1. Autumnus Inundatio Part 6

Autumnus Inundatio Part 6

Jaja daar zijn we weer. Met een nieuwe aflevering en wat nieuws. Ik kan namelijk met trots de winnaar de wedstrijd voor de naam van de complete serie aankondigen. De winnaar is Thud!! Zijn inbreng in de wedstrijd was Inside Tempest, wat niet de naam is geworden, maar wel de inspiratie is geweest voor de uiteindelijke naam. En om die reden heb ik besloten hem aan te wijzen als winnaar. Ik hoop binnenkort zijn inbreng in het verhaal van deze serie te gaan schrijven. En dan natuurlijk het antwoord op de vraag die bij jullie allemaal op de lippen ligt, wat is de naam van de serie? Nou dat is: "A Year of Tempest"

Hopelijk vinden jullie hem bij de serie passen.

En dan, deel 6 van het tweede boek van A Year of Tempest:

Hoop in donkere dagen

Het water begon alweer koud te worden. In al haar naaktheid zat ze verslagen in de badkuip. Ze had haar bedienden boos weggestuurd en kon zichzelf niet bewegen om op te staan en zichzelf af te drogen. Een zilte traan ontsnapte over haar ooglid en liep over de melkwitte huid van haar wang. Hij bleef even hangen aan haar kin, maar na een korte rilling ontsnapte de traan en belandde hij in vrije val op haar borst. Daar ging hij verder aan zijn tocht… langs haar tepel om vervolgens te verdwijnen in het badwater, alsof hij er nooit geweest was. Dat ene moment, die fractie van een seconde dat de traan in vrije val was… Monniejj wist precies hoe haar traan zich op dat moment moest voelen. Zo voelde zij zich al weken. Sinds dat moment in de piramide. Een koude tocht trok over haar natte huid, ze voelde kippenvel opkomen en haar borsten stijf worden, dus besloot ze eindelijk op te staan uit de badkuip en zocht naar een doek om haar af te drogen. Tot ze zich bedacht dat die idioten de handdoeken mee hadden genomen toen ze ze weg had gestuurd. “Neuk.” Dacht ze bij zichzelf terwijl ze richting de deur van de badruimte liep.

Opeens zwiepte de deur open, Monniejj schrok zich dood. In de deuropening stond hij, de hufter die haar alles af had genomen wat ze lief had. “Hallo Moon, ik hoorde dat je weer één van je aanvalletjes had gehad. Ik dacht ik kom even polshoogte nemen.” In de deuropening stond Nibbler, met een vals glimlachje op zijn gezicht. Monniejj voelde een enorme woede in haar opkomen terwijl Nibbler zijn verhaal vervolgde. “Zo’n leuke verrassing had ik echter niet verwacht, maar kom op zeg, zo hoort een jonkvrouwe zich niet te gedragen.” Opeens bedacht Monniejj zich dat ze in haar volle naakte glorie ten toon stond voor de man die een aantal weken geleden in koele bloede haar vader vermoord had. De woede veranderde in schaamte en ze rende naar een wandkleed toe, trok het van de muur af en drapeerde het om haar naakte lichaam. “Kijk dat is wat meer volgens de heersende etiquette… al ben ik wat minder blij met de afkomst van je kledij.” Monniejj bekeek het wandkleed en zag dat het wapen van haar vader erop geborduurd was met grootse precisie, het alziend oog. Nibbler liep een halve cirkel om Monniejj heen en bekeek haar op een manier die haar hart in haar keel deed kloppen, ze had zich nog nooit zo ongemakkelijk gevoeld. “Ja dit zal zeker wel voldoen… Ik denk dat ik je binnenkort maar een mantel moet geven met mijn eigen wapen erop, een hooivork ziet er zoveel beter uit dan dat gekke oog.” Monniejj dacht even niet na over de gevolgen en riep uit: “Dat oog is al honderden jaren het wapen van mijn familie, de kanseliers van de senaat… Ik zal NOOIT dat minderwaardige wapen van jou dragen.” Monniejj voelde haar woede opborrelen en moest zich inhouden Nibbler geen klap te geven. Hij was altijd de kalmheid zelve, en dat maakte haar bang. Een man zonder emoties was hij schijnbaar, en hij bezorgde haar kippevel. Ze besloot niet meer uit te vallen, hij was onberekenbaar, ze moest aan zichzelf denken nu. Niemand anders zou het voor haar doen… Zelfs Snipert had haar kennelijk verlaten.”Maar lieverd, wat voor indruk zal het maken als mijn eigen echtgenote mijn wapen niet zou dragen? Men zou er schande van spreken in alle vier de windstreken.” Monniejj stond aan de grond genageld. Zijn eigen vrouw… wat? Nibbler liep op haar af tot zijn gezicht enkele centimeter van het hare verwijderd waren. Zijn ogen leken… koud. Leeg. Monniejj kon haar stem niet meer vinden. Bijna op fluisterniveau zei Nibbler tegen haar: “Ja, je hebt het goed gehoord. Over 4 weken treden wij in het huwelijk.“ Monniejj hervond haar stem en bracht met de grootste moeite uit: “Nee dat wil ik niet…” Een traan biggelde langs haar wang. Sniperts gezicht vertrok, de eerste emotie die ze ooit op zijn gezicht had gezien. Hij greep haar arm vast en groef zijn vingers in haar huid. “Auw..” Was het enige wat Monniejj uit kon brengen. Nibbler boog zich naar haar oor en fluisterde: “Je gaat met me trouwen, je gaat je geloften zeggen en je gaat die dag met een glimlach op je gezicht staan of je zal er achter komen dat ik niet altijd zo’n hoffelijke man ben.” Monniejj knikte met het beetje kracht dat ze nog over had en keek met knikkende knieën toe hoe Nibbler weer door de deuropening verdween. Ze zag de deur weer dichtgaan en voordat ze de knal hoorde van het dichtslaan lag ze op de grond. Huilend in het wandkleed dat ooit aan haar vader toebehoorde…

