1. Autumnus Inundatio Part 8

Autumnus Inundatio Part 8

Ja, daar zijn we weer. Lekker snel na de vorige deze keer.

De Patriarch

Met grote vaart kwam Vlaflip teruggereden, samen met Trotsert stond ze nog steeds op de plek te wachten vanwaar hij een kleine twee uur geleden weg reed om polshoogte te nemen bij de stad. Vlaflip minderde vaart en positioneerde zijn paard voor die van Chiz en haar metgezel. “De poorten zijn gesloten, de wacht weigert ze open te doen voor onbekenden. “Idioten…” dacht Chiz bij zichzelf. “Heb jij een idee?” Vroeg ze aan Trotsert. De lange, aantrekkelijke man dacht even diep na… “Hmmm… We moeten naar binnen, zonder hun steun gaat het ons nooit lukken de hoofdstuk terug te krijgen.” De drie besloten af te stijgen en eerst even wat te gaan eten. Hun zoektocht naar de senator Chrisalot had ze eerst naar Exchangium geleid. De grote handelstad bleek de senator niet te bevatten maar na heel wat moeite was het ze toch gelukt de steun van de stadhouder te winnen. Ser Snappie was vaker te vinden in de vele hoerenhuizen dan in zijn burcht en zijn ondergeschikten wilden niets doen zonder zijn instemming. Chiz had zich voor moeten doen als dame van lichte zeden om zijn aandacht te krijgen, iets wat haar nog steeds koude rillingen gaf als ze er aan dacht. Maar uiteindelijk had Snappie zijn strijdmachten belooft voor de strijd en aangegeven dat Chrisalot niet in de stad te vinden. Met die wetenschap waren Chiz, Vlaflip en Trotsert verder gereist naar San Medius. Een grote stad middenin de vruchtbare, uitgestrekte Medius Delta. De vallei zorgde normaal voor het grootste deel van het eten in het rijk, maar sinds het uitbreken van de oorlog waren de karavanen stil gevallen en hadden de inwoners van San Medius en de omliggende dorpen zichzelf verstopt achter de stadsmuren met hun laatste oogst. Dat eten en de omvangrijke strijdmacht van San Medius was essentieel voor hun doel, dus moesten ze naar binnen.

“Wat als we onder de muren doorgaan?” Vlaflip en Trotsert keken haar met een vreemde blik aan. “Je wilt gaan graven?” Chiz zat voor zich uit te staren en moest denken aan een verhaal wat Stefandepefan haar verteld had. Die had ergens gehoord dat Snipert Zevenburcht binnen was gekomen door een oud riool. Chiz vertelde het verhaal aan Vlaflip en Trotsert. “Hmm… dat is een idee, maar hoe weten we waar ergens een rioolingang is?” Vroeg Trotsert, Vlaflip stemde in, maar gaf aan dat het in ieder geval het proberen waard was. Ze besloten even kort te rusten en dan in het midden van de nacht de muren te verkennen. Terwijl de maan hoog aan de hemel stond slopen ze langs de dikke muren op zoek naar enige zwakke plekken. Terwijl ze liepen bleef Vlaflip opeens stil staan. “Hoor je dat?” Chiz spitste haar oren en opeens hoorde ze het ook. Er leek heel zachtjes muziek ergens vandaan te komen. Ze besloten door te gaan met hun weg en naarmate ze verder kwamen werd de muziek harder en hoorden ze ook drankgelag en andere stemmen. Ze kwamen bij een grote rots aan toen Trotsert aangaf dat ze stil moesten zijn, ze kropen achter de rots en zagen een eindje verderop een groot licht uit de muur. Daar waren een aantal mensen bezig met uitladen van grote hoeveelheden drank van een wagen. De vaten werden door een kleine deur in de muur de stad in gedragen. “Daar is onze opening.” Fluisterde Chiz.

