1. 't Bloemenjurkje

't Bloemenjurkje

Het lentebriesje waait over de druk bevolkte straat. De mensenmassa die links en rechts van mij langs lopen is een grote grijze massa die ik niet zie. Ik zie geen gezichten, geen koffers of tassen die ze bij zich dragen: ik zie alleen maar grijs. De enige kleur die ik zie staat in het midden van de massa, ze lijkt te dansen en het zwarte frivole jurkje met een schattige bloemen print wipt omhoog bij elke pas die ze zet. De wind heeft hier een aandeel in, maar het is toch vooral haar eigen beweging die het zo doet zwaaien. Het lijkt mij te wenken en ik verlang naar de persoon in het jurkje, mijn hand tast ernaar maar grijpt mis. Ze plaagt me en nog een keer probeer ik het meisje met de donkere bos krullen en twinkelende bruine ogen te pakken te krijgen. Deze keer lukt het me en grijp ik haar hand vast. Samen staan we te dansen op Oxford Street te midden van de grijze massa en ergens verderop tokkelt een jongeman met baard op een gitaar. Hij zingt over de zon en de lach die terugkeert bij de mensen omdat de lente is aangebroken.

Zou de gitarist in de gaten hebben met wat voor geluk hij ons vult? Waarschijnlijk niet, maar het doet er ook niet toe, dit moment van toeval of lot koester ik voor de rest van de dag, week, maand, jaar en leven. Ondertussen loopt de grijze massa door en weet ik ze nog steeds geen gezicht te geven, soms zie ik iets roods en dan weer wat blauws, maar wat het is? Geen idee en ik wil het ook niet weten. Ik heb alleen oog voor degene die naast mij loopt. Het briesje waait ondertussen op dezelfde kracht door, de zon schijnt door de wolken heen en Mr. Blue Sky lacht me toe. Wellicht ben ik nu deze goedlachse meneer en is zij de goedlachse mevrouw; de witte wolken die de lucht altijd compleet maken op een stralende lentedag, zoals deze?

Onder ons vliegen de vogels fluitend rond. Ze mogen dan overal hun munitie loslaten, zelfs op mijn bos krullen als ze er zin in hebben, het kan mij niet deren. Ook niet als ze de munitie loslaten op het moment wanneer ik samen met haar snel naar de dichtstbijzijnde Underground ren om de metro te halen en we over de toegangspoortjes heen springen omdat we het geld niet hebben om het te betalen. Schreeuwende medewerkers achtervolgen ons, maar net op tijd springen we in een metro die richting het donker rijdt.

In de metro zit dezelfde grijze massa als zo net, nog steeds kan ik ze geen gezicht geven. Wanneer ik om mij heen kijk zie ik alleen maar vage omtrekken van reclameaffiches die op de wanden van de metro zijn geplakt en lichtflitsen van de tunnel waar we doorheen rijden. Zo nu en dan schokt de metro heen en weer en helt deze over naar links of rechts wanneer we een bocht maken. Opeens komt er een piep in mijn gehoorveld terecht en begint het metrostel heftig te schokken. Ik pak de paal waar ik tegen aan sta steviger vast en druk de twinkelende oogjes dichter tegen mij aan, de metro remt voor wat de eindhalte blijkt te zijn.

Wanneer we buitenstaan moeten we wennen aan het felle zonlicht en waait dezelfde verfrissende lentebries ons tegemoet. Gelukkig zijn we weg uit de donkere, smerige en stinkende metro en lopen we weer rond waar we ons het beste voelen. Op het enige verkeersbordje dat voor mijn ogen scherp is in de hele omgeving zie ik dat Hyde Park rechtdoor is. Het valt mij nu pas op dat alles vaag is voor mij, behalve het frivole bloemenjurkje naast mij en verder datgene wat ik graag wil zien, of moet zien, zoals het bordje met Hyde Park. Zelfs de weg voor mij is vaag, maar mijn voeten lijken wel te weten waar ik heen moet en dus volg ik ze naar daar waar ze me toe dragen.

Opeens hoor ik dezelfde zang als zo net op Oxford Street en hoe dichter we bij Hyde Park komen hoe luider de stem wordt. Deze keer zingt hij een liedje over een zangvogel wanneer ik het vrij vertaal vanuit het Engels. Ergens verder op staat een meisje met een keyboard en rood haar een liedje te zingen over een stel dat de liefde voor elkaar vergelijkt met... vogels. Ze dreunt en zingt het op een manier die we alle twee uit duizenden herkennen, daarnaast zie ik haar scherp, net zoals de tokkelende gitarist met het lange haar en bijbehorende baard. Opeens besef ik me dat dit geen toeval kan zijn, maar dat het 't zo bepaald is door iets of iemand.

Weer dansen we, dit keer op groene grasvelden met twee muzikanten die ons begeleiden met twee verschillende nummers maar die samen met onze dans worden verworven tot iets dat voorbij gaat aan ons menselijke brein. Dit wat er speelt is niet te verklaren met een nuchter of zwevend intellectueel brein, maar moet je ervaren en over je heen laten komen tot het einde, wanneer dat ook maar moge zijn. We gaan zitten onder de boom en ik besef me dat ik me nu bevind op de Strawberry Swing.

Dit artikel delen

Over de auteur