De dagen die daarop volgden beleefde Monniejj in een roes. Niets leek meer de moeite waard, haar eten smaakte haar niet, de mensen die maar dingen aan haar bleven vragen konden haar niet interesseren en alles ging het ene oor in het andere oor uit. Haar nachten bracht ze slapeloos door en de helft van de tijd was ze aan het huilen. Ze voelde zich dood, haar leven was over. Binnen korte tijd zou ze met de man trouwen die haar vader vermoord had. “Uwe hoogheid?” Voor haar stond een jongen van een jaar of 20. Hij was best knap en het leek er op alsof hij een bediende in de burcht was. Het kon haar weinig schelen, met een handgebaar probeerde ze hem af te poeieren. “Uwe hoogheid… uw aanwezigheid wordt gevraagd bij de kleermaker, ik moet u erheen escorteren.” Met een diepe zucht werkte Monniejj zich overeind en volgde de jongen. Onderweg voelde Monniejj dat de jongen naar haar keek, een vluchtige blik naar hem bevestigde dit. “Het is onbeleefd om te staren.” Zei Monniejj ietwat arrogant. De jongen kreeg en rode blos op zijn wangen en stamelde: “Excuses uwe hoogheid.” Met een zelfvoldane glimlach op haar gezicht vervolgde Monniejj haar weg.

De dagen daarna leerde Monniejj dat de jonge bediende Hamasper heette, zo nu en dan kwamen ze elkaar tegen in de burcht en soms praatten ze dan wat met elkaar als er niemand in de buurt was. In het begin vooral over algemene zaken, maar naar mate de dagen verstreken werd het wat persoonlijker. Hij deed haar erg denken aan Snipert. Met weemoed dacht ze terug aan de dagen dat ze met Snipert en Chiz onderweg was naar Frontpagia. Toen was ze nog vrij, haar vader leefde nog en hoefde ze niet te trouwen met de grootste hufter van het land. En waar waren haar vrienden nu? Chiz had wekenlang bij haar gewoond maar sinds de invasie was er geen spoor te bekennen van haar. Hetzelfde met Snipert, ze had hem nog wel gezien in de piramide, maar hij was bezig met die mannen die via het dakraam naar binnen waren gekomen. Waarom was hij haar niet achterna gegaan? Hij had het op zijn minst kunnen proberen. Misschien hadden ze dan wel samen vastgezeten. Maar dat had hij niet gedaan en ook Chiz had niets geprobeerd. Nee, waarschijnlijk waren ze dood. En zij had niemand meer. Behalve Hamasper, die bracht tenminste nog een beetje blijdschap in haar leven. En zo kwam ze naar mate de dagen verstreken meer in contact met Hamasper. Hij vertelde haar over wat er buiten de muren van de burcht allemaal gebeurde, kennelijk was Nibblers overheersing niet zo rotsvast als dat het leek. In het Noordoosten was Undercovergamistan geland en zij hadden tot weeaboo forest het hele Noordoosten al in handen. Vanuit het zuiden kwamen allerlei geruchten dat er een enorm leger op de been werd gebracht om Frontpagia weer terug te veroveren en daarnaast ging het gerucht dat er massa’s elven uit Weeaboo forest en Retro Forest stroomden om zich te mengen in het gevecht. Ze hoorde ook dat er in het noordwesten een eenzame moderator gezien was die zich richting Retro Town aan het begeven was. Ze vroeg zich af of dit misschien Snipert kon zijn, maar ze besloot snel zich niet aan dat soort hoop vast te klampen.

