder water. Het was bijna pikdonker maar op de tast vonden beide moderators de ingang. Snipert was nu helemaal blij dat ze hun harnas achter hadden gelaten, hij was sowieso verzopen in al dat staal. Ze zwommen een aantal meter door de tunnel toen Snipert opeens bang werd dat Ser David de tunnel misschien in de burcht zelf had afgesloten. Ze zouden nooit genoeg adem over hebben om terug te zwemmen. Snipert vocht tegen zijn reflex om te ademen, dat zou zijn dood worden. Hij bleef stug door zwemmen terwijl steeds vermoeider raakte en licht in zijn hoofd begon te raken. Hij viel stil en zijn ogen begonnen langzaam dicht te vallen. Zijn lichaam wilde ademen en deze keer stond hij het toe. Terwijl zijn longen zich met water vulden ging zijn geest ergens anders heen. Hij zag een vrouw voor zich. Was dat Monniejj? Vroeg hij zichzelf af. Het was niet Monniejj, al voelde hij wel iets voor de vrouw die hem volkomen onbekend voor kwam. Hij herinnerde zich haar, maar kende haar niet. “Is dat mogelijk?”

Met een klap was Snipert opeens weer bij zinnen. Ser Orange zat naast hem en beiden waren ze drijfnat. “Gelukkig!” Zuchtte Orange terwijl Snipert het water uit zijn longen loosde. “Ik was even bang dat je er geweest was. Daar is zo meteen nog alle tijd voor jongen.” Snipert glimlachte, al was de zwarte humor van zijn mentor iets nieuws voor hem. “Als Orange het zelfs niet meer ziet zitten…” De twee stonden en Snipert werd zich bewust van zijn omgeving. Ze waren via een luik de tunnel uit gekropen en stonden in een slecht verlichte ruimte. Orange leek de weg te kennen en ze vertrokken direct door een deuropening. Eerst zouden ze Ser David zoeken, of tenminste ontdekken wat er aan de hand was. Daarna zouden ze naar de toren gaan, waar ze een vogel konden vinden om naar Frontpagia te sturen. Zonder enig geluid te maken slopen ze door de donkere gangen van de burcht. Op een gegeven moment hoorden ze stemmen, dus besloten ze een andere weg te nemen. Het duurde niet lang of ze kwamen uit op het balkon van een grote zaal. Terwijl ze richting de balustrade kropen hoorde Snipert stemmen van onder. “Misschien moeten we nog even wachten…” Riep een zware stem, een andere volgde daarop. “Onzin! We hebben hier lang genoeg gewacht, onze troepen zijn klaar. Tijd om naar het zuidwesten op te trekken.” Snipert kon de mannen zien; een ietwat dikkere man stond tegen een pilaar aangeleund, naast hem stond een os van een vent en op een stoel bij de haard zat een man in een glimmend zwart harnas. “ De man in het glimmende harnas stond op en gooide een stuk papier in de haard. “We trekken op! Frontpagia en haar corrupte regering gaat er aan!” Orange en Snipert keken elkaar aan en wisten hoe laat het was, ze moesten naar de toren toe, een vogel sturen en hopen dat deze aan zou komen zodat Frontpagia zich tegen de horde zou kunnen wapenen. Stilletjes kropen ze terug via de gang, ze hoorden stemmen vanuit één richting komen en kropen naar de andere, ook daar hoorden ze stemmen. Er was geen weg meer terug. Zonder zwaarden en zonder harnas waren ze kansloos. Orange leek radeloos maar Snipert bleef koelbloedig. Hij pakt een toorts en wachtte op het hoekje op de stem die in aankomst was. Hij sloeg de man in het gezicht en zetten het op een lopen. Achter zich hoorde hij Orange meerennen en nog een stukje daarachter hoorde hij de man die hij had geslagen alarm slaan. Opeens hoorde hij klokken luiden en overal om hem heen stemmen. Toen ze een hoek om slagen stonden daar opeens 3 wachters met hun hellebaarden in de aanslag, ze wilden rechtsomkeerts maken maar ook daar kwamen wachters aangesneld. Ze hadden door dat ze geslagen waren, en gaven zich over.

Snipert en Orange werden voor de man in het zwarte harnas geleidt. “Ser Orange, wat een eer! En wie is dit? Een nieuw knaapje in de o zo heilige orde der moderators?” De man lachtte. “Vertel eens jongen, bevalt het leven als moderator je een beetje? Ben je blij dat je vader deze post voor je gekocht heeft?” Snipert werd opeens woedend: “Mijn vader heeft helemaal niets gekocht, hij is een aardappelboer!” De man stond hier even van te kijken. “Een moderator uit het voetvolk? Opvallend!” Orange had zich ondertussen afwezig gehouden, maar mengde zich opeens in het gesprek. “Nibbler, waarom doe je dit?” De man die kennelijk Nibbler was keek boos richting Orange en zei: “Simpel Orange, ik werd verbannen, ik wilde wraak, ik verzamelde een leger… en dan mag jij drie keer raden wat er hierna gaat gebeuren.” Orange leek niet van zijn stuk gebracht: “Je hebt daarna een pardon gekregen Nibbler, je mocht Iganië weer betreden, leven zoals je dat deed. Dit slaat nergens op.” De man liep richting de openhaard en pakte de pook uit het vuur, hij draaide zich om richting Orange en vervolgde: “Ik had nooit geband mogen worden Orange. In een dronken bui riep ik sterf naar Ser Lord en zonder pardon werd ik op de boot gezet. Dit is een corrupt systeem in een corrupt land, en ik ga daar verandering in brengen.” Weer draaide de man zich om en woelde met de pool de houtsblokken in het vuur om. “Weet je hoeveel mannen en vrouwen jullie de afgelopen jaren verbannen hebben? Serieus als je de cijfers ziet zul je versteld staan. Het enige wat ontbrak is een leider om ze samen te brengen.” De man leek te genieten van zijn verhaal. “En het pardon kwam me helemaal mooi uit, het verkennen van de zwakke punten in het rijk werd een eitje. Maar genoeg gepraat, ik lijk wel zo’n slechterik uit de verhalen die mijn oma altijd vertelde door maar door en door te gaan over mijn geniale snode plannen. Tijd om jullie in een donkere kerker op te sluiten! HSJ, Boogieman, regel dat!” De dikkere man trok Snipert overeind en gaf hem een keiharde klap in zijn maag. Snipert kromp ineen van de pijn toen hij de dikkere man opeens hoorde fluisteren: “Spring door het raam daar, er loopt een rivier. Stel geen vragen maar waarschuw Frontpagia.” Zonder na te denken sprong Snipert uit het raam. Hij voelde een klap en daarna nattigheid. En toen werd het zwart.

To be continued

Dit artikel delen

Over de auteur