1. Autumnus Inundatio Part 7

Autumnus Inundatio Part 7

Jaja daar zijn we weeer. Ik weet dat jullie aan het wachten waren tot we de antwoorden van Dariee zou krijgen. En het goede nieuws is dat dit nu gebeurt. Hipjes heh.

Antwoorden

Het tolde Snipert nog steeds na Dariee’s verhaal. Hij had de elven, hun kamp en Gaia’s lans al een aantal dagreizen achter zich gelaten, maar de antwoorden die hij van de ginger had gekregen wogen nog zwaar op zijn hart. Hij snapte nu net iets beter waar hij precies mee bezig was, zijn missie was inderdaad belangrijk… Met vernieuwde moed gaf hij zijn paard nogmaals de sporen, hij moest verder, hij moest naar Retrotown. Dat was kennelijk de volgende stop geweest in de reis van Mehri en Sadist, ze waren door Retro Forest gegaan op weg naar de kust. Daar hadden ze een schip genomen naar Aiiiland, een magische plek waar weinig schepen ooit geweest waren en nog minder ooit vandaan kwamen. Met de erfenis van de grote verrader… en wat dat was… had Snipert nooit kunnen bevatten. Hoe zijn geschiedenisboeken het zo enorm mis konden hebben was voor Snipert een raadsel. Hij nam ze voor waar aan, zijn klasgenoten namen ze voor waar aan. Er stonden ook weer geen leugens in de boeken, maar ze waren verre van compleet. Belangrijke passages van wat er precies gebeurt was na de revolutie ontbraken, passages die het verloop van de geschiedenis enorm zouden kunnen beïnvloeden. Tenminste… daar was Snipert nu van overtuigd. Hij vroeg zich af of de schrijvers van het boek en de overige historici het gewoon niet geweten hadden… of dat iemand zijn best gedaan had het uit de boeken en de kennis van de gewone man te houden. Hij besloot uiteindelijk dat het niet uit maakte, het was goed dat dit geen algemene kennis was. De gevolgen die de erfenis van Tidow zou kunnen hebben op de wereld… het zou ze kunnen redden… of vernietigen.

Na anderhalve dag merkte Snipert dat het bos minder dicht werd en na verloop van tijd reed hij over uitgestrekte velden. Hij bedacht zich dat hij niet ver verwijdert kon zijn van de kleine doch drukke kuststad waar hij in zijn jeugd zoveel over gehoord had. Helaas begon de avond te vallen en Snipert besloot eerst zijn kamp op de slaan. Hij koos een plek uit waar hij uit het zicht van de weg zat en begon een vuur te maken. Hij liep een stukje in de richting van de weg om er zeker van te zijn dan het vuur niet zichtbaar was voor toevallige voorbijgangers. Zijn kamp was verborgen, vermoeid ging hij zitten en at een aantal van de laatste vruchten op die hij van Dariee en zijn stam had gekregen. Het duurde niet lang of hij kon zijn ogen niet meer open houden en hij verzeilde in een diepe slaap.

Snipert bevond zich in een donkere ruimte, om zich heen zag hij de Oude Garde staan, alle gezichten precies hoe hij ze herinnerde uit de catacomben onder Frontpagia. Ze vertelden hem dat hij weg moest gaan, naar het Noordwesten. Hij reisde over velden en door bossen en kwam roodharige elven tegen die hem nog meer vertelden. Weer reisde hij verder, naar een stad en over zee, tot hij bij een bijna sereen mystiek eiland aan kwam. Daar zag hij iemand die hij niet herkende, maar ergens wel kende. De persoon leek net buiten zijn zicht te vallen en als hij zich op hem wilde focussen was de persoon verdwenen. Wel vond hij op het eiland wat hij zocht, de erfenis van Tidow. Met deze erfenis vertrok hij weer richting de hoofdstad. Bloed, modder en staal wachtte op hem buiten de poorten. Binnenin de stad was nog een grotere chaos dan toen hij de Frontpagia voor het laatst had gezien. Hij zag de piramide en begaf zich naar binnen. Daar zag hij het kwaad. Staal flitste voor zijn ogen en het werd pikdonker om hem heen.