Ondertussen waren de voorbereidingen voor haar bruiloft met Nibbler in volle gang, maar dit liet ze aan zich voorbij gaan. Ze had geruchten gehoord in het paleis dat het een wanhoopsdaad van Nibbler was om zijn macht in Frontpagia te versterken. Monniejj was geliefd bij het voetvolk en zo hoopte hij het continue verzet in de stad het hoofd te bieden. Het leek Monniejj zelf eerder een zwaktebod, alsof de inwoners van Frontpagia zouden geloven dat zij uit vrije wil met hem zou trouwen. De verhalen die Hamasper vertelde over het verzet waren haar favorieten. Kennelijk hadden sommige leden van de huurlingengroep 9euro de leiding opgenomen en zij voerden een redelijk succesvolle guerillaoorlog in de stad. Nibbler bleef maar verliezen boeken; wachten die verdwenen van hun post, wapentransporten die hun bestemming nooit bereikten en aanslagen op het leven van Nibbler en zijn luitenanten waren aan de orde van de dag. Volgens de verhalen van Hamasper was de stad in chaos, en het regentschap van Nibbler zou nooit lang meer kunnen duren. Verder leerde Monniejj Hamasper zelf steeds beter kennen. Hij was een redelijk arrogante en trotste jongen, maar ergens was hij wel aantrekkelijk. Zijn ouders waren omgekomen door de horde en daardoor koesterde hij een diepe haat voor Nibbler en de horde in het algemeen. Als zijn werk in het kasteel niet de enige manier was om te overleven had hij het niet gedaan. Hun gedeelde haat voor Nibbler vormde een goede basis voor een verdere vriendschap en voor Monniejj het wist vertrouwde ze Hamasper volkomen.

Het was diep in de nacht, Monniejj lag in haar nachtjapon te slapen toen ze opeens wakker werd door een hand die op haar mond werd gedrukt. De korte paniekaanval die volgde vloog over toen ze Hamasper herkende. Een gevoel van opwinding overviel haar bij het idee dat hij ’s nachts bij haar in de slaapkamer was. Met het gevoel van vlinders in haar maag vroeg ze hem wat hij daar deed, hopend op een bepaald antwoord. “Ik heb een plan… en plan om je de burcht uit de smokkelen.” Monniejj keek hem onbegrijpend aan… “Wat?” Hamasper glimlachte en zei: “Ik kan je onmogelijk met Nibbler laten trouwen. Daar… daar zou ik kapot aan gaan. Ik moet niet aan denken dat ik die bastaard wijn in moet schenken en dat hij dan proost op zijn huwelijk met jou… Ik…” Monniejj pakte zijn hand vast en streek met haar andere hand over zijn wang. “Rustig…” Fluisterde ze in zijn oor. Door de duisternis heen voelde ze dat de jongen zich opgelaten voelde. “Ik ga je helpen de burcht ontsnappen, ik heb een gat gevonden in de bewaking. Dankzij het verzet kan Nibbler niet meer op elke plek zijn mannen inzetten. Ik denk dat ik je weg kan krijgen via die weg.” Monniejjs hart sprong op van blijdschap, alleen het idee van een kleine mogelijkheid om hier weg te komen gaf haar een moed die ze in weken niet had gehad. “Wanneer?” Hamasper bleef even stil alsof hij bang was dat iemand hen af aan het luisteren was. “De ochtend van de bruiloft, eerder kan niet. Met zo’n groot evenement is er altijd enorm veel chaos, die gaan we gebruiken om weg te komen. Geloof me, mijn plan gaat lukken.” Monniejj hoefde geen moment na te denken en besloot haar leven en toekomst in de handen van Hamasper te leggen. Ze vloog hem in de armen en belande in de intieme omhelzing met de jongen. Terwijl ze hem uit haar omhelzing losliet streelden hun wangen langs elkaar. Voor Monniejj het wist hadden hun monden elkaar gevonden. Hamasper legde haar neer op haar bed en zij gaf zich volledig over aan de jongen die haar leven zou gaan redden.

To be continued

Dit artikel delen

Over de auteur