1. Aestas Inferna Part 11

Aestas Inferna Part 11

Het is de 11e van de 11e, 11 over 11, en het is tijd voor de 11e editie van Aestas Inferna. En geheel in het kader van 11 als gekkengetal staat een zeer gek persoon centraal in deze editie.

Part 11: De Zot

Wederom bevond Snipert zich voor de poorten van Frontpagia. Een verre herinnering naar de eerste keer dat hij ze had gezien kwam naar boven. Samen met Monniejj, Chiz en de troubadours leken de muren onneembaar hoog. Wat hij nu zag kwam echter niet overeen met zijn herinneringen. De lucht was vol van de geur van rook en de dood. Het veld om de stadsmuren lag vol met lijken, tegen de muur stonden trappen en de enorme houten poort was aan gruzelementen geslagen. Ne voor de poort lagen een aantal reuzen, met enorme knotsen nog stevig in de handen. Ze zaten zo vol pijlen dat het net stekelvarkens leken. Deze hadden gefaald, maar het was anderen kennelijk wel gelukt door de poort te komen. Terwijl hij een weg door de enorme lijken zocht was de aanblik van de stad bijna buitenaards. Overal brandde vuur en het grote marktplein lag bezaaid met lijken. De poort naar het marmer stond in brand en was onmogelijk door te komen. Hij hoopte via de zandbak een doorgang te vinden en rende de poort door. Toen hij bij de smidse van zijn oom kwam stond deze in lichtlaaie. Voor de deur zag hij iets bekends liggen. Hij rende er op af en ontdekte het levensloze lichaam van Chiz. Tranen welden op, maar hij stond resoluut op en rende naar een bres in de muur tussen de zandbak en het marmer. Zijn eerste doel was het hoofdkwartier van de orde der moderators. De verre aanblik van de grootse burcht deden zijn ergste angsten uit komen. Voor de ingang lag het lijk van Ser Jalf. Binnen trof hij Ser Koekiemonster aan, hij was tegen een deur genageld. Snipert moest zich concentreren om niet over te geven. Hij rende naar de kamer van Ser Triforcehero en struikelde ondertussen bijna over het lijk van Ser Mind. De kamer van Triforcehero was leeg, dus maakte hij zijn weg naar de senaat. Toen hij de deuren van de grote zaal open sloeg zag hij in het midden Monniejj, ze werd vastgehouden door Boogieman en Nibbler. Achter hen stond een man in de schaduw, met zijn dolk gericht op Monniejj. Snipert rende de trappen af maar werd tegengehouden door 5 mannen in zwarte gewaden. “Zij is niet waar het om draait Snipert.”

Proestend werd Snipert wakker. Hij was even gedesoriënteerd tot alles weer tot hem terug kwam. Zevenburcht, de tocht door de verzonken tunnel en hun gevangenneming. Die ene die HSJ heette had hem zijn uitweg getoond… Waarom? Snipert keek neer op de rivier, waarvan hij aan de oever lag. “Ik ben vast een heel eind meegevoerd met de stroom, richting het zuiden.” Zei hij tegen niemand in het bijzonder. Met veel moeite kwam hij overeind, hij moest Frontpagia bereiken voordat de horde dat deed. Maar hij had geen eten of drinken, geen paard en geen idee waar hij ergens was. Toch besloot hij te gaan lopen in wat hij dacht dat de zuidwestelijke richting was. Dan zou hij in ieder geval dichter bij Frontpagia komen.

Hij liep twee dagen en nachten zonder rust of eten voordat hij neerstortte. Hij was uitgeput, hij kon niet verder. Het was een donkere nacht en zelfs de sterren verstopten zich voor de komende strijd. Snipert was er zeker van dat zijn dromen waarheid zouden worden en hij moest het stoppen. Als dat mogelijk was, voor hetzelfde geld stond de toekomst al in steen… Hij besloot nu eerst te rusten en morgen tot echt eten te zoeken. Anders zou hij de reis niet eens overleven. Hij had geen bedrol of iets dergelijks, maar dat maakte hem op dat moment bijzonder weinig uit. Hij sliep snel en had wederom de droom die hem al weken tergde. Toen hij wakker werd vond hij in de buurt van zijn slaapplek een appelboom en deed zich te goed aan de wilde vruchten. Hij bevond zich dacht hij in het Weeaboo bos, maar helemaal zeker weten kon hij dat ook niet. Hij hoopte dat hij de stam van 7threst weer tegen zou komen, zij zouden hem wel aan een paard kunnen helpen. Maar goed, de stam werd alleen gevonden als zij dat wilden. Hij stond op en liep verder in zuidwestelijke richting. Het viel hem op dat het bos iets minder dichtbegroeid werd en er weer meer zonlicht door de toppen heen kwam. Toen hij op een gegeven moment door een aantal bosjes kwam werd hij verrast door het aangezicht.

