1. Soulcalibur V

Soulcalibur V

Om een lang verhaal kort te maken: Soulcalibur V is een geweldige vechtgame die in ieder opzicht boven zijn voorganger staat, maar slechts vernieuwt in beperkte mate en geen risico’s neemt. Om daarentegen een kort verhaal lang te maken:

In een gewoon gevecht gaat het er om dat je de ander zo snel mogelijk neerhaalt. Je hebt immers weinig aan een sierlijke trap wanneer je een fles tegen je kop geslagen krijgt. Bij officiële vechtsporten gaat het echter ook om de vorm en de uitvoering, naast hoe efficiënt het is, om de uitkomst te bepalen. Zo ook met vechtgames. Wat betreft Soulcalibur V luidt de voorlopige uitslag “hoogst elegant, dodelijk doeltreffend en toont duidelijke verbetering, maar haalt nog niet alles uit zichzelf.” De jury is nog in overleg.

Wat betreft de vorm is het een feest van herkenning. Het is nog steeds de kenmerkende 3D-vechtgame met wapens in allerlei soorten en maten, gespierde mannen, monsters en vrouwen met borsten van het formaat ‘hernia’. De muziek is nog steeds episch, de verhaalverteller heeft aan zijn stem te horen nog steeds een schimmig showhost-verleden en het draait nog altijd om twee zwaarden die ruzie van apocalyptische proporties hebben: Soul Calibur en Soul Edge. Aan de vechtformule is ook amper iets aangepast, het is nog steeds de bedoeling de ander z'n hersenen in te slaan of hem (of haar) de ring uit te trappen. Uiteraard met de nodige sierlijke klappen, trappen en speciale aanvallen, maar verder niets nieuws onder de zon.

Ook in het aanbod van personages zit vrijwel geen verschil. Ja, natuurlijk zitten er naast oude rotten als Siegfried, Ivy, Astaroth, Cervantes nog meer bekende gezichten in, maar daar doelen we niet eens op. Zelfs de nieuwe personages zijn vrijwel allemaal gebaseerde op reeds bestaande, hetzij niet op de luie knip–en-plak-manier. Het zijn de zonen, dochters en leerlingen van de oude rotten die deze keer niet hun opwachting maken (Sophitia, Xianghua, Taki). Logisch ook, aangezien het verhaal zich zo'n zeventien jaar na het vorige deel afspeelt. Naast dit soort personages zijn er nog compleet nieuwe personages zoals Z.W.E.I. en Ezio Auditore (jawel, uit Assassin's Creed) die wél een volledig nieuwe vechtstijl kennen.

Je eigen personage

Net als in de laatste delen zit er ook weer een editor in die je in staat stelt je eigen personages te maken en op te slaan. Lichaamsbouw, geslacht, vechtstijl, wapens, animaties, kleding (en kleuren), haar, stem en accessoires kunnen allemaal aangepast worden op een serieuze of minder serieuze manier. Als jij een stoere, breedgeschouderde strijder wilt zijn die meer bepantsering draagt dan een hedendaagse tank, prima. Maar je kunt net zo goed een kale, rondborstige dwerg zijn met kattenoren. Wat jij wilt.

Vervolgens is er een Story-modus die de ontwikkelaar vaag wist te omschrijven als eentje die deed denken aan de Mission Mode uit het eerste deel, wat uiteindelijk niet helemaal waar blijkt te zijn. In de eerste Soulcalibur pak je een willekeurig personage om vervolgens op een landkaart allerlei uitdagingen (gevechten onder bijzondere omstandigheden) aan te gaan, waardoor je er langzamerhand steeds meer vrijspeelt totdat je uiteindelijk alles hebt gehaald. Hierin valt het onder andere te vergelijken met de Tower of Lost Souls uit deel vier, maar dan wat sfeervoller. De Story-modus uit dit nieuwe deel brengt je ook van de ene naar de andere locatie, ook op een landkaart, maar stuurt je slechts in een enkele richting, verplicht je het verhaal van Patroklos te spelen en knoopt dit allemaal aan elkaar met hier en daar een tussenfilmpje en voor de rest alleen maar storyboards met voice-overs. Leuk idee, maar het had een stuk levendiger, meeslepender gekund. Bovendien is het jammer dat je hem niet met ieder personage kunt doorlopen. Neemt niet weg dat het je wel een tijdje bezig houdt.

