1. een Gedachteregen

een Gedachteregen

De regen valt in kleine spatjes onregelmatig neer op de grijze tegels en op de maat van de muziek zet ik stap na stap op de door de kleine spatten nat, kil en koud geworden ondergrond. Onderwijl begin ik te peinzen over alledaagse dingetjes en onderwerpen waar ik al een tijdje mee rond loop; over mensen waar ik me aan erger, over schoolzaken en typisch jeugdig geneuzel. Rustig blijf ik op de maat meelopen naar het bushokje en begin ik te beseffen dat het er al een tijdje aan zat te komen.

Wanneer ik dan in de bus zit die me terug zal vervoeren naar Heerenveen besef ik me dat het antwoord wel eens heel simpel kan zijn, dat de oorzaak van het duffe en lege gevoel school is. Wellicht wordt de gedachte versterkt doordat het de donderdag is, de dag dat we praktisch bezig horen te zijn. Maar dat zijn we niet. In ieder geval ben ik niet bezig met waar ik mee bezig hoor te zijn, het zijn deze dagen, dat ik niks doe, het zwaarst wegen voor mij mentaal. Door dit soort dagen zit ik zoals ik nu zit in de bus; uitgeput, starend in het niets en mijmerend over het leven in de breedste zin van het woord.

Soms schiet er een gedachte door mijn hoofd die te maken heeft met de regen die nu zachtjes los komt van de wolken en ons niet verblijdt met zijn natte en kille bedoelingen. Toch zullen de meeste gedachten gaan over school en alles wat daarbij hoort. Zo vraag ik me bij de laatste bushalte van onze lijn in Drachten af of ik echt wel het juiste heb gekozen. Fotograferen is leuk, maar mezelf als fotograaf zie ik zeker niet. Het is een pret-opleiding, één van de ergste soort. Wellicht had ik toch bij journalistiek moeten blijven, maar zie ik mezelf later als journalist achter een bureau zitten mijn stukjes tikkend of voor een camera om iets te presenteren? Nee, dat doe ik ook niet.

Zie ik mezelf wel aan het werk, kan ik me dan beter afvragen. Het antwoord is hoe verrassend, niet. Het zijn dit soort gedachten die me ellenlang bezig kunnen houden. Soms zo diep verzonken dat ik schrik wanneer iets of iemand zich beweegt in de bus. De schrik hoeft niet groot te zijn, maar wanneer deze er is weet ik al hoever ik van de wereld vandaan ben. Ondertussen blijft het muzieknummer dat ik aan het begin van deze gedachtegang luisterde maar door mijn hoofd spoken.

Zo vraag ik me af bij binnenkomst van Heerenveen of ik wellicht niet te aardig ben. Ben ik te goed voor alles en iedereen en laat ik iedereen maar zijn gang gaan wanneer deze bij me komt aankloppen. Maar het komt ook niet in me op om nee te zeggen, een vervelende eigenschap op één moment, echter ben ik er voor de rest toch wel trots op. Het kan mij dan ook niet deren hoe anderen erover denken en ondertussen komt er ergens een agressieve, depressieve en sentimentele Rutger omhoog drijven met een gedachte waarvan hij liever niet ziet dat het waarheid wordt. Onderwijl is het harder begonnen met regenen.

Wanneer de bus tot stilstand komt op zijn eindhalte in Heerenveen stap ik de regen in die nu met dikke druppen naar beneden valt. Veel mensen gebruiken hun altijd nutteloze capuchon om de regen enigszins een halt toe te roepen, ik hou deze expres naar beneden en stap met goede moed de fiets op om de laatste twintig minuten naar huis af te leggen. De wind staat gunstig en met de muziek die in mijn oren schalt fiets ik in een stevige tred door naar het warme huis.

Bij elke kilometer die ik dichterbij huis kom wordt mijn hoofd rustiger en rustiger. De regen spoelt de zorgen uit mijn hoofd en in elke druppel die van mijn gezicht afvalt zit een stukje onrust. Wanneer de druppel dan neervalt op het natte asfalt spat de zorg uit elkaar en voert deze mee op de wind richting het niets. Het lost op en ik zie het voorlopig niet terug. De positiviteit en energie kan weer terugkeren en zo maak ik mij op voor weer een dag school wanneer bij het uitlopen van het schoolgebouw aan het einde van de schooldag het ritueel overnieuw begint.

Dit artikel delen

Over de auteur