Een enorme kloof strekte zich zover als Snipert kon zien uit tussen het oosten en het westen. De kloof was diep, verder dat hij kon zien. Als hoorde hij wel zachtjes water klotsen ver beneden. Zijn oude leraar had hem ooit verteld dat dergelijke kloven uitgeslepen werden door het water na vele jaren. Maar deze kloof was zo diep dat het wel millennia hadden moeten zijn. En het was leuk om te weten hoe dergelijk dingen ontstonden, deze stond helaas wel gruwelijk in de weg. Zowel in het oosten als in het westen zag Snipert geen oversteek. Hij overpeinsde zijn situatie even en besloot in westelijke richting te vertrekken. Dat was tenminste nog een beetje in de richting. Na een paar uur zag hij opeens een dunne streep over de kloof. “Een brug?” wat het eerste wat hij dacht. Hij versnelde zijn pas en naarmate hij dichterbij kwam werd de streep dikker. Langzaam begon zich een touwbrug af te tekenen en Snipert werd weer hoopvol dat hij Frontpagia op tijd zou kunnen bereiken. Toen hij bij de brug aangekomen was hoorde hij opeens een stem. “Als je mijn brug over wil, dat kost dat 9 euro!” Snipert keek om zich heen en opeens zag hij midden op de brug een figuur staan. Snipert wist even niet wat hij moest doen, maar liep vervolgens voorzichtig de touwbrug op, om naar de figuur toe te gaan. “STOP!!! Eerst 9 euro! Anders snij ik de touwen door!” Snipert zag het lemmet weerkaatsen in de hete zon. “Maar dat val je zelf ook naar beneden… En wat zijn euro’s in godsnaam?” Voorzichtig zette Snipert een stap in de richting van het figuur. “Euro’s? Waar heb je het over?” De persoon op de touwbrug leek niet door te hebben dat Snipert langzaam dichterbij kwam. “Ik moest je 9 euro betalen om over te mogen toch?” De figuur uitte een soort hinnikend gelach: “Hehehe oja, dat is waar ook. 9 euro alstublief!” Snipert zette voorzichtig nog een aantal stappen terwijl hij tegen de persoon bleef praten. “Ja ik heb ze hier, wacht ik kom naar je toe. Wat is je naam?” De man op de touwbrug leek even heel hard na te denken. “uuuhm… Karel! Ik heet Karel.” Snipert bleef ondertussen stug door lopen. Als het moest zij hij deze Karel over de brug heen gooien. Hij stond tussen hem en Monniejj in. Tussen hem en zijn plicht. “Karel? Zoals de berg?” Weer lachte de man en antwoordde in zijn vreemde rasperige stem: “Ja! Dat is mijn berg. Eerlijk gekocht van die boom daar voor 9 euro. Een koopje!” Die vent is zo gek als een aardappel, dacht Snipert bij zichzelf. “Maar als dat jouw berg is, wat doe je dan op deze touwburg?” Wilde Snipert weten. “Nou, deze touwbrug heb ik erbij gekregen. Haha de boom was dronken, ik maak daar dan wel misbruik van hoor! Als ik in een niet zo lieve bui ben.” Ondertussen stond Snipert op 2 meter afstand van Karel. Hij scheve gebit en spitse gezicht vielen al snel op. Verder zag hij er gevaarlijk uit. Niet gevaarlijk in de zin van sterk en snel. Maar vooral onvoorspelbaar. Hij zou zijn dreigement zomaar uit kunnen voeren, de touwbrug kapot snijden terwijl hij er midden op stond. “Waar zijn mijn euro’s?” Snipert wist even niet meer wat hij moest doen. Hij had geen euro’s, hij wist niet eens wat het waren… Hij voelde in zijn zakken vond een briefje. De brief die hij voor zijn vertrek van Monniejj had gekregen. Hij had hem meegenomen, al was hij half onleesbaar geworden door zijn ritje in de rivier. In een vlaag van stupiditeit, of genialiteit, stopte hij Karel het briefje in zijn handen. “Alstublieft Karel, 9 euro!” Karel keek gefascineerd naar het brief en de half doorlopen krabbels die er op stonden. Het leek alsof hij er niets van snapte. “Wat is dit?” Snipert begon een beetje te zweten, maar bleef doorgaan met zijn truuk. “Dat is 9 euro. Of tenminste het is 9 euro waard. Dat briefje kun je inleveren in de bank van frontpagia, en dan krijg je 9 euro.” Karel bekeek het briefje met grote ogen. “Ik wist wel dat het een slimme investering was! Die struik daar vertelde me dat ik die 9 euro nooit meer terug zou krijgen van de berg. Maar wat denk je er nu van struik!!!” Snipert keek de jongen toe terwijl deze de touwbrug afrende en tegen een bosje begon te schoppen. Een kleine glimlach verscheen rond zijn lippen. “Ooooke, dat is ook weer gelukt. Tijd om verder te gaan.” Snipert liep de touwbrug af en groette Karel. Hij was weer onderweg. Terwijl hij zich een weg zocht richting het zuidoosten hoorde hij opeens wat achter zich. Toen hij omkeek liep Karel daar opeens. “Euhm, wat doe je?” vroeg Snipert aan hem. “Ik ga naar Frontpagia, m’n 9 euro ophalen! Gezellig heh, zijn we opeens reismaatjes!” Snipert hield zijn handen voor zijn ogen en dacht bij zichzelf: dit gaat echt kut worden.

