1. Het deksel op de doofpot - Proloog

Het deksel op de doofpot - Proloog

“Het bijzondere aan een bijzondere dag is dat je van tevoren niet weet dat die dag bijzonder gaat worden”, grinnikt Paul. Robert kijkt hem verbaasd aan, “Wat lul je nou man.”, zegt hij. Voordat Paul zijn bewering uit kan leggen, worden de jongens tot stilte gemaand door de “tussenuur-trut”. Robert buigt zich weer over zijn wiskunde huiswerk, terwijl Paul verder gaat met zijn SMS. “Wie SMS je eigenlijk?” vraagt Robert. Paul zwijgt en typt verder op zijn mobiel. Robert schuift zijn boeken naar voren. Wiskunde is al niet zijn sterkste kant, maar integreren en differentiëren kan hem ook nog eens helemaal niets schelen. Nog een paar maanden en hij is er van af, de examens staan voor de deur en na de vakantie kan hij eindelijk beginnen aan zijn baan. Als een van de weinige heeft hij besloten om niet te gaan studeren. Hij gaat aan de slag bij een metaalbedrijf. Vanwege zijn jarenlange ervaring, opgedaan tijdens vakantiewerk, werd hij gevraagd om assistent-teamleider te worden. Na een lange discussie met zijn ouders besloten ze dat het voor Robert niet loont om meteen te gaan studeren. Daarom mag hij een jaar aan de slag, waarna hij weer met zijn ouders om tafel moet gaan zitten om zijn toekomst door te spreken. Het bekende gezeur zoals veel jongeren dat ervaren. Ouders zien graag dat hun kind een goede opleiding geniet en terug kan vallen op een diploma. Robert vindt dat hij zijn plicht al vervuld heeft door het Atheneum af te maken.

Voor Paul liggen de zaken anders. Als jongste uit een gezin van vier hebben zijn ouders weinig druk op zijn prestaties gelegd. Ze zullen wel denken dat hun oude dag al verzekerd is van een gouden randje met drie bollebozen. Paul wil echter niet onder doen voor zijn broers en zussen en is vastberaden om geneeskunde te gaan studeren. Dat hij veel meer in zijn mars heeft, maakt hem niet uit. Zijn creativiteit en natuurlijke drang om tegen alles in te gaan, maken hem eerder geschikt als journalist, analist of adviseur van eigenwijze bollebozen. In plaats daarvan wil Paul zo’n bolleboos worden. Tot voor kort was hij hier honderd procent zeker van. Tot voor kort, want hij ontving gisteren een apart SMSje. Hij kent de afzender niet, maar wat hij of zij stuurt is des te interessanter. Er was één zin die in het bijzonder zijn aandacht trok: “Je ouders moeten niet denken dat zij boven de wet staan en ik zal er persoonlijk voor zorgen dat ze krijgen wat hun toekomt”. Paul weet zeker dat hij te maken heeft met een grappenmaker, maar puur uit verveling besloot hij wat terug te sturen. De persoon in kwestie is niet erg happig en reageerde vanochtend pas weer met een nieuw bericht waarin stond dat hij zijn ouders van een schande kon redden als hij morgenmiddag naar het Grote Veld kwam. Daar zou de geheimzinnige afzender zijn of haar identiteit bekend maken. Maar wat belangrijker is hij of zij zou vertellen wat zijn ouders nou misdaan zouden hebben en hoe hij een publicatie kon voorkomen. Zijn aangeboren nieuwsgierigheid, en neus voor bijzondere gebeurtenissen hebben hem doen besluiten om mee te gaan in dit spelletje. De toon van zijn berichtjes is echter vrij laconiek. “Voor iemand die claimt iets belangrijks te vertellen te hebben, toon je weinig bewijs. Hoe weet ik of je serieus bent?” Met die zin sluit hij zijn SMS af en zijn telefoon verdwijnt weer in zijn broekzak. Hij werpt een blik op de klok en zucht, nog een half uur. “Ik ga pissen”, zegt hij tegen Robert. Die knikt en gaat zuchtend weer aan zijn wiskunde huiswerk. Paul loopt, zonder een woord te zeggen, het lokaal uit. De “tussenuur-trut” komt hem verontwaardigd achterna, maar ze is al te laat. Paul is de trap al af richting de toiletten. Mopperend op de “jeugd van tegenwoordig” gaat ze weer op haar stoel zitten. Ze ziet nog net hoe twee jongedames elkaars agenda teruggeven. “Wat doen jullie daar? Lever die agenda’s maar in, meteen!” Robert schudt zijn hoofd, zo gaat het nou altijd, school is gewoon klote.