De volgende avond stond er een nieuwe kar bij de deur. Een lichtgetinte man met rood haar stond klaar en laadde twee vaten uit. Inwoners van San Medius rolden de vaten naar binnen en bedankten Vlaflip. “Sinds de poorten op slot zijn is er geen druppel drank meer te vinden in de stad, San Medius zonder bier of wijn? Ik dacht het niet.” Vlaflip glimlachte en reed weg met zijn kar. De inwoners rolden de vaten naar een opslagplaats en liepen weer verder. Uit één van de vaten klonk een zacht gebonk. Het gebonk werd harder en harder totdat de deksel van het vat werd geslagen. Trotsert kroop moeizaam uit het vat en viel bijna om toen zijn voeten de grond raakten. Hij keek naar de enorme hoeveelheid vaten voor zich en vroeg zich af in welke Chiz zich wel niet moest bevinden. Opeens viel er een vat om en vloog het deksel er vanaf. Chiz kroop uit haar vat en fatsoeneerde haar kleding. “godenverdomme, dat gedraai gaat je ook niet in de koude kleren zitten.” Fluisterde Trotsert terwijl hij haar omhoog hielp. Chiz giechelde en trok hem mee naar de deur. “Maakt niet uit, we zijn binnen.” Ze keek om de straat op en zag een groot aantal mensen op straat. “Hoe pakken we dit aan?” mompelde ze. “Geen probleem.” Trotsert nam haar bij de arm, trok haar de straat op en zei: “Niemand kijkt twee keer naar een verliefd stelletje die na een gezellige avond op weg naar huis zijn.” Chiz kreeg het warm en keek naar de grond, ze mompelde iets onverstaanbaars en liet zich door de straten leiden door de charmante man.

Ze besloten te overnachten in een herberg en de volgende dag op audiëntie te gaan bij Ser Henkie, de stadhouder van San Medius. In de herberg kregen ze uiteraard een kamer met slechts één bed en Trotsert, de echte heer die hij was, bood aan op de grond te gaan slapen. Chiz had niets liever gehad dan dat hij bij haar in bed was gekropen, maar ze besloot om er maar niet tegen te protesteren. Ze snapte het niet, normaal was ze nooit verlegen, ze had altijd haar mondje bij zich, maar met deze jongen… er was iets anders bij hem. De volgende ochtend ontbeten ze samen en vertrokken ze richting het paleis van de stadhouder. Ze had gehoord dat Ser Henkie een wilde man was, hij deed niets liever dan eten, drinken, jagen en vechten. Ze hoopte die agressie te kunnen gebruiken voor haar doel, maar het feit dat hij zichzelf op had gesloten in zijn stad klopte niet met het beeld dat ze van hem had. Eenmaal aangekomen bij het paleis liet een wacht hen naar binnen en stapten ze de audiëntiezaal in.

Ze zeggen de zaal van een heer laat zien wat voor persoon hij is, en wat deze zaal over Henkie vertelde… Enorme schedels van allerlei dieren sierden de muren, zelf zetelde hij op een troon van botten en hij werd geflankeerd door twee van de mooiste vrouwen die Chiz ooit had gezien. Zelf zat Henkie verveeld met een kroes bier op zijn troon. Een man kondigde hun aankomst aan. “Chiz en Trotsert Heer Henkie.” Henkie keek op en stuurde zijn vrouwen weg. “Wat moeten jullie?” Chiz stapte naar voren en begon te praten. “We komen van Frontpagia en Exchangium heer Henkie…” Henkie veerde op. “Van buiten de stad, dat lijkt me erg sterk. Ik heb opdracht gegeven niemand binnen te laten.” Chiz voelde haar zenuwen groter worden. “Dat klopt heer, we zijn via een list binnen gekomen omdat de wacht ons niet binnen wilde laten.” Ser Henkie liep op de twee af met een norse blik. Hij bekeek de twee eens goed en ontblootte toen zijn tanden. “Hahaha jullie sluipen mijn stad in en het eerste wat jullie doen is op een audiëntie gaan bij mij? Geweldig, jullie hebben duidelijk ballen, dat mag ik wel.” Chiz durfde eindelijk weer adem te halen. Ze vertelde Henkie wat ze aan het doen waren en dat ze zijn hulp nodig hadden. Het viel haar op dat Ser Henkie’s ogen begonnen te gloeien toen ze over oorlog, veldslagen en bloedvergieten begon. “Hahaha jullie zijn serieus een leger op de been aan het brengen? Briljant! Dat achter die muren zitten begon me ook een beetje te vervelen. Je hebt mijn steun!” Chiz begon te glimlachen maar schrok opeens weer op toen Trotsert informeerde naar Chrisalot. “Ja die is hier wel geweest, maar verder getrokken naar Beautygloss Eiland… Geen idee wat hij eigenlijk precies aan het doen was, volgens mij wilde hij het land uit vluchten.” In overleg met Ser Henkie besloten Chiz en Trotsert eerst verder te reizen naar Beautygloss Eiland om vervolgens via San Medius, Exchangium en Offtopica terug te gaan naar Frontpagia en de hoofdstad te bevrijden van het juk van de overheersing van Nibbler. Henkie zou ondertussen de voorbereidingen treffen en boodschappers sturen naar Ser Snappie en JJ. Chiz was blij, haar missie leek te gaan slagen. Één deel bleef haar alleen door de vingers glippen, senator Chrisalot. Met de dood van Jaylee zou hij de nieuwe kanselier van de senaat zijn, de leider van Igianië… Maar hij was nergens te vinden.