De verdere reis was een hel met Karel erbij. Snipert werd compleet gestoord van de jongen. Hij bleef maar praten en wat hij zei was nooit heel erg logisch. Daarnaast vertelde hij constant de meest beschamende zaken die hij in zijn leven had gedaan. Verhalen over meisjes die hij leuk vond, bier en hoe hij daar altijd van moest kotsen, hoeren en zijn ervaringen in de kroeg De Langzame Babbel vulden de dagen van Snipert. Het was ondertussen twee weken geleden dat hij door het raam was gesprongen in Zevenburcht en zijn hoop om eerder dan de horde aan te komen bij Frontpagia vervloog met de dag. Op een dag kreeg hij een bergketen in zicht die hem erg bekend voor kwam. “Karel, weet jij welk gebergte dat is?” Karel keek er even naar en zei: “Niet mt. Karel! Dat kan ik je wel vertellen. Die is veel hoger!” Snipert dacht even goed na, tussen Zevenburcht en Frontpagia was slecht één grote berg, en dat was dus mt. Karel… Het enige andere gebergte ook maar ergens in de buurt was. Het Wii-gebergte. “Miyamotoverdomme!” schold Snipert. “Wat?” vroeg Karel. “We zijn verkeerd gelopen… te ver naar het zuiden. Frontpagia is ten noordwesten van hier.” Karel knikte. “Inderdaad, als je net voor mijn touwbrug naar het westen gaat, kom je zo bij Frontpagia aan. Heel makkelijk.” Snipert kon zichzelf wel voor zijn kop slaan, de rivier had hem veel verder meegevoerd dan hij had gedacht. “Maar jij gaat ook naar Frontpagia? Waarom heb je niets gezegd?” Karel glimlachte en zei: “Jij bent mijn beste vriend Snipert, ik volg jou waar je ook gaat!” Ik ben gedoemd… dacht Snipert bij zichzelf.

Ondanks de enorme omweg die Snipert had gemaakt ging de rest van de reis iets sneller. Ze vonden namelijk al snel een tweetal verdwaalde paarden. Dat ze deze vonden zat Snipert echter niet lekker. Paarden zijn kostbaar en een mensen raken die niet snel kwijt… Daarnaast was het voor Snipert ook niet echt optimaal dat ze er twee vonden. Als het er slechts één was geweest had hij Karel kwijt kunnen raken. Deze was er compleet van overtuigd dat ze de beste vrienden van elkaar waren. Wat Snipert ook zei, het drong maar niet bij de jongen door. Maar hij had in ieder geval een paard. De hoop om eerder in Frontpagia te komen dan de horde begon weer een beetje te leven. Karel bleef rare verhalen vertellen, maar Snipert raakte er een beetje aan gewend. Het leek wel een goudeerlijke kerel, iemand je niet in de steek zou laten als hij je vriend was. Iemand die door dik en dun bij je zou blijven.

Opeens doemden de muren van Frontpagia uit de mist voor hen op. Snipert schrok zich kapot toen hij zich beseft dat het geen mist was, maar rook. Grote belegeringswerken stonden voor de stadspoort, maar zij vuurden niet. Dat kon maar één ding betekenen, ze waren al binnen. Opeens hoorde hij naast zich Karel. “Snipert, vriend, dit is me iets te link!” Hij keerde zijn paard om en zette het aan tot een galop. “Vaarwel!”

To be concluded

Dit artikel delen

Over de auteur