1. Autumnus Inundatio Part 2

Autumnus Inundatio Part 2

Jaja het heeft weer even geduurd mensen. Reden hiervan? Calamity had iets redelijk awesomes toegezegd, maar helaas is dat toch niet gelukt. Ik vond het tijd worden om de nieuwe editie er uit te gooien, en hier is hij dan. Met jullie oude vertrouwde Snipert in de hoofdrol!

De nieuwe missie

Snipert staarde met een lege blik voor zich uit. Hij bevond zich nog steeds in de grote zaal van de heilige piramide. Op de grond lagen glasscherven en door het kapotte dakraam in het plafond viel regen naar binnen. Snipert keek naar de druppels, hoe ze op de grond kapot spatten en dacht aan Monniejj, zijn Monniejj. Hij was zo dichtbij geweest… En nu was hij haar kwijt. En dat alles door deze vijf mannen. Deze zogenaamde Oude Garde.

“Snipert?” hoorde hij opeens. Voor hem stond een oudere man in een zwarte mantel. Hij was een stuk ouder dan Snipert dacht hij, zo rond de dertig. De man zag er sterk uit, met flinke bovenarmen en een soort vastberadenheid die je niet vaak zag in een man. Chiz had diezelfde uitstraling, dacht Snipert bij zichzelf. Zou ze nog leven? De man herhaalde zich: “Snipert?!” Snipert keek op en keek de man aan, hij had het gevoel dat hij elk moment in huilen uit kon barsten. “Zou je ons willen volgen? We hebben veel met je te bespreken.” Het maakte Snipert allemaal niet zoveel meer uit, hij knikte en stond op. Hij had zijn zwaard, Nachtschade, ergens laten vallen. Hij liep er naar toe en raapte het op. Hij zag één van de mannen in zwarte mantels aandachtig naar het zwaard kijken, maar hij besteedde er verder geen aandacht aan. Hij schoof het zwaard in de schede die eerder die dag nog eigendom was geweest van Ser Jalf en volgde de man die tegen hem had gepraat. Terwijl ze de grote zaal uit liepen wierp Snipert nog een laatste blik op het levenloze lichaam van de man die de vader was van zijn grote liefde, om vervolgens met een weemoedige blik een laatste glimps op te vangen van de deur waardoor zij verdwenen was. Hij was zo dichtbij geweest… De groep liep door slecht verlichte gangen tot ze bij een doodlopende gang uit kwamen, het kon Snipert weinig schelen, maar hij toch vroeg hij zich waarom deze wijze mannen kennelijk niet eens de weg wisten. De voorste man, waarvan hij aan nam dat het leider was stak zijn hand uit en tot de verbazing van Snipert drukte hij een steen in. Met veel gepiep en gekraak kwam de muur van de doodlopende gang in beweging en verscheen er een donkere gat achter. De voorste man riep iets naar achteren en een andere man kwam naar voren gelopen. Deze mompelde een aantal woorden en opeens schoot er een vlam uit zijn handen. “Wat in miyamoto’s naam?” riep Snipert uit toen hij dat zag. De man met het vuur draaide zich om en lachte: “Miyamoto heeft daar niets mee te maken, dit is het werk van de grote Ryuujin!” Snipert begreep er niets van en stond als een idioot naar het vuur te staren. “Ophouden Ryuujin.” Snauwde de leider hem toe, “concentreer je op je taak.” De man die kennelijk Ryuujin heette luisterde naar het bevel en liep richting het gat. Waar Snipert een wenteltrap zag verschijnen.

