1. IGF Chronicles: City of the Damned 3

IGF Chronicles: City of the Damned 3

Dank aan Captain Kaoz! Maar nu... episode 3!

Bullets. Bullets everywhere. Kogels vliegen in alle richtingen door Utrecht Centraal, begeleidt door het gegil van doodsbange mensen. Hier en daar worden er kreten van pijn geuit, wanneer iemand het onderspit moest delven tegen verscheidene zombies. Mensen die opengereten worden en hun ingewanden worden opgegeten of het worstjes zijn. Toch werden de zombies één voor één neergemaaid door de IGF survivors, die een paar minuten daarvoor een tas vol wapens hadden gevonden. Ondanks de het geluid dat werd geproduceerd, was de distinctieve bulderlach goed hoorbaar. Gewapend met een shotgun schakelt hij op een bijna magische wijze de ondoden uit, tot verbazing van de andere overlevenden. ‘Weet je, ik begin bijna te vermoeden dat hij hier van geniet.” merkt Dariee op tegen Tidow. Die knikt en weet met zijn pistool een paar zombies op een afstandje neer te knallen. De andere leden beginnen inmiddels de smaak te pakken te krijgen, iets wat Xcal niet betreurt. “Weet je, ik had militair moeten worden in plaats van filosoof. Feels good man.” 7threst glimlacht en weet met een schot drie zombies echt dood te krijgen. ‘Fucking epic’ mompelt hij. Silvana, Ownert, Calamity en Sadist staan samen te knallen en laten zich niet gek maken.

Xcal begint opeens naar voren te stappen en schreeuwt: ‘Socrates heeft nu echt shit on me eigenlijk. I’m a fucking zombieslayer en wellicht kan ik wat epische gedachten er in gooien wanneer ik dit overleef’ Net na deze zin stort een zombie zich dankzij een verrassings aanval zich op Xcal, die zich met de kolf van zijn pistool probeert te verdedigen. ‘Oh god nee, ik wil wel oud worden. Ik en mijn grote mond over de 20 bereiken FFFFFFUUUU’ 7threst ziet Xcal vechten om in leven te blijven en snelt op hem af. Maar het is te laat, een tweede zombie begint in Xcal zijn gezicht te bijten en 7threst kijkt met afgrijzen toe andere zombies toestromen om te genieten van de filosoof z'n nog jonge vlees. ‘Holy shit!’ schreeuwt Calamity terwijl de rest van de survivors toezien hoe hun vriend wordt opgepeuzeld. Sadist geeft een signaal aan de rest, om ze vervolgens richting de rails te wijzen. ‘We moeten nu gaan, willen we het nog redden!’ De rest kijken enigszins beteuterd de falende borrelaar aan, die vervolgens bijna in woede uitbarst: ‘kom op, willen jullie graag dood!!??’ schreeuwt hij op vervaarlijke wijze. De groep begint inmiddels te rennen richting de rails, maar worden tegen gehouden door een nieuwe groep zombies die aan het genieten zijn van alle paniekerige mensen die hun kant zijn opgerend. Ze moeten door deze groep zombies om zo bij het perron te komen. Ownert, de lange dude die hij is kijkt over de menigte en ziet geen andere mogelijkheid dan “er keihard er doorheen te rennen”. Na een diepe zucht beginnen ze te rennen en proberen al zigzaggend door de zombie menigte en lichaamsdelen heen te komen. Tidow weet door middel van ijzersterk elleboogwerk zombies aan de kant te beuken, maar hoort ondertussen ook het geschreeuw van zijn kameraden die moeite hebben om de zombie menigte te doorkruizen.

Uiteindelijk weet Tidow het einde te bereiken en weet zonder al te veel kleerscheuren de zombies te ontwijken en ziet dat Dariee ook al het einde heeft bereikt. De twee kijken elkaar vragend aan, maar zien niemand meer verschijnen uit de enorme ondode massa. Dariee wil erop af, maar Tidow houdt hem tegen. Hij wijst naar een aantal zombies die inmiddels hun aandacht vestigen op de twee. Dariee kijkt zijn mede overlevende aan en schudt zijn hoofd: ‘We kunnen hen toch niet achterlaten? Dat is inhumaan. Dit is niet goed. Tidow trekt aan de treehugger zijn arm en overtuigt hem te gaan: ‘ze zijn er niet meer man, we moeten nu onszelf zien te redden. Niemand heeft er baat bij als wij ook dood zijn.’ De twee kijken nog vol hoop om, maar zien niemand verschijnen en beginnen wederom te rennen. Op het perron waar zij terecht komen zijn verscheidene zombies ook al aanwezig, maar vormen geen gevaar wanneer de twee op de rails springen. De twee beginnen zo hard mogelijk te sprinten, totdat ze na een minuut of vijf stoppen. Tidow kijkt alle richtingen op en ziet geen zombie en stort ter aarde. Dariee gaat naast hem zitten en er rolt een traan over zijn wang. ‘Ze zijn dood... allemaal dood. Oh god’ fluistert hij zachtjes. Tidow rolt zich op zijn rug en kijkt naar de blauwe hemel, die vervuilt is met rook en de stank van dood. Hij gaat recht op zitten en kijkt Dariee aan. Het is minutenlang stil, totdat Dariee opstaat en opmerkt dat ze verder moeten. Tidow knikt, staat op en beginnen hun weg te vervolgen. Ondanks hun sprint partij zit het tweetal nog te dicht bij het centrum van Utrecht, waar ze vermoeden dat het virus uitbrak.

