1. Albumbespreking: DeWolff - Orchards/Lupine

Albumbespreking: DeWolff - Orchards/Lupine

Met het nieuwe decennium lijkt er ook een nieuwe trend te zijn aangebroken in de alternatieve rockmuziek. Zoals we aan het begin van de jaren ‘00 een garagerock-hype hadden, met bands als The White Stripes en The Black Keys, lijkt het erop dat we nu met een psychedelische golf te maken hebben. Bands als Wolf People en The Black Angels getuigen daarvan. In eigen land zijn in 2008 uit het diepe zuiden van het land de mannen van DeWolff opgestaan, en met hun nieuwste plaat lijken ze te zich te bewijzen als een van de beste Nederlandse bands van dit moment.

Orchards/Lupine is, zoals de titel al doet vermoeden, opgesplitst in twee delen. op de eerste helft, Orchards, staan de meer experimentele, rustige, psychedelische nummers, terwijl op de tweede helft, Lupine, de betere rocknummers staan. Toch is het album samenhangend, vooral omdat de opbouw min of meer ‘klassiek’ blijft: na een sterke opener kabbelt het album voort totdat er vakkundig op wordt gebouwd naar een episch slotstuk. Ook wordt er goed de tijd genomen: de plaat is bijna een uur lang.

Het album opent met Diamonds, en de eerste verassing is dat in plaats van het legendarische Hammond-orgel dat op het vorige album zo prominent aanwezig was(en hier een glorieuze terugkeer maakt) een Mellotron wordt gebruikt, een van de eerste instrumenten die gebruik maakten van samples van onder andere strijkers om een spookachtig, orkestraal geluid voort te brengen. Tegenwoordig wordt het instrument amper meer gebruikt, en DeWolff laat horen hoe zonde dat is: Diamonds heeft dankzij de Mellotron een mysterieuze sfeer, die nieuw is voor DeWolff, maar toch natuurlijk aanvoelt.

Het tweede nummer is Evil and the Midnight Sun, waarin de Hammond geherintroduceerd wordt. Het zou me niets verbazen als dit nummer als single wordt uitgegeven, want het heeft zowel de nieuwe rustigere stijl als de riffjes en solo’s waar DeWolff zo goed in is. De rest van de eerste helft houdt zonder saai te worden de lijn aan die in Diamonds is geintroduceerd. Er zullen zeker fans zijn die de nieuwe weg die de band heeft ingeslagen te ontoegangelijk vinden, maar ik ben opgelucht dat DeWolff het lef toont om écht psychedelische muziek te maken en te laten zien dat ze doen wat ze zelf willen.

Orchards eindigt mer Higher than the sun, een prachtige ballad waarin de fluiten van de Mellotron en een akoestische gitaar een perfect duo vormen. Zodra de plaat omgedraaid is, blijkt de toon van de plaat drastisch te zijn veranderd. Pick your Bones out of the water, een stevige bluesrocker, opgevolgd door Seashell woman, is als een nieuw begin voor het album. De mystiek van de eerste helft lijkt vergeten te zijn, en na zes betrekkelijk lange, rustige nummers is dat helemaal geen slechte keuze. De karakteristieke toegankelijke riffjes en improvistaties zijn terug, maar toch zijn de bandleden duidelijk beter geworden in wat ze doen: de nummers zijn complexer en gelaagder.

Het volgende nummer, Fever, is een bluesnummer dat hevig geinspireerd is op de muziek van de Black Crowes. De Hammond wordt ingewisseld voor een piano, en er wordt zelfs een bluesharp bijgehaald. Het creërt net wat lucht voordat er begonnen wordt aan het epische slotstuk, The Pistol. Want episch is het. The Pistol begint als een bluesnummer met een goed riffje, maar mondt uit in een bezeten improvisatie, waarin alle elementen van het album samenkomen. Deze improvisatie is waar DeWolff zichzelf en alle andere Nederlandse bands van dit moment ontstijgt en laat zien dat ze klaar zijn om de rest van de wereld te veroveren. Na nog een ballad en een instrumentaal stukje op een luchtorgel, die wat overbodig aanvoelen, laat de band een diepe indruk achter, en toont aan dat ze niet slechts blijven hangen in de jaren ‘60, maar hun eigen moderne psychedelische geluid hebben en te durven experimenteren.

Dit artikel delen

Over de auteur