Het leek alsof de wenteltrap uit duizenden treden bestond, maar uiteindelijk bevonden ze zich weer in een gang. “Waar zijn we?” vroeg Snipert aan niemand in het bijzonder. Een andere man in zijn gezelschap, niet de leider of de vuurbezweerder, beantwoordde zijn vraag. “Diep onder Frontpagia, in de catacomben van de stad die hier lang geleden stond, haar naam lang vergeten.” Snipert fronste, volgens de geschiedenisboeken stond Frontpagia al meer dan duizend jaar op deze plek… Snipert zweeg de rest van de weg en dat deden zijn groepsgenoten ook. Na een redelijk lange wandeltocht kwamen ze in een grotere ruimte. De vuurbezweerder die Ryuujin heette mompelde weer een aantal spreuken en zijn vuur steeg op, splitste zich op in een aantal kleinere bollen, welke vervolgens hun weg vonden naar een aantal toortsen die aan de muur hingen. Snipert keek met grote ogen naar het schouwspel dat hij voor zich zag. “was dit magie?” Dacht hij bij zichzelf. “Magie bestaat niet meer in Igianië, niet sinds de grote verrader…” Toen de vlammen op hun plek waren begonnen ze harder te branden en verlichten ze de complete ruimte. Snipert en zijn gezelschap stonden in redelijk grote ruimte omringt door allerlei boekenkasten, standbeelden, verschillende voorwerpen en aan de muur hingen allerlei wapens. De vijf mannen wierpen hun zwarte mantels af en daaronder verschenen puur witte wapenuitrustingen, het staal met fijne inscripties en beeltenissen versierd, met een vakmanschap dat Snipert nog nooit ergens gezien had. De leider richte zich tot Snipert. “Ik kan begrijpen dat je vragen hebt, we zullen ze zo goed mogelijk proberen te beantwoorden, maar weet wel, wij weten ook niet alles. En we zullen je ook niet alles vertellen wat we weten, het is beter als je niet het volledige verhaal weet. Voor je missie dan.” Snipert wist het allemaal ook niet meer, het was een lange dag geweest en hij had teveel meegemaakt. “Wie zijn jullie en wat willen jullie van me?” was het enige wat hij zo snel kon bedenken. De leider lachte. “Ja… het lijkt me wel slim om ons even voor te stellen. Ik ben Dural, leider van de Oude Garde. De man met de vurige handen is Ryuujin, onze magiër. De man met wie je in de tunnel sprak is Blitsmeister, onze medicus en historicus. Verder hebben we daar WPT en T1G, enorm begaafde vechters. Net als de rest van ons.” Snipert nam het allemaal even in zich op. De mannen voor hem leken inderdaad sterk, hij twijfelde er niet over dat hij compleet ingemaakt zou worden als hij in een gevecht met slechts één van hen zou raken, laat staan vijf. “Oke, en wat willen jullie van me?” De oude man wees Snipert een stoel en ging zelf ook zitten aan een grote ronde tafel. De rest van de mannen ging ook zitten.

“Om dat uit te leggen moeten we eerst wat meer vertellen over de Oude Garde. Wij zijn een oeroud broederschap dat lang voordat Frontpagia hier was op trad als beschermers van het land dat nu bekend staat als Igianië. Gedurende de lange geschiedenis die dit land kent is de Oude Garde er altijd in één of andere mate geweest. Wij beschermen het land, houden het veilig. En daarbij kom jij kijken, jij hebt daar een rol in. Maar het hoe en wat kan Blitsmeister denk ik beter vertellen.” Snipert zocht even naar de man die hem voorgesteld was als Blitsmeister, deze zat rechts van hem en hij verschoof zich richting de man om zijn verhaal aan te horen. “Oke, Snipert… Aangenaam! Waar het om draait is een voorspelling die ouder is dan alles wat we op deze aarde kennen. Deze vertelt van een enorm kwaad wat dit land en deze wereld in de vergetelheid zal doen geraken, tenzij dat kwaad gestopt wordt. En dat is jouw rol, we hebben reden om aan te nemen dat jij hierin een steutelfunctie hebt.” Snipert had het niet meer, een paar maanden geleden was hij niets meer dan een boerenknul. Zijn grootste zorgen waren de aardappeloogst. Sindsdien heeft hij prinsessen gered, is hij moderator geworden, heeft hij gevochten tegen vijandelijke legers, is hij erachter gekomen dat hij voorspellende dromen heeft en nu is hij kennelijk onderwerp van een oeroude voorspelling… Even vroeg hij zich af of hij die dag bij het aardappelveld niet gewoon een keiharde zonnesteek had opgelopen… Ondertussen vervolgde Blitsmeister zijn verhaal. “De voorspelling is lange tijd verloren geweest, tot hij 200 jaar geleden gevonden werd, door een zeer krachtige jongeman, die Igianië vervolgens in één van de meeste bloederigste periodes van bestaan stortte…” Snipert schrok ineens op. “200 jaar geleden? Je bedoelt de revolutie?” Blitsmeister knikte. “Tidow vond de boekrol met de voorspelling en na uitvoerig onderzoek geloofde hij heilig in de boodschap. Hij dacht dat hij degene was over wie de voorspelling sprak. ‘De Uitverkorene’. Maar we weten allemaal hoe dat geëindigd is…” Snipert wist niet meer wat hij moest denken, het was de geschiedkundigen nooit helemaal duidelijk geweest waarom de grote verrader gedaan had wat hij deed. Maar nu hoorde hij dat het kennelijk allemaal om een oeroude voorspelling ging?

