1. 't Bloemenjurkje (deel vier)

't Bloemenjurkje (deel vier)

Het azuurblauwe water in het ovaalvormige zwembad ligt er spiegelglad bij, er staat geen zuchtje wind en de zon laat zijn warmte stralen over de mensen die liggen te baden aan de kant van het zwembad in de houten ligstoelen. Diep onderuit gezakt genieten we van de zomer die in volle gang is, van mijn laatste dag dat ik nog kind ben en de voorlopig laatste dag thuis; morgen is het namelijk zover dat Lowlands wordt opgezocht. Drie en halve dag vrij zijn, vrij zijn als de vogels waar ik ons tweeën altijd zo vaak mee vergelijk en de belofte inlossen die ik aan haar maakte toen we uit de trein stapten op weg naar mijn nederige stulpje waar hetzelfde zwembad zich bevindt.

Opeens wordt de rust verstoord door het gekraak van een ligstoel en het daaropvolgende gespetter van water dat opspat en neerkomt op de gloeiend hete stenen die het zwembad omringen. Ze is het zwembad ingesprongen met haar witte bikini waar een zwart bloemetjes patroon op is geborduurd om het geheel op te leuken. De donkere krullen zijn verdwenen door het chemische azuurblauwe water dat het zwembad vult, in plaats daarvan hangen de haren nu nat langs haar gezicht tot net voorbij haar schouders. Het water sijpelt van haar bovenlichaam weer terug in het water en door haar aanblik besluit ik ook een duik te nemen in het verkoelende water. Ik besef mij wanneer ik samen met haar in het zwembad rond dobber de vakantie in volle gang is, het vrije leven net weer op gang gekomen is en morgen daadwerkelijk los zal gaan.

De trein is overvol richting het anders zo vredige plaatsje maar dat nu wordt opgeschikt door de ene na de andere muziekliefhebber, de één onder invloed van de drugs en de ander broodnuchter maar onder invloed van het geluk dat deze ongeregelde zooi uitstraalt. Zo ook wij met zijn tweeën. We staan er redelijk timide bij en kijken onze ogen uit als nuchtere Friezen, de een na de andere rare uitdossing komt voorbij; mensen gehuld in ducktape en weer een ander die nog redelijk normaal te noemen is met een biertje in de hand en bijbehorende Oranje-uitdossingen die je alleen draagt tijdens het voetbal of onze nationale feestdag. Wij zijn alleen maar gehuld in een licht blauw geruit overhemd en zij in hetzelfde frivolen bloemenjurkje, zoals altijd op fijne momenten.

De trein komt tot stilstand en het dorpje wordt weer opgeschrikt door de jaarlijkse festivalganger, wij lopen mee in de stroom richting de pendelbus die al ronkend staat te wachten op zijn passagiers. Op vertoon van ons toegangskaartje mogen we de bus in van de vriendelijke ogende buschauffeur met zijn hippie krullen, bijpassende bril en shagje die half in zijn mond hangt. Hij is al bijna toe aan zijn pensioen en zijn rimpels doen dit vermoeden alleen maar bevestigen. Wanneer de bus in beweging komt denk ik voor een moment even een lichtflits te zien en in een andere wereld te zijn beland met langs de kant een bord dat Woodstock nog 6,9 kilometer is. Ik kijk om mij heen en zie alleen maar kleurloos staal, lange haren met haarbanden en akoestische gitaren. Buiten zie ik dezelfde soort mensen in de berm slenteren met koffers, tassen en zo nu en dan ligt er een groepje in het gras omhoog te staren en de drug aan elkaar door te geven.

Opeens fluistert iemand wat in mijn oor, we zijn er en ik word wakker uit mijn fantasiebeeld, maar wanner ik een blik werk op de chauffeur bij het uitstappen krijg ik een knipoog die het alleen maar vreemder maakt. Gelukkig maal ik er niet om want het beeld was prachtig, een droom, maar lang zo mooi niet als de werkelijke droom waar ik al enkele maanden in leef. Het wordt zelfs nog mooier wanneer ik dan eindelijk het festivalterrein betreed en al wat verschillende jamsessies om de oren krijg van mensen die hun tentje al hebben opgezegd en lekker rustig aan het relaxen zijn, aan het genieten zijn van het vrije bestaan.

Nadat wij onze tent ook hadden opgezet, hebben we het rustig aan gedaan door wat rond te slenteren hand in hand over het terrein. Inmiddels zijn we een dag verder en is het festival daadwerkelijk begonnen, we gaan van tent naar tent, van artiest naar artiest en genieten met volle teugen. Een constante glimlach hebben we op ons gezicht dezer dagen, zelfs nu we naar de op één na grootste tent lopen op het festival op de laatste dag. Er staat namelijk een hele bijzondere zangeres op het programma.

Het rode haar golft op en neer wanneer ze het podium op komt lopen en ze steelt onze harten wanneer ze zichzelf en de band voorstelt in haar schattige Engelse accent. Ze neemt plaats achter de piano en het eerste nummer wordt ingezet, vanaf dat moment, tot en met het einde, zie ik één grote film voor me waarin alles wazig is behalve datgene wat ik zo graag wil zien. Van Hyde Park tot het muurtje bij de haven, van het restaurant tot aan de fantasie die ik een paar dagen eerder had in pendelbus hier naar toe. Ik zie ons weer rennen van metro tot bus en van bus naar trein, we genieten en staan arm in arm zachtjes mee te zingen. Zij in het melancholische gefluister en ik in met een zachte doch zware stem vol tederheid. De gevoelens hebben ons de weg gewezen en we zijn geëindigd, maar gaan voorbij dit punt omdat de gevoelens nu aan elkaar zijn geketend voor een onbepaalde periode. We vliegen hoger dan we ooit hebben mogen dromen en het bloemenjurkje wipt hoger en wilder, maar mooier, dan het ooit heeft gedaan.

Dit artikel delen

Over de auteur