Met een schreeuw schrok Snipert overeind. “Verdomde dromen” vloekte hij hardop terwijl hij aan de stand van de zon zag dat hij zich verslapen had. Gedurende de weken dat hij onderweg was waren de dromen duidelijker geworden. De stukjes van de puzzel waren op hun plaats gevallen en het werd hem duidelijk dat hij wederom een voorspelling aan het dromen was die sowieso uit zou komen. Maar deze keer verwelkomde hij de toekomst, zijn missie zou slagen, hij zou de erfenis vinden en eindelijk zijn Monniejj kunnen bevrijden. Ze zouden stoppen met al die ongein en gewoon bij zijn vader op de aardappelboerderij gaan werken. Tenminste, dat is wat hij hoopte. Hij gaf zijn paard wat haver, zadelde het terwijl het de haver op at en klom in het zadel om zijn weg te vervolgen. Terwijl hij reed leek het er opeens op dat Snipert geluk had gehad, in de verte kon hij de zee zien, met een donkere stip ervoor die niets anders dan Retrotown zou kunnen zijn. Ondanks dat Snipert zich verslapen had zou hij flink voor het donker aankomen in de stad, misschien zou hij zelfs meteen een vaartuig kunnen vinden om hem naar Aiiiland te brengen. Even na het middaguur reed Snipert onder de poort van de stadsmuur door. Het kustplaatsje was niets vergeleken met Frontpagia, maar vergeleken met zijn geboortedorp was het een metropool. Achter de poort was een brede straat met daaraan allerlei kleine maar luxueuze huizen. Alles was van baksteen in deze straat, geen hout te vinden. Even verderop zag Snipert aan de schittering dat daar de haven moest zijn. Hij verwachtte dat hij daar de meeste taveernes, hoerenhuizen en dus zeemannen zou moeten vinden. Terwijl hij verder reed zag hij in de verte een groep mannen staan, vervaarlijk uiterlijk en een wapen op de mantel met negen gouden cirkels op een zwart veld. Hij reed de groep voorbij en steeg af bij de eerste taveerne die hij tegen kwam en ging er naar binnen.

Rond het vallen van de avond had Snipert het idee dat hij elke kroeg, elk hoerenhuis en elk donker steegje bezocht had om een reis te vinden naar Aiiiland. Geen van de zeemannen of kapiteins die hij had gesproken was gek genoeg om naar Aiiiland te varen. Ze vertelden hem verhalen over zeelui die hun verstand waren verloren na een tocht naar Aiiiland en de veel grotere hoeveelheid die nooit terug waren gekomen. Hij had nog tientallen goudstukken over uit de beurs die hij van Dural had gekregen, wat een fortuin zou moeten zijn voor de meeste mannen die hij sprak. Maar geen waren ook maar bereid om er over na te denken. Aan het einde van zijn krachten gaf hij toe aan de wanhoop en liep de dichtstbijzijnde kroeg in om tot rust te komen met een kroes goudgeel genot. Hij gooide de waard een koperstuk toe en informeerde over de mogelijkheden om de nacht door te brengen in het etablissement van de goede man. Snipert had niet door dat het groep mannen met de zwarte mantels die hij eerder had gezien op straat na hem de kroeg binnen kwamen. Snipert hoorde de man praten over het feit dat hij geen garantie kon bieden dat de bedden vlooivrij waren toen Sniperts nekharen opeens overeind gingen staan. Instinctief greep hij naar zijn zwaard en hij draaide zich om. Achter hem stond een kleine man met kort haar, geflankeerd door een langere man met eveneens langs haar en opvallend weinig baardgroei. “Wat moet dat?” gromde Snipert, die duidelijk geen zin had in gezeik na de dag hij gehad had. “Woooow rustig!” antwoordde de kleinere man. “We zijn niet op zoek naar problemen. Tenminste niet met jou.” Hij glimlachte naar zijn kompaan die zijn glimlach beantwoordde met een korte grinnik. “Nee we hoorden dat je op zoek was naar een schip dat je naar Aiiiland zou kunnen brengen, en je daar redelijk wat goudstukken voor over had.” Snipert vertrouwde het nog niet helemaal, hij had kunnen verwachten dat zijn verhaal zich als een lopend vuurtje door het havendistrict zou verspreiden. En hij kon zichzelf wel voor zijn kop slaan dat hij aan redelijk ongure mensen had laten weten hoeveel goud hij wel niet op zak had. De korte man vervolgde zijn verhaal: “Wij kunnen je daar wel mee helpen. Kratos weet dat we het kunnen gebruiken.” Snipert haalde zijn hand van zijn zwaardvest af en besloot deze mannen te vertrouwen, voor nu. “Oké, laten we praten.” De kleine man keek om zich heen en schudde zijn hoofd. “Niet hier, je hebt iets te hard verkondigd hoeveel goudstukken je wel niet op zak hebt, waarschijnlijk heeft de waard de sleutel van je kamer al verkocht aan de hoogste bieder. Nee, je bent vannacht te gast op mijn schip, De Lechuck’s Revenge.” Snipert keek om zich heen en knikte, “Is goed, mijn naam is overigens Snipert.” De kleine man kreeg wederom een glimlach op zijn gezicht en stak zijn hand uit. “Aangenaam Snipert, mijn naam is kapitein Granatan.”