Niet veel verderop, zo’n veertig meter, is het een stuk minder rustig. Het lokaal is een grote chaos en de leerlingen zijn overal, behalve op hun aangewezen plek. Rik heeft zojuist weer een van zijn woedeaanvallen gehad. Deze keer gingen er twee tafels omver en vloog er een stoel door het lokaal heen. Het doelwit was niet de leraar, maar zijn beste vriend Steven. In een poging Rik te kalmeren probeert Ferry op zijn vriend in te praten. “Hij bedoelde het toch niet zo, dat weet je toch”, fluistert hij Rik toe. Steven staat nog verbouwereerd toe te kijken naar de ravage. De andere leerlingen rennen als kippen zonder kop door het lokaal. Steven voelt aan zijn hoofd, als hij naar zijn vingers kijkt, ziet hij dat er wat bloed aan zit. De stoel heeft hem dus toch geraakt. Hij weet van zichzelf dat hij niet de grootste grappenmaker van de klas is, maar dit leek hem toch wel leuk. De opdracht was ten slotte ook om een klasgenoot op een grappige, overdreven manier te imiteren. Nou is hij al niet echt een fan van het vak drama, maar deze opdracht vroeg echt alles van hem. Hij besloot daarom zijn beste vriend te imiteren. Rik is licht ontvlambaar en heeft last van driftbuien. Zijn vader is enkele jaren geleden overleden en hij heeft dit moeilijk kunnen verwerken. Steven weet hier van en hij weet ook dat Rik vooral driftig wordt als mensen klagen over hun ouders. Daarom besloot hij om de karikatuur van Rik juist niet boos te laten worden om dat onderwerp. Hij koos ervoor om helemaal door het lint te gaan op het moment dat hij er achter komt dat hij twee verschillende sokken aan heeft. De klas vond het grappig en even waande Steven zich een waar komediant. Toen hij het gezicht van zijn beste vriend zag, wist hij dat zijn act niet geslaagd was. Hij probeerde de stoel te ontwijken, maar blijkbaar schampte de poot zijn voorhoofd. “Stom van me”, mompelt hij. Ik had iets anders moeten bedenken. Ik had Ferry na kunnen doen en zijn spraakgebrek moeten imiteren. Zijn gedachten vliegen ongeordend door zijn hoofd, maar het is te laat en langzaam loopt hij naar Rik toe. De ogen van zijn beste vriend proberen hem te doorboren, maar hij kent Rik langer dan vandaag. “Het spijt me man, ik had het niet moeten doen.” Steven steekt zijn hand uit en Rik zijn ogen lijken minder vuur uit te stralen dan zo even. De leraar probeert de klas weer een beetje op orde te krijgen. “Ferry, neem jij Rik en Steven even naar het toilet. Dan kunnen ze zich even opfrissen, maar zorg er wel voor dat ze elkaar niet weer in de haren vliegen.” Ferry knikt en de drie vrienden lopen de klas uit. Langzaam gaat iedereen weer op zijn plaats zitten. De leraar hervat de les, die moeizaam weer op gang komt.

Paul komt net de toiletten uitgelopen als hij drie jongens aan ziet komen. Een van hen heeft een kleine hoofdwond. Paul glimlacht, “Het zijn ook altijd dezelfde hè. Ik zal je broer alvast inlichten, dan hoef je niet zo veel uit te leggen tijdens het avondeten.” Hij krijgt geen reactie en dan trilt er iets in zijn broekzak. Paul pakt zijn mobiel uit zijn broekzak en leest het berichtje. Dan trekt zijn gezicht wit weg. Hoe kan het dat iemand hier van af weet en hoe heeft die persoon hem weten te vinden. Het lijkt alsof de botten in zijn benen van gelei zijn. Hij probeert op zijn hurken te gaan zitten, maar het is te laat. Zijn hoofd slaat tegen de grond en een kreun ontsnapt aan zijn stembanden. Ferry komt naar hem toe en trekt hem omhoog. Rik pakt de telefoon die op de grond gevallen is en geeft hem terug aan Paul. Paul grist de telefoon uit zijn handen en stopt deze snel in zijn broekzak. “Gaat het een beetje?” vraagt Steven. “Ja, dank jullie wel. Ik kreeg opeens een blackout.” Rik begint te lachen, “Dat is zo niks voor jou man, maar ik zal Robert vast inlichten. Dat bespaart je de uitleg waarom je zo lang wegbleef.” Paul lacht wat ongemakkelijk en loopt dan terug naar het lokaal.

Die avond als Rik achter zijn computer zit, kan hij met moeite een uitroep van verbazing onderdrukken. Robert die net langs zijn kamer loopt, kijkt nieuwsgierig naar binnen. “Wat is er bro’, zit je weer te fappen of wat?” “Nee, nee het is niks. Of… toch wel. Heeft Paul iets tegen jou gezegd over een afspraak morgenmiddag bij het Grote Veld?” “Huh, nee daar weet ik niks van. Hoe kom je daar zo bij?” “Niks, misschien heb ik het verkeerd gezien”, zegt Rik. Snel sluit hij de webpagina af en start Starcraft II op. Robert haalt zijn schouders op en gaat naar beneden. Rik pakt zijn telefoon en begint een SMS te tikken. “Morgenmiddag, Grote Veld om 14:00.” Een kilometer verderop loopt Paul naar zijn vader toe. “Pap, ik moet je wat vragen.” De vader van Paul kijkt op van zijn computerscherm. “Zeg het eens jongen.” Paul zucht diep en treedt de werkkamer van zijn vader binnen. Hij moet de waarheid weten, voordat hij morgenmiddag naar het Grote Veld gaat.

Dit artikel delen

Over de auteur