Beautygloss Eiland lag een korte bootreis van San Medius af. Vlaflip had zich weer bij hen gevoegd en samen waren ze op weg gegaan naar het mystieke eiland dat volgens de overlevering slechts bewoond werd door de mooiste vrouwen die het rijk ooit had gezien. Officieel hoorde het eiland niet bij Igianië, maar door de eeuwen heen hadden de landen een sterke band ontwikkeld. De heldin die uiteindelijk de revolutie had beëindigd door de grote verrader te doden was zelfs afkomstig van dit eiland. Mehri… de mooiste vrouw die Igianië ooit had gekend. Bij de aankomst in de haven stond een garnizoen krijgers te wachten op het dok. “U betreedt nu de soevereine natie van Beautygloss Eiland, wat doet u hier?” Riep één van de krijgers hen tegemoet. “We komen op een diplomatieke missie, we zijn op zoek naar Senator Chrisalot.” Antwoordde Vlaflip. De krijger knikte en gebaarde dat ze hen moesten volgen. Het viel Chiz op dat de krijgers inderdaad allemaal vrouwen waren, en daarbij erg aantrekkelijke vrouwen. Ze keek Trotsert aan en zag dat zijn blik ook gefocust was op de vrouwelijke krijgers. Haar maag voelde als een knoop terwijl ze hun weg vervolgden door de weelderige stad van de Beautyglossers. Een korte reis later stonden ze voor een exorbitant paleis, een enorme trap met wel honderd treden vormde de ingang en deze werd aan beide kanten geflankeerd door een griffioen. Chiz herinnerde zich dat Griffioenen vroeger veel voor kwamen op dit eiland en dat de Aiii uit de legendes één van deze majestueuze wezens getemd had en haar Skoda had genoemd. Terwijl ze de honderd treden beklommen bedacht ze zich dat ze nog steeds geen mannen had gezien, terwijl ze hier en daar wel bay’s had opgemerkt…

In het paleis werden ze naar een grote zaal geleid waar een donkerharige vrouw op een hoge troon gezeteld zat. “Haar Koninklijke hoogheid Jsmnn zal u nu ontvangen.” Zei de vrouwelijke krijger met wie ze tot nu toe al het contact had gehad. Chiz schuifelde onzeker naar voren, “Uwe kon.. euhm uwe hoogheid… wij zijn op zoek naar Senator Chrisalot…” De koningin schoof naar voren op de troon en bekeek haar gasten eens goed. “Chrisalot is hier inderdaad…” Trotsert keek Chiz glimlachend aan. Alsof hij wilde zeggen: “Het is gelukt, onze missie is voltooid.” De koningin was echter nog niet uitgesproken. “Maar hij is nu onze patriarch.” Chiz keek haar niet begrijpend aan en vroeg om uitleg. Kennelijk waren er bij de inwoners van Beautygloss alleen maar vrouwen, als er een mannelijke baby geboren werd dan werd die naar Igianië gestuurd om daar op te groeien. De meisjes werden opgevoed tot krijger. Om er toch voor te zorgen dat het land niet uit zou sterven werden mannen uit Igianië geselecteerd om… tja kinderen te verwekken… Senator Chrisalot was nu één van die mannen, en die mochten het land niet verlaten. “Is er echt geen manier de senator toch mee te krijgen?” De koningin dacht even goed na en antwoordde toen. “Als jullie een geschikte vervanger aan reiken, dan wil ik er misschien wel over nadenken.” Chiz wist even niet wat ze moest. Vanuit haar ooghoek zag ze Vlaflip om zich heen kijken, een glimlach op zijn gezicht krijgen en een stap naar voren doen. “Ik… ‘offer’ me wel op hoor.” De koningin keek hem aan met een frons en lachte. “Serieus? Een ginger… ik dacht het niet.” Toen fixeerde de koningin haar blik op Trotsert. Ze stond op en liep hem tegemoet. Chiz haar hart zat in haar keel. “Maar deze… deze zou wel voldoen…” Trotsert keek naar Chiz, zijn blije glimlach was omgeslagen in een bitterzoete. Terwijl hij een stap zette in de richting van de koningin zei hij twee woorden. “Het moet.”

Die woorden bleven in haar hoofd doorklinken gedurende de reis terug naar San Medius. Vlaflip probeerde haar te troosten, maar dat lukte hem niet. Senator Chrisalot was alleen maar bang voor zijn nieuwe functie als kanselier van de senaat en zelfs de belofte van de koningin om een legioen van haar beste krijgers mee te sturen kon haar niet opvrolijken. Ze was hem kwijt.

To be continued

Dit artikel delen

Over de auteur