‘Wat denk jij dat de oorzaak is voor al deze onzin?’ vraagt Dariee. Tidow kijkt bedenkzaam voor zich uit, om vervolgens zijn kin te masseren. ‘Ik denk... ik denk dat het gewoon een virus is. Het is niet airborne, maar het kan wel worden overgedragen. We zagen Ridley toch? We hebben een dag of twee bij me thuis gezeten, maar we zagen na een dag al zijn zombie versie voor mijn woning sjokken. Incubatie tijd voor een virus is relatief kort dus’ aldus de zombie kenner. Dariee knikt en vindt het “aannemelijk klinken”. Terwijl Dariee zijn gedachten afdwalen naar zijn dode IGF vrienden, roept Tidow dat hij moet stoppen. Een kleine groep zombies lijkt in de verte aan te komen en ze zien er hongerig uit. ‘Kut wat nu?’ gilt Dariee. In paniek kijkt Tidow alle kanten op en ziet een doorgang via de bosjes aan zijn linkerkant. ‘Snel dude, schiet op!’ De twee lopen richting de bosjes om verrast door een onaangename bekende zombie... Swiep. ‘Oh kom op, deze shit verzin ik eens niet in Aestas Inferna’ verzucht Tidow en zet de loop van zijn handgun tegen de gezombificeerde Fries aan. De trekker wordt snel overgehaald en de ondode Swiep is niet meer. Tidow en Dariee kijken hoe het bloed van de hoofdwond maar net langs hun schoenen loopt, om vervolgens meer gegrom in de verte te horen. ‘Ooookay, nu wil ik heel graag weg’ begint Dariee nogal angstig te fluisteren. Tidow wijst naar de bosjes en de twee duwen zich door de dichte bosjes heen. Eenmaal aan de andere kant, lijken ze in een woonwijk te zitten die na twee dagen vol zombie terreur helemaal verlaten is. ‘Dit is zo weird, echt ik had het helemaal uitgedacht hoe ik dit zou overleven en waar ik heen zou gaan wanneer een zombie apocalyspe zou plaatsvinden’ brabbelt Tidow. Dariee kijkt hem nogal verbaast aan en vraagt hem: ‘hoe bedoel je? Je hebt hier rekening mee gehouden?’ Tidow knikt en gaat verder: ‘Het laatste wat je moet doen is in een fucking woonwijk je geluk beproeven, zombies zullen vroeger of later de boel binnendringen.’

De twee zetten stapje voor stapje in de woonwijk en kijken geconcentreerd in alle richtingen. De wijk lijkt toch echt verlaten te zijn. Tidow produceert een diepe zucht en Dariee kijkt nogmaals naar rechts en links. ‘Weet je, zullen we de westkant oplopen? Dan zullen we zeker weten ontsnappen aan Utrecht.’ merkt Dariee op. Tidow geeft hem een vriendelijk lachje en beginnen richting de westerse kant te lopen. Hoewel dit een goed idee blijkt te zijn, komen ze onderweg steeds meer ondoden tegen. Ze vormen gelukkig geen dreiging, maar het voelt niet bepaald veilig aan. Zo zien ze zombies kauwen op menselijke resten, zijn verschillende deuren en ramen besmeurd met bloed; ze moeten zelfs hoe ernstig de situatie ook is, op een gegeven moment lachen om een zombie die probeert een konijn te vangen als snack. De twee bereiken op een gegeven moment een kruising, waar de overkant veilig eruit ziet. Een blik naar links en rechts laat zien dat deze geen goede opties vormen: aan beide kanten maken kleine groepen zombies de buurt onveilig. De keuze lijkt al snel gemaakt, totdat ze iemand horen schreeuwen en het knallende geluid van vuurwapens. Aan de overkant, om het hoekje komen drie nogal angstige mensen aanrennen achtervolgd door een horde hongerige zombies. ‘Oh dat fucking meen je niet’ zegt Tidow vol ongeloof. ‘He, de wonderen zijn de wereld niet uit’ zegt Dariee met een voorzichtige grijns.

De drie mensen die richting Tidow en Dariee rennen zijn niemand minder dan Eend, Marianne en Stefandepefan! Die laatste komt met een angstige glimlach de twee tegemoet: ‘Hey lang niet meer gezien, maar laten we nu even rennen voordat we als een bucket of chicken eindigen m’kay?’

To be continued...

Dit artikel delen

Over de auteur