1. 't Bloemenjurkje (deel drie)

't Bloemenjurkje (deel drie)

De straatlantaarn laat zijn licht vallen op het met graffiti bedekte muurtje en op de achtergrond rookt de boot nog na van zijn lange reis van de oostkust van Engeland naar de westkust van Nederland. In de schaduw van het muurtje is een omtrek te onderscheiden; de schouders omhooggetrokken, het haar staat warrig omhoog, de armen stevig over elkaar geslagen en de voeten staan standvastig op de droge grond. De borstkas lijkt niet te bewegen, ze houdt haar adem in en het jurkje hangt stil in de lucht, geen wind die het omhoog wipt zoals anders het geval is. Het bewegen van de ledematen is opgehouden, het dansen is gestopt.

Een donkere stip wordt zichtbaar op de grond, gevolgd door nog één, ze huilt. De borstkas begint zichtbaar heen en weer te bewegen, evenals de schouders die schokkerig naar beneden gaan. Het hoofd wordt naar beneden gebogen en ze slaat haar handen voor haar gezicht. Ik sta er teleurgesteld bij en kijk toe, ik laat haar haar gevoelens de vrije loop gaan. Natuurlijk had ik net zo goed een arm om haar schouder kunnen slaan, haar in mijn armen nemen of een bemoedigende kus op de wang kunnen geven, echter lijkt me dit niet geschikt op dit moment.

We zijn net terug gekomen uit Engeland, drie weken nadat het eigenlijk had gemoeten, het geld en de brandstof is op, er moet worden bijgetankt. Eigenlijk willen we wel naar huis, terug naar het hoge noorden waar onze ouders en vrienden zijn. Zelfs ik wil naar huis terwijl ik als grootste droom had om vrij te zijn en rond te trekken, toch valt het mij vies tegen. Ik mis de zorg van mijn moeder, het gezeur van mijn vader en het heen en weer gevlieg van mijn beide broers.

Ondertussen heeft ze haar handen weggehaald waardoor haar gezicht niet meer verscholen is achter de zachte vingers en is ze het licht in gestapt, dichter naar mij toe. Het schijnsel dat op haar valt accentueert de lieve rondingen van haar gezicht; de neus, de wangen en natuurlijk de sprekende bruine ogen. Waar er anders de twinkeling in te zien is van het gelukkige, vrolijke en vrije leven, is het deze keer treurnis en zijn ze nog rood door de tranen die haar oogkassen zo juist hebben gevuld. We kijken elkaar recht in de ogen aan; zij ziet mijn van acne overladen gezicht dat bescheidenheid en zorgzaamheid uitstraalt, mijn ogen spreken medeleven uit en de mondhoeken hangen een beetje naar beneden. Zonder een woord te zeggen gaan we op pad, we weten waar we heen willen: thuis.

De mensen in de trein zitten rustig met drinken en wat leesvoer te wachten tot de trein in beweging komt, we nemen plaats achter in de coupé, zij bij het raam en ik aan de kant van het gangpad. Onze kaartjes hebben we gekocht van het allerlaatste geld dat we nog hebben en onze wegen scheiden zich op een gegeven moment, gelukkig zitten we samen nog enkele uren in de trein totdat dat moment plaats vindt.

De trein komt schokkend tot stilstand, een vluchtige kus op haar mond en ik loop richting de deur van het treinstel. Wanneer ik mijn eerste stap zet op het perron wordt mijn hand vast gepakt en zegt een zacht melancholisch gefluister dat ze met me mee wil. Verderop op het station zie ik mijn moeder wachten en aan haar blik zie ik dat het goed is, ze mag mee. Samen lopen we over het perron in het holst van de nacht, de maan is duidelijk zichtbaar aan de hemel en de zorgeloosheid is weergekeerd in onze hoofden. Ik zie haar bescheiden witte glimlach en onderwijl knijpt ze zachtjes in mijn hand.

Ik zeg haar dat er eens weer een moment komt dat we samen rondrennen over de verschillende perrons en straten door verscheidene steden om het openbaar vervoer te halen. Dat we ooit weer eens rondvliegen als vogels die vrij en gelukkig zijn, maar dat we nu moeten genieten van de stevige grond waar we opstaan en het leven moeten gaan leiden wat we normaliter zouden moeten leiden op onze leeftijd. Tegelijkertijd zeg ik haar dat de zomer voor de deur staat en er dan weer een moment is dat we onze vleugels uitslaan: ik in een kleurig overhemd en zij in dat jurkje waar we zoveel plezier in beleefd hebben, in het frivolen bloemenjurkje.

Dit artikel delen

Over de auteur