1. Supernova 2: Andromeda, Proloog

Supernova 2: Andromeda, Proloog

Dat Meester Eend langdradig was wist iedere leerling na de eerste geschiedenisles die hij van de oude man kreeg meteen. Hij kon soms eeuwen doorgaan over enkele details en zo hele lessen besteden aan de meest saaie gebeurtenissen uit het verre verleden. Dan zat je uren te luisteren naar verhalen over maar één van de vele veldslagen die de Hoogblonde Armee onder leiding Generaal Oversoul tijdens de Derde Iganieese Continentale Oorlog van twee eeuwen geleden of, zoals vandaag, een eindeloos verhaal aan te horen over Ser Choqo en zijn rol in de Orde van de Moderators, verhalen waarvan maar erg weinig geschiedkundig bewijs was. Maar goed, de Orde van de Moderators waren één van de favoriete onderwerpen van de oude Meester. Of zoals Meester Eend het zelf altijd zei, “niet voor niets is ons internaat vernoemd naar Ser Choqo, één van de meest befaamde historische figuren van de hele wereld”.

Natan kon het allemaal een biet wezen. Het was buiten heerlijk weer en zijn interesse op deze mooie dag lag helemaal niet bij het continent Iganië of zelfs op de hele wereld. Immers zou vannacht zijn oom Sadist, één van de bekendste Natuurkundige Astrofysici ter wereld, en zijn team als eersten gelanceerd worden en een bemande intergalactische ruimtevlucht gaan uitvoeren. Natan staarde door het raam naar buiten terwijl hij dacht aan de reis die zijn oom zou gaan maken naar het relatief dichtbijgelegen Andromeda Sterrenstelsel. Hoe spannend zou het zijn als hij mee mocht met zijn oom en niet hier in dit stoffige klaslokaal moest zitten luisteren naar verhalen over lang vervlogen tijden.

Op het grasveld buiten zag hij Professor Dariee, het hoofd van de biologieafdeling, een stel brugklassers over het grasveld naar de drie eikenbomen aan de andere kant leiden. Daar liet hij ze in drie gelijke groepen opdelen en moesten ze één voor één een minuut lang één van de bomen knuffelen. Natan kon een glimlach niet onderdrukken. Drie jaar geleden hadden hij en zijn klasgenoten daar ook gestaan, één voor één heel ongemakkelijk een boom moeten knuffelen. De professor had hen verteld dat liefde voor de natuur de bouwsteen van de biologie moest zijn en dat je zonder liefde voor de bomen nooit iets van waardering zou kunnen opbrengen voor de natuur in zijn geheel. Zijn beste vriend Linius was vervolgens met zijn horloge achter een los stokje stam blijven hangen dat vervolgens was afgebroken. Professor Dariee was vuurrood aangelopen en had Linius een week lang tot vijf uur laten nablijven en hem een maand lang de toegang tot het leslokaal ontzegt. In plaats daarvan had hij iedere les op de gang een ander soort boom moeten natekenen en Japanse haiku over de boom in kwestie moeten schrijven en aan het einde van de les moeten presenteren aan de klas. Pas nadat hij een prachtig gedicht over een palmboom had voorgedragen en Professor Dariee tot tranen had geroerd werd hij weer tot de les toegelaten.

De gedachte aan de vuurrode Linius die vol schaamte omhelsd werd door een luid jankende professor maakte dat hij hardop lachte, zo hard dat hij er zelf van schrok. “NATAN! Op letten a.u.b.!” Bulderde Meester Eend, die niets vervelender vond dan gestoord worden door de les. “Oh, sorry, meester Eend.” Stamelde hij enigszins schuldbewust. Naast hem keek Linius hem vreemd aan terwijl Meester Eend zijn verhaal over Ser Choqo vervolgde. “Dude, waar dacht je aan?” fluisterde Linius hem toe. “Oh, nee, niets, iets grappigs.” Natan ontdook de vraag maar liever, Linius hield er niet van als iemand begon over het voorval. Hij kon er de humor niet echt van inzien. “Kom op man, vertel dan!” pushte Linius hem. “Gewoon, aan iets wat Oom Sadist gisteren zij aan de telefoon. Niets belangrijks, hij belde om afscheid te nemen omdat hij vandaag voor zes jaar vertrekt enzo.” Loog Natan. “Wat zei...” begon Linius, maar een boze blik van Meester Eend bracht hem het zwijgen toe.