En aansluitend op de invulling van de Story-modus komen we uit op de totale uitvoering van de game. Soulcalibur V is op en top een Soulcalibur in alles wat het doet. Het is allemaal zeer herkenbaar, maar toch is het niet exact hetzelfde. Nee, er is een hoop verbeterd aan de oude formule. Er is namelijk zodanig veel getweakt en verbeterd (de Story-modus daargelaten) dat je soms de controller urenlang niet los wilt laten, zo lekker speelt het. Allereerst omdat het tempo een stuk hoger ligt. Begrijp ons niet verkeerd, we hebben van alle Soulcalibur-delen genoten, maar soms voelde het wel wat traag aan, de snelheid waarmee sommige personages reageerden was niet altijd even direct. Dat was prima ten tijde van de Dreamcast, maar de standaard is nu gewoon hoger gelegd door andere games in het genre. Sneller is in dit geval dus zeker beter.

Om niet geheel te breken met Soulcaliburs gevoel voor ‘realisme’, zijn de wapens daardoor wel iets minder lomp en log. Iets. Oftewel, het is logisch gehouden, maar wel een tandje sneller gezet en dat is fijn, heel fijn. De actie flitst niet opeens voorbij, het is nog steeds te volgen en ook dit Soulcalibur-deel is nog steeds ontzettend toegankelijk voor jong en oud (maar tegelijkertijd uitdagend genoeg voor competitieve spelers). Slechts vier knoppen, eentje voor horizontale aanvallen, eentje voor verticale, eentje voor trappen en tenslotte eentje om mee te verdedigen: een kind kan de was doen. Combineer dit echter op de juiste manier en je hebt een competitiewaardige vechtgame. Deze vuistregel geldt nog steeds voor de serie, maar dankzij de toegenomen snelheid is de game nu ook aantrekkelijk voor spelers van andere vechtgames. De nieuwe personages zoals Z.W.E.I. en Ezio Auditore illustreren dit perfect doordat de ene het moet hebben van de juiste timing in bijzondere aanvallen en de ander juist weer baat heeft bij snelle reflexen.



Vervolgens zijn er nog een aantal minder grote, maar niet minder belangrijke aanpassingen die de game sterker dan zijn voorganger maakt. Zo ook de Critical Edge, een speciale aanval die je in kunt zetten zodra een metertje bovenin je scherm volgelopen is en gepaard gaat met een spectaculaire animatie. Deze aanval valt te vergelijken met superaanvallen uit andere vechtgames zoals bijvoorbeeld Street Fighter. Hij is niet te krachtig en zorgt net voor dat beetje extra spanning op de cruciale momenten en is daarmee meer dan geslaagd. Wat je overigens wel zult merken wanneer je succesvol een dergelijke aanval uitvoert, is dat je (onder andere) daarmee de bepantsering van je tegenstander kunt mollen. Dat was in het voorgaande deel ook al zo, maar dat heeft gelukkig geen gevolgen meer, het is nu puur voor de sier.

Om terug te komen op het hele principe van vorm en uitvoering: het lijkt er op dat de ontwikkelaar precies heeft gedaan wat het voor ogen had, namelijk een elegantere, betere Soulcalibur te maken met iets meer oog voor online multiplayer. Op de eerste twee punten zijn ze geslaagd met vlag en wimpel, het ziet er allemaal heerlijk uit, het oogt direct als Soulcalibur en toch, ondanks de herkenbaarheid, voel je direct de verbeteringen zodra je aan de slag gaat. Ook het laatste punt lijkt prima uitgewerkt, aangezien je nu een elkaar nauwlettend in de gaten kunt houden en direct kunt zien wie nu de betere speler is dankzij het vormen van een zogeheten Soul Link. Het idee dat je een aartsvijand volgt met statistieken, zeg maar. De kracht van de (offline) multiplayer is onmiskenbaar, waar het verder om gaat draaien is of de betrouwbaarheid van de online dienst groot genoeg is. Zoals gezegd is de game namelijk net zo interessant voor competitieve spelers als anderen.

Dit artikel delen

Over de auteur