Het duizelde Snipert even, hij wist bij Miyamoto niet wat hij hiervan moest denken. “En wat is mijn rol hierin dan? Wat zegt die voorspelling over mij?” Blitsmeister leek zijn woorden op een weegschaal te leggen voordat hij antwoordde. “Dat kunnen we je helaas nog niet vertellen, dat zou je misschien teveel beïnvloeden. Weet wel, dat het zeker is dat het over jou gaat, de eerste dromer die in 500 jaar geboren zou worden. Zoon van een lage arbeider, en een vrouw van hoge geboorte.” Een vrouw van hoge geboorte? Sniperts moeder was niet van hoge geboorte… Maar goed, hij was wel een dromer… “Oke… en wat moet ik doen? Of kun je dat ook al niet vertellen?” Blitsmeister glimlachte. “Dat kunnen we wel. Ondanks dat Tidow het compleet verkeerd aan pakte, wist hij veel meer over de voorspelling dan wij. Die kennis leek met hem gestorven te zijn, maar kennelijk heeft hij iets achtergelaten. We hebben onlangs geleerd dat Sadist en Mehri, de helden uit je geschiedenisboeken, met zijn nalatenschap richting het Noordoosten van Igianië vertrokken zijn. Wat wij van je willen is dat je in hun voetsporen treedt, om zo te ontdekken wat er met zijn kennis gebeurt is.”

Snipert liet het even op hem in werken en eigenlijk wilde hij schreeuwen dat ze hem gewoon met rust zouden moeten laten, maar ergens knaagde er iets aan hem. Hij had het gevoel dat wat ze hem vertelden waar was… Hoe wist hij niet. Hij wist alleen dat hij doodmoe was. Toen hij dat aan gaf begon Dural te lachen en zei tegen WPT dat hij Snipert naar een bed moest wijzen. Hij volgde de Gardist naar een afgelegen vertrek en nadat hij de man bedankte plofte hij neer op de kleine bedstee. Terwijl hij zijn harnas uit deed, nachtschade naast zich neer legde en zijn onderkleding uit trok liet hij de gebeurtenissen van de dag nog een langs zich heen gaan. Het leek allemaal compleet onwerkelijk, en onwillekeurig moest hij weer denken dat hij gewoon met hoge koorts in zijn bed lag in Nes, als gevolg van een zonnesteek. Hij ging liggen en hoopte dat hij in Nes weer wakker zou worden door het geschreeuw van zijn vader…

Opeens stond Snipert in een donkere ruimte. Schimmen om hem heen vertelden hem dat hij weg moest gaan. Hij reisde door bossen, steden, over zee en uiteindelijk vond hij een eiland. Daar vond hij wat hij zocht en met datgene reisde hij weer terug, terug naar de grote stad. De stad was nog bloediger dan toen hij hem verlaten had. De geur van lijken en vuur vulde de lucht wederom en om de grote stad was een veldslag bezig groter dan hij zich ooit voor had kunnen stellen. Met zijn buit, de erfenis van Tidow, rende hij de stad binnen. Hij zag het kwaad, viel het aan en merkte opeens dat hij koud werd.

Snipert stootte zijn hoofd terwijl hij overeind schoot in zijn kleine bedstee, het zweet stond op zijn hele lijf en hij trilde een klein beetje. Tranen biggelden over zijn wang terwijl hij mompelde “Nee… niet weer…”

To be continued

Dit artikel delen

Over de auteur