Een paar uur later zat Snipert met de kapitein, langere man die kennelijk Owner heette en de een deel van zijn bemanning aan tafel op het schip. Zowat het gehele schip was gekleed op de wijze waarop de kapitein en zijn stuurman gekleed waren. Zwarte mantels met daarop 9 gouden munten gestikt. “Wat is het verhaal achter jullie wapen?” Vroeg Snipert geïnteresseerd aan de kapitein, die naast hem zat. Kapitein Granatan keek hem bijna beledigd aan terwijl de rest van de tafel in lachen uit barstte. “Nou kennelijk moeten we toch wat doen aan onze reputatie jongens.” schaterde Owner. “Ik had verwacht dat heel Igianië sinds het uitbreken van de oorlog het in zijn broek zou doen bij het horen van onze naam of het zien van ons wapen.” Kapitein Granatan kreeg ook weer een glimlach op zijn gezicht en gebaarde de rest van de tafel tot stilte. Snipert bood direct zijn excuses aan. “Sorry, ik ben sinds het uitbreken van de oorlog constant onderweg, nieuws bereikt me bijzonder lastig de laatste tijd.” Granatan nam een hap van een kippenpoot en kauwde langzaam op het vlees. “Geen zorgen Snipert, wij zijn onderdeel van het huurlingen gezelschap 9 euro. Al hebben we momenteel even geen opdrachtgever.” Snipert had van deze groep gehoord, maar hij had er nooit zo heel erg bij stil gestaan. Maar er klopte iets niet… “Geen opdrachtgever? Hadden we niet afgesproken dat jullie me naar Aiiiland zouden brengen?” Een doodse stilte viel over de tafel. Snipert vroeg zich af waar hij zich nu weer in had laten verzeilen. Hij keek de tafel rond en bedacht zich dat hij al deze mannen nooit zou kunnen verslaan. Dit was hun territorium en de ruimte was veel te klein… “Nee… dat heb je verkeerd begrepen.” De kapitein gooide het botje van zijn kippenpoot op zijn bord. “Dit is een vriendendienst voor een broeder in de strijd, moderator.” Het duurde even voordat Snipert door had wat de kapitein nu precies had gezegd en keek hem schaapachtig aan. “Je zwaard… in de kroeg had ik al een idee wat je was, maar het werd me later pas echt duidelijk. Je bent een Moderator, een broeder in de heilige orde. En wij staan tot uw dienst, voor Igianië.” Snipert knikte naar hem om hem te bedanken, waarop Owner zijn kroes bier omhoog stak en riep: “VOOR IGIANIË!!” De rest van de tafel volgde en Snipert zette zijn kroes met een glimlach aan zijn mond.

De zee was wild. Schuimende koppen sloegen tegen het schip alsof ze een persoonlijke vete met Lechuck’s Revenge wilden uitvechten. Snipert keek op het dek naar het natuurgeweld en dacht aan iets wat zijn vader hem ooit verteld had. Na een helzomer zal altijd een verdronken herfst volgen.” Opeens voelde hij dat iemand hem gadesloeg. Kapitein Granatan stond achter hem. “Goedemorgen Snipert.” Snipert groette de man en keek weer naar de woeste zee. Granatan ging naast hem staan. “Ik weet dat het niet mijn plek is om het te vragen… maar wat wil je op Aiiiland? Wat heeft een moderator daar te zoeken terwijl het rijk in puin ligt?” Snipert zuchtte… “Ik ben op onderzoek, er zou daar iets kunnen zijn wat het rijk kan redden. Meer kan ik niet vertellen.” De kapitein knikte en schreeuwde iets naar zijn bemanning. Toen de kapitein alweer een tijdje verdwenen was mompelde Snipert tegen zichzelf: “Meer kan ik je niet vertellen kapitein, hoe graag ik ook zou willen… de wereld is er nog niet klaar voor. De wereld mag nog niet weten wat de erfenis van Tidow is. Igianië zou zichzelf van binnen verscheuren als ze er achter zouden komen wat de erfenis van de grote verrader is.” Hij dacht terug aan Dariee en wat deze hem vertelt had bij Gaia’s Lans. Mehri was zwanger… de bloedlijn is niet geëindigd bij Tidow…

To be continued...

Dit artikel delen

Over de auteur