Natan dacht terug aan het telefoongesprek van gisteren, waar Oom Sadist hem gevraagd had of hij niet mee had gewild op de vlucht naar Andromeda, het was immers, naar zijn zeggen, een groot schip en er zouden meerdere kinderen van zijn leeftijd meegaan om een kolonie te starten op één van de planeten in het sterrenstelsel. Natuurlijk had zijn oom een grap gemaakt, al was het wel erg om zijn enige nog levende familielid zes jaar niet te zien, zijn oom zou veel te druk zijn met werken op het ruimteschip om tijd aan Natan te besteden. Daarbij moest hij nog twee jaar hier op het internaat studeren om vervolgens net als zijn oom voor Astrofysicus te gaan studeren aan de befaamde Universiteit van Frontpagia, waar de Natuurkundige afdeling tot de absolute wereldtop behoorde. Toch had zijn oom het hele gesprek volgehouden dat hij zijn koffer maar vast moest pakken en dat hij hem vandaag op zou komen halen.

Natan had zelden zo hard gelachen als tijdens het gesprek. Zijn oom had het hele gesprek ernstig gesproken over hoe het ruimteschip de IRS Snipert om 3 uur ’s nachts Hoogland-tijd op Aiiiland zou vertrekken en hij dus meer dan genoeg tijd zou hebben Natan nog op te laten halen en dat zijn kamer en die van Natan op het schip naast elkaar waren. En hoe het schip ook een school zou hebben voor de gezinnen met kinderen die mee zouden vliegen. Natan bedacht hoe mooi het heelal zou zijn, maar ook hoe erg hij het Ser Choqo Internaat in Zevenburcht en al zijn vrienden zou missen als hij zou gaan. Een nogal futiele gedachte, aangezien zijn oom natuurlijk een grap maakte. Nee, Natan zou nergens anders naartoe gaan deze nacht dan zijn eigen bed, waar hij op zijn AiiiPod naar het liveverslag van de lancering op de radio zou gaan luisteren.

Plots werd hij uit zijn gedachten verstoord door een luid kabaal buiten het raam. Hij zag Professor Dariee de brugklasser van het grasveld afduwen. Een grasveld dat hevig bewoog onder de wind. De wind die afkomstig was van een helikopter. En niet zomaar een helikopter, dit was een heuse legerhelikopter, zo één die een straalmotor had om snel tussen verschillende continenten te kunnen vliegen als hij eenmaal in het hoge luchtruim was gestegen. Hij keek verbaasd om zich heen, al zijn klasgenoten stonden nu aan het raam, net als Meester Eend, die voor één keer zijn verhaal wel onderbrak zonder te mopperen. “Wow, riep Linius, kijk dan, er komen allemaal legermensen uit de helikopter! Wat komen die hier doen?”. Natan keek verdwaast naar de soldaten, een stuk of tien, die op de brugklassers en professor Dariee afstapten en vervolgens onder leiding van Dariee het internaat binnen liepen.

De leerlingen en Meester Eend bleven, net als Natan, nog enkele minuten daarna verdwaasd naar de helikopter staren, die momenteel omsingeld werd door leerlingen die op dat moment waarschijnlijk geen les hadden en op het geluid waren afgekomen. Totdat iedereen opgeschrikt werd door een luid open knallende deur. In de deuropening stond Professor Dariee en één van de militairen. Hij schraapte zijn keel, wie van jullie is Natan? Mijn naam is Kolonel Trotsert, ik ben opgedragen door Sadist om je op te halen en naar Aiiiland te brengen. Natan voelde hoe hij vuurrood aanliep terwijl de hele klas, Meester Eend incluis, hem verbouwereerd aanstaarden. Heel voorzichtig en met een heel klein stemmetje hief hij zijn hand op en stamelde, “Ik… Meneer… Maar… Ik… Heb… Nog… Helemaal… Geen… Spullen… Gepakt… Het… Was… Toch… Maar… Een… Grapje?”

Wordt vervolgd in het eerste hoofdstuk van Supernova 2: Andromeda.

Dit artikel delen

Over de auteur