1. Nog heel even…

Nog heel even…

Het is donderdag 7 april, enkele dagen nadat ik voor het laatst een game heb aangeraakt. Na een lange dag werken moet ik me haasten, ik moet vanavond een jongedame verzorgen die ernstige amandelontsteking heeft en ik heb nog niet gedoucht of gegeten. Ze is bang dat ze mij aansteekt. Ik niet. Onbevreesd en jachtig snel ik naar het spoor om zo aan een lange treinreis te beginnen. Ik denk aan de zieke meid die eenzaam op haar appartement zit, wachtend op mij, de flesjes 7Up en het wc-papier dat ik voor haar meeneem.

Vrijdagmiddag, een haast zomerse middag gezien de heldere blauwe lucht en de warmte die binnenkomt door de ramen van haar appartement. We flikflooien zonder te zoenen, want ze is nog steeds bang om mij te besmetten. Zo bang dat ik zelfs niet uit hetzelfde glas mag drinken, maar we slapen wel in hetzelfde bed. Ik denk aan vrouwen en hun bijzondere logica, en ik denk aan Marco Edelman, want ik moet als een idioot (zeker met die enorme weekendtas om mijn nek) de tram halen en naar hem toe.

Pizza’s voor vijf euro en bier voor één veertig, en dat in de hoofdstad. Het is een klein Italiaans restaurantje waar wij ons tegoed doen aan eenvoudig maar zeer smakelijk eten dat binnen vijf minuten op tafel staat. Het is meteen gezellig zoals altijd, waarna ook zwaardere materie besproken wordt. Ik denk aan het kontje van de zieke jongedame, al uren lang eigenlijk, want dat ziet er belachelijk goed uit in een spijkerbroek. En ik denk aan het restaurant, want hoe de fuck krijgen ze die pizza’s zo snel op tafel? En zo lekker. En zo goedkoop! Raar, maar waar.

Zaterdagavond is gevuld met drank en gekkigheid. Marco en ik gaan de halve binnenstad af om op allerlei plekken ons vertier te zoeken, vertier dat zeker ook gevonden wordt. Ergens tussen alle gekkigheid door voeren we een discussie met een Australische kerel wiens spijkerbroek elastiek bevat, waaronder hij ook nog eens Aladdin-achtige slippers draagt. Vervolgens eindigen we in een gezellig drukke bar met dansvloer. Twee Spaanse meiden van een jaartje of achttien staan flink met elkaar te tongen en flikkeren over elkaar heen wanneer ze rare danspasjes uitproberen. Ik denk: handjes thuis, Kevin.

De zondagavond begint rustig met een diner in het goedkope Italiaanse restaurant, voor de derde keer op rij nu. De ober herkent ons zelfs nu, wat grappig en zielig tegelijk is nu ik er bij stilsta. Vervolgens ontmoeten we een vrolijk gestoorde Amerikaan die stuitert door het Leidse plein, wat geen wonder is met al die pillen in z’n mik. Hij nodigt ons uit naar een rockcafé dat we nog niet kennen, en dat blijkt een toffe plek te zijn. Uiteindelijk verplaatsen Marco en ik ons naar dezelfde tent als de avond ervoor, waar we Samuel van de N-Gamer ontmoeten. We gaan lekker los op de dansvloer en worden uitgenodigd om te afteren in het Vondelpark, alleen wil het merendeel van de groep lopen (wat vanaf het Damplein een goed half uur is) dus besluiten wij drieën het hierbij te laten aangezien alles al om drie uur dicht is op zondag. Jammer, ik denk aan een fijne nacht die gekortwiekt is door calvinisme en angst, angst voor de nieuwe werkweek.

Maandag, een rustige dag. Er worden enkele films en anime gekeken terwijl ik zeven sneetjes brood met kaas wegwerk. Het is alweer vele weken geleden dat ik zoveel voedsel naar binnen heb gewerkt in het daglicht. Ik ga vanavond weer naar de inmiddels behoorlijk herstelde jongedame toe om kip met teriyaki te eten. Op mijn weg naar haar toe heb ik wat snacks en een blikje rootbeer gescoord, op Schiphol. Dit drankje doet haar denken aan haar thuisland en ze is dankbaar. Na het avondeten nemen we de laptop op schoot en kijken we een filmpje. Halverwege krijgt de jongedame een briljant idee en combineert ze mijn chocolademuffins met haar aardbeien. Ik denk aan het geluk dat ik heb mogen treffen in mijn leven, en hoe bizar veel ik vandaag gegeten heb.

Op het moment van schrijven is het woensdag 13 april, een heerlijke lentedag. De treinrit naar huis is saai en Hollands, onvermijdelijk lijkt me. Pas wanneer ik thuiskom en de stapels games zie liggen, zijn mijn gedachten volledig bezet door games en hun wereldje. Nou, niet volledig, nog niet. Het is een maand geleden dat Japan getroffen is door de aardbevingen en de daaropvolgende tsunami. Een man is al dagenlang op zoek naar bevestiging; hij wil weten of zijn kind nog leeft of niet. Terwijl een fantastische meid mij stukjes chocolademuffin en aardbeien aan het voeren was, ploeterde hij door foto’s en ander materiaal dat hopelijk kan leiden naar zijn kind. Ik denk: ik wil me even niet druk maken om Anonymous, Sony, Tristan van der Vlis, de nieuwe FIFA, rare uitspraken en achterlijke ontwikkelaars.

Dit artikel